wetenschap nederlandse walvisvaart

Naoorlogs Nederland was blij met walvisvaart

In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam er een eind aan vier eeuwen Nederlandse walvisjacht. Toen was de met romantiek omgeven traditie niet meer lonend. ‘Maar het ecosysteem is scheefgetrokken.’ 

Een hulpboot bij de Nederlandse Walvisvaarder Willem Barentsz sleept een walvis mee. Foto is waarschijnlijk gemaakt tussen 1948 en 1955 door militair W.F.J. Pielage. Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad

Bescherming van de walvis speelt geen enkele rol als Nederland in de jaren zestig besluit te stoppen met de walvisvangst. Aan de jacht op de zeezoogdieren komt een eind omdat de bedrijfstak niet lonend is en zonder overheidssteun niet kan overleven. Pas later begint de Nederlandse overheid in internationaal verband maatregelen voor behoud van de walvis te steunen.

Dat zeggen de auteurs van het onlangs verschenen Een zee van traan, een overzicht van vier eeuwen Nederlandse walvisvaart. Jaap Bruijn, emeritus hoogleraar zeegeschiedenis aan de Universiteit Leiden, en Louwrens Hacquebord, emeritus hoogleraar Arctische en Antarctische studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, beschrijven een sector die bij vlagen winstgevend is, maar uiteindelijk zijn eigen graf graaft: de walvissen raken op. In de loop der eeuwen zijn miljoenen dieren gedood. Ze worden gevangen om hun spek, dat tot olie(traan) kan worden gekookt.

Sinds de 17de eeuw jagen Nederlanders, Duitsers, Basken en Britten op walvissen in het Noordpoolgebied. Voornaamste prooi is de Groenlandse walvis, die zo traag zwemt dat een roeiboot met harpoenier hem kan bijhouden. Voor Noord-Holland, Friesland, de Waddeneilanden en de omgeving van Rotterdam is de walvisvaart van aanzienlijke economische betekenis. Die levert niet alleen werkgelegenheid op aan boord van schepen, maar ook op de werven waar schepen worden gebouwd en gerepareerd, bij de verwerking van het spek en de export van walvistraan.

Gemotoriseerde schepen

De grootste slachting komt in de 20ste eeuw. Dan verplaatst de jacht zich naar het zuidelijk halfrond, worden gemotoriseerde schepen ingezet, kunnen meer walvissoorten worden gevangen en gaan meer landen jagen. Margarine wordt de killer, schrijven de auteurs. Rond 1900 lukt het om de onaangename geur van de traan te neutraliseren en de olie te harden. Gehard en geurloos blijkt traan een aantrekkelijk smeersel – het kan op de boterham. Margarine raakt in trek in de westerse wereld, het Nederlands-Britse Unilever vaart er wel bij.

Nederlanders zijn in de 19de eeuw gestopt met de walvisjacht, maar na de Tweede Wereldoorlog gaan ze er weer enthousiast aan meedoen. Bruijn: ‘Na de oorlogsjaren was er een tekort aan vetten. De veestapel was klein, Indië ging verloren. Met de walvisvaart kon Nederland zonder buitenlandse valuta aan de benodigde vetten komen.’

Naoorlogs Nederland is trots op zijn walvisvaart, die aansluit bij een met romantiek omgeven traditie. Mannen staan in de rij om aan te monsteren. Als de Willem Barendsz, een groot schip waarop walvissen worden verwerkt, uitvaart of aankomt staan de pieren in IJmuiden vol belangstellenden. Bouwpakketten van de Willem Barendsz zijn populair. Ministers prijzen de bijdrage van de walvisvaart aan de voedselvoorziening, de overheid subsidieert de jacht.

Louwrens Hacquebord.

Vangstquota

Als de walvisvarende landen merken dat de walvispopulaties kleiner worden maken ze afspraken over vangstquota. Nederland, dat vergeleken met andere landen slechts een klein deel (4 tot 5 procent) van de vangsten voor zijn rekening neemt, doet dat niet van harte. Hacquebord: ‘Nederland heeft in de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) altijd gepleit voor grotere vangstquota. Daarbij beriep de overheid zich op de bioloog Slijper van de Universiteit van Amsterdam. Die zei dat er genoeg walvissen waren, dat de populaties niet kleiner waren geworden door de jacht. De mogelijkheden om de dieren te tellen waren toen nog beperkt.’

Als de Nederlandsche Maatschappij voor de Walvischvaart (NMV) in 1961 geen overheidssteun meer krijgt blijkt zij niet op eigen benen te kunnen staan. Drie jaar later is het afgelopen met de Nederlandse walvisvaart. ‘Niet om ecologische redenen’, zegt Bruijn. ‘Dergelijke sentimenten speelden toen nog niet. Die kwamen pas in de jaren zeventig, toen organisaties als het Wereldnatuurfonds en Greenpeace actie gingen voeren voor bescherming van de walvis.’ De campagnes hebben, mede dankzij de teruglopende inkomsten uit de jacht, succes. In de jaren tachtig besluiten de meeste lidstaten van de IWC de jacht te staken. Alleen Japan, IJsland en Noorwegen gaan er mee door.

De ecologische gevolgen van vier eeuwen walvisjacht zijn ingrijpend. Uit onderzoek blijkt dat alleen al in de 20ste eeuw zo’n drie miljoen walvissen zijn gedood. Van de grootste walvis, de blauwe vinvis, is 90 procent verdwenen. Van de potvis is zo’n 70 procent gedood. Bij de Groenlandse walvis is dat naar schatting 80 procent.

Jaap R. Bruijn.

Tientallen over

Hacquebord: ‘Van de tienduizenden Groenlandse walvissen die oorspronkelijk rondzwommen in de Noord-Atlantische Oceaan zijn er nog maar tientallen over. Dat lijken vooral oudere dieren. Ze kunnen 200 jaar oud worden en sommige hebben de walvisvaart waarschijnlijk nog meegemaakt. Elders op het noordelijk halfrond leven er nog enkele duizenden.’

Andere diersoorten profiteren van de teloorgang van de walvis: vogels, vissen, zeehonden. Door het verdwijnen van walvissen die zich voeden met zoöplankton komt er voor andere dieren een enorme hoeveelheid voedsel beschikbaar. Hacquebord: ‘Zoöplankton wordt ook gegeten door vogels en vissen, die op hun beurt worden gegeten door zeehonden. Dieren waarvoor het voedsel een beperking is in de reproductie nemen sterk in aantal toe. Op Spitsbergen komen miljoenen kleine alken (een vogelsoort) voor. Ik ben ervan overtuigd dat die aantallen zo groot zijn omdat de Groenlandse walvis uit het ecosysteem is gehaald. Hetzelfde geldt voor poolkabeljauw en zeehonden.’

In het zuidpoolgebied blijft door de slachting onder walvissen veel krill – kleine, garnaalachtige zeedieren – over. Daar hebben drie soorten pinguïns baat bij. Hun populaties groeien met 10 tot 15 procent. ‘Je zou kunnen zeggen dat het een positieve ontwikkeling is’, zegt Hacquebord. ‘Maar het ecosysteem is scheefgetrokken. Het is niet meer het oorspronkelijke ecosysteem.’

Door beschermende maatregelen tekent zich een langzaam herstel af. Er zijn geen walvissoorten die op uitsterven staan, zegt Hacquebord. Maar ze ondervinden steeds meer last van aantasting van hun leefgebied. Door toenemende scheepvaart, geluid onder water en vervuiling. De afgelopen jaren zijn op diverse plekken walvissen gevonden met tientallen kilo’s plastic in hun maag.

Jaap R. Bruijn, Louwrens Hacquebord, Een zee van traan, vier eeuwen Nederlandse walvisvaart 1612 – 1964, WalburgPers.

Zit er een limiet aan het aantal mensen dat je kunt kennen? Wat bewijst de uitslag van een schriftelijke test eigenlijk? In onze Grote Vragen Podcast beantwoorden we ‘vragen waar je nooit over na hebt gedacht maar plotseling dolgraag een antwoord op wilt hebben’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden