Gene Cernan, de laatste mens op de maan, vlak voor zijn derde maanwandeling

Analyse Maan

Na vijftig jaar terug naar de maan: wie zet de volgende stap?

Gene Cernan, de laatste mens op de maan, vlak voor zijn derde maanwandeling Beeld Nasa

Vijftig jaar na de eerste mens op de maan is het ook bijna 47 jaar na de laatste. En nu lijkt plotsklaps  ­iedereen weer plannen te hebben voor de maan - en daar ver voorbij. Een blik op de toekomst van de menselijke verkenning van het zonnestelsel.

Daar stond hij dan. Armen zwaar na een dag lang ploegen in de gruizige grond, ruimtepak beplakt met grijs stof. Net had hij nog zakken vol maangrond de trap van maanlander Challenger opgesjouwd en nu was hij buiten adem. Eén laatste keer keek Gene Cernan om zich heen, verzamelde zijn laatste restje energie en bracht zijn ademhaling onder controle. Voor wat komen ging, had hij een heldere stem nodig.

Cernan, de elfde man op de maan, wist dat hij voorlopig de laatste zou zijn. Wat hij ging zeggen was daarom voer voor de geschiedenisboekjes. In een wolk van opdwarrelend maanstof had de Apollo-generatie de mensheid voorbij de grenzen van haar planeet getild, en nu kwam dat - met zijn woorden - tot een eind.

‘Ik geloof dat de geschiedenis zal tonen dat Amerika’s uitdagingen van vandaag het menselijk lot van morgen hebben gesmeed’, zei Cernan, terwijl zijn adem nog even stokte in zijn keel. ‘Nu we de maan verlaten, gaan we zoals we kwamen en zoals we – als God het wil – zullen terugkeren. Met vrede en hoop voor de gehele mensheid.’

Fast forward naar nu en van dat terugkeren blijkt niets terechtgekomen. Sinds december 1972, toen Cernan en zijn collega’s van Apollo 17 van de maan vertrokken, zette niemand meer voet op een ander hemellichaam.

Natuurlijk is het niet zo dat in de tussenliggende jaren niets gebeurde. Marskarretjes reden over het oppervlak van de rode planeet en een onbemande sonde vloog naar Pluto en daar voorbij. We reisden naar planetoïden die diep door het zonnestelsel buitelen, schepten daar gruis op en vlogen dat materiaal terug naar huis, in de hoop zo meer te leren over onze kosmische geschiedenis. En de Voyager-sondes die we in de jaren zeventig lanceerden verlieten zelfs – volgens sommige definities – in hun geheel de grenzen van het zonnestelsel.

Beeld Els Zweerink

Sinds het Apollo-tijdperk hebben we het ons omringende heelal steeds scherper in beeld gebracht. Letterlijk zelfs, dankzij kraakheldere HD-foto’s vol inspirerende panorama’s die de kijker laten dromen van verre ruimtebestemmingen. Maar tegelijk trok geen mens dieper de ruimte in dan de baan om de aarde waarin astronauten aan boord van het internationale ruimtestation ISS hun dagen slijten.

In die trend kondigt zich nu, op de dag af vijftig jaar nadat Neil Armstrong de allereerste stap op de maan had gezet, een voorzichtige kentering aan. Plotsklaps lijkt iedereen weer plannen te hebben voor de maan – en daar voorbij.

Kijk bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten, die binnenkort op zoek gaan naar de opvolger van Neil Armstrong. In 2024 mikken ze op een nieuwe ‘one small step’, ditmaal gezet door de eerste vrouw op maan. Zij en een collega moeten landen op de zuidpool van onze kosmische buurman, een plek waar tot nog toe niemand geweest is, en die vanwege zijn unieke geologische eigenschappen – zo is er waterijs aanwezig – ook erg interessant is voor wetenschappelijk onderzoek. Dat project heeft een klinkende naam gekregen: Artemis, de mythologische tweelingzus van Apollo.

De eerste missie, Artemis 1, staat zelfs al zo’n beetje voor de deur. Eind volgend jaar moet de zogeheten Orionmodule aan een drieweekse onbemande tour door de ruimte beginnen. Inclusief een trektocht van zes dagen om de maan.

Het ambitieuze plan laat zien hoe groot de haast is. Begin dit jaar riep de Amerikaanse vicepresident Mike Pence in een toespraak plotsklaps op tot een snellere terugkeer naar de maan, overigens zonder dat hij de nieuwe doelstelling eerst aan Nasa had voorgelegd. De landing moet vier jaar eerder dan gepland plaatsvinden, in 2024, riep hij resoluut. ‘Als onze onderaannemers die doelstelling niet kunnen halen’, waarschuwde Pence, ‘dan gaan we op zoek naar partners die dat wél kunnen.’

Dat de regering-Trump zo’n haast heeft, komt waarschijnlijk doordat ze de hete adem van de Chinezen in de nek voelen, speculeert Philippe Schoonejans. Hij is hoofd van robotica en toekomstprojecten bij de Europese ruimtevaartorganisatie Esa en zwaait in die hoedanigheid de scepter over ons aandeel in de geplande terugkeer naar de maan.

De Chinezen werken met succesvolle onbemande maanmissies langzaam toe naar een eerste bemande vlucht. Die zal naar verwachting voor 2030 plaatsvinden. ‘Ik vind het mooi wat ze in China doen’, zegt Schoonejans. ‘Ze schoten in 2003 een mens de ruimte in, plaatsten een lander op de achterkant van de maan, reden rond met een maankarretje en hebben de raketten voor de lancering van hun volgende maanmissies al klaarliggen. Ze tonen tomeloze ambitie. En omdat alles daar centraal geregeld is, gaat het ook nog eens snel.’

Daarom besloot de Amerikaanse regering de boel in eigen land maar weer eens op te jutten. ‘Zo’n politieke push is erg belangrijk’, zegt Schoonejans. ‘De speech van Pence kun je wat dat betreft wel vergelijken met de maanspeech van Kennedy, waarmee hij politieke druk uitoefende en het Apollo-project mogelijk maakte.’

Bij Nasa’s terugkeer naar de maan is Esa een partner. De Europeanen werken mee aan de bouw van de Orion-sonde. ‘Wij ontwikkelen een gedeelte van de voortstuwingstechnologie en werken aan de zonnepanelen van de lander’, zegt Schoonejans. ‘We gaan in de eerste fase nu alleen het hoogstnoodzakelijke doen, om die deadline van 2024 te halen. Daarna bouwen we uit, zodat we in de toekomst op betaalbare wijze herhaaldelijk kunnen terugkeren naar de maan.’

Bang dat de politiek de boel na dat eerste doel weer afblaast, of dat de zaak niet doorgaat als Trump zijn herverkiezing verliest, is Schoonejans niet. ‘Je hebt natuurlijk nooit zekerheid, maar ik kan me niet voorstellen dat een eventuele Democraat dit hele plan weer in de prullenbak gooit’, zegt hij.

Bovendien heeft één keer teruggaan relatief weinig zin. Het wordt pas echt de moeite waard wanneer op die dure eerste missie ook een vervolg komt. Bij de tweede fase draait alles om een nog te bouwen ruimtestation met de naam Gateway. Denk aan iets als het internationale ruimtestation ISS, maar dan kleiner. Per jaar moet dat station een maand lang bemand zijn, zodat landers vanaf daar naar de maan kunnen zakken, zo luidt de gedachte.

Dat station kan in de toekomst mogelijk ook een rol spelen bij missies naar Mars, bijvoorbeeld doordat daar onderdelen in elkaar gezet kunnen worden voor een ruimteschip dat naar de rode planeet kan vliegen. Een maanbasis of ruimtestation kan bovendien een handig tussenstation zijn. Daar een missie lanceren is onder meer vanwege de geringere zwaartekracht een stuk gemakkelijker (en dus goedkoper) dan vanaf de aarde. Zeker als je sommige onderdelen op de maan fabriceert. 

De toekomst van de ruimtevaart (50 jaar na de maanlanding). NASA is van plan om in 2024 de eerste vrouw op de maan te laten wandelen. Beeld Els Zweerink

Ruimtevaartconsultant Erik Laan denkt niet dat de Amerikaanse maanmissie veel kans van slagen heeft. Geld is het grootste probleem. ‘De technologie bestaat. Als het vijftig jaar geleden kon, kan het nu weer. Maar dan is meer nodig dan een speech. Dan heb je keiharde financiële toezeggingen nodig’, zegt hij.

Afgelopen juni maakte Nasa-chef Jim Bridenstine bekend dat er zo’n 20- tot 30 miljard dollar extra nodig is om de deadline van 2024 te halen. ‘Dat geld gaat er nooit komen’, zegt Laan. ‘Voor een missie zoals deze heb je brede steun nodig. Trump is een controversiële, toxische figuur. Die weet de neuzen nooit allemaal dezelfde kant op te krijgen. Kan het land onmogelijk net zo inspireren als Kennedy dat deed ten tijde van Apollo. Als Trump iets mooi vindt, vinden zijn tegenstanders het per definitie niets. Zélfs als het een goed idee is.’

Gene Cernan, de laatste mens op de maan kort na zijn derde maanwandeling. Zijn ruimtepak is vies van het grijze maanstof. Beeld Nasa

De eerste contouren van dat probleem tekenen zich al af, zegt Laan. Trump wilde dit jaar 1,6 miljard dollar extra naar Nasa sluizen, zodat het agentschap kon beginnen aan de bijgeschaafde maanambities. Dat geld was afkomstig uit voorraden van de zogeheten Pell Grants, overheidsbeurzen die de studiekosten dekken voor studenten die anders geen vervolgopleiding kunnen betalen. ‘Dat schoot in het verkeerde keelgat bij de Democraten’, zegt Laan. ‘Voorlopig zie ik dat geld er niet komen.’

Zelf houdt Nasa overigens nog een slag om de arm of het geld ook echt nodig is. ‘Schattingen over het budget zijn nogal fluïde’, mailt woordvoerder Kathryn Hambleton. ‘We zijn in dialoog met de regering en het Congres over de details van de juiste aanpak voor onze toekomstige missies naar de maan en naar Mars.’

Maar wat gebeurt er, vraagt Laan zich hardop af, wanneer Amerika besluit dat de enige manier om het budget voor de maanmissie rond te krijgen is om de geldkraan voor het ISS dicht te draaien? Op dit moment werkt Nasa bij Artemis samen met dezelfde ruimtevaartorganisaties als bij het ISS: die van Canada, Japan, Rusland en Europa. ‘Maar rond het ISS zijn allerlei internationale afspraken. De partners, waaronder Esa, zullen zich bij zo’n beslissing misschien wel terugtrekken uit Artemis. Voor Nasa is dat technologisch geen probleem: die kunnen heus ook wel die hele Orion-module bouwen’, denkt Laan.

Onderdeel van het geplande Artemis-programma is Gateway (hier als computertekening), een bemand ruimtestation in een baan om de maan. Beeld Nasa

Het maakt van de Verenigde Staten een onbetrouwbare partner. ‘Al sinds George Bush sr. wil elke president iets anders. Dan wil men weer naar Mars, dan weer naar de maan. Dan moet de focus op de spaceshuttle, dan weer op het ISS. Het is op die manier lastig beleid maken, want dit soort projecten duren langer dan de acht jaar waarin een president maximaal aan de macht is. Het wordt daarom tijd dat Europa zelf een grotere broek aantrekt als het om dit soort projecten gaat.’

Ondertussen zet Laan zijn geld op een Chinees als volgende maanbezoeker. ‘China benadert dit niet als een wedstrijd. Die zeggen: het kan ons niets schelen wie straks de eerste is. Wij gaan onze eigen gang. Met die instelling gaat het ze lukken.’

Schoonejans van Esa gelooft op zijn beurt juist dat de ambities voor de bemande Artemis-missies naar de maan haalbaar zijn. ‘Artemis 1 in 2020? Daar gaan we voor en dat is goed te doen. Ook Artemis 2, de eerste bemande vlucht – nog zonder maanlanding – zal de deadline halen. De doelstelling voor 2024 is wat spannender. Voor nieuwe voetstappen op de maan moet bijvoorbeeld nog wat technologie ontwikkeld worden. Dus 2024 is wel het streven, maar dan moet er wel voldoende geld achter zitten. Anders loopt het misschien toch iets uit.’

Een onderdeel voor de eerste Artemis-missie, een onbemande testvlucht richting maan die volgend jaar in de planning staat, arriveert bij Nasa's Kennedy Space Center in Florida. Beeld Nasa

Laan vindt het jammer dat Esa niet harder inzet op eigen, Europese bemande missies, maar snapt dat tegelijk wel. ‘Vanuit het oogpunt van beleidsmakers is bemande ruimtevaart moeilijk verkoopbaar. Kijk naar het ISS. Daar zijn we nu zo’n twintig jaar mee bezig, en wat heeft het opgeleverd? Er is geen Nobelprijs uitgereikt voor onderzoek op het ISS. Geen nieuw apparaat ontwikkeld dat nu bij iedereen thuis hangt. Natuurlijk zijn er hier en daar wat kleine doorbraken, maar in het grote plaatje van de voortgang van de wetenschap is het marginaal.’

Volgens hem moeten we daarom zo snel mogelijk ophouden met geforceerd zoeken naar zakelijke of wetenschappelijke motieven. ‘Met die argumenten kom je er niet.’ Hij ziet in menselijke exploratie vooral een verlengde van de kunsten, iets dat het leven rijker maakt. ‘Kijk naar schilderijen van Rembrandt, muziekstukken van Bach, die zijn toch ook onbetaalbaar? Het Rijksmuseum zal nooit zeggen: we verkopen De Nachtwacht, zodat we morgen een deel van het wereldwijde armoedeprobleem kunnen aanpakken. Net zo zou het moeten gaan met de bemande verkenning van het heelal. De eerste mens op Mars zal de hele wereld inspireren. Het kost misschien veel geld – een fractie overigens van wat we jaarlijks op aarde aan wapens uitgeven – maar technologisch is het mogelijk. Ik zou zeggen: waar wachten we nog op?’

Computertekening van ruimteschip Orion, waarmee Nasa de eerste vrouw op de maan wil zetten. Beeld NASA/ESA/ATG Medialab

Koloniseer het zonnestelsel

Waarom ophouden bij de maan en Mars? In sciencefictionfilms en -boeken heeft de mensheid vaak het gehele zonnestelsel in zijn grip en vliegt vervolgens door naar nóg verdere bestemmingen. Naar planeten die draaien om andere sterren dan de zon, bijvoorbeeld.

Voor die laatste doelstelling hebben we voorlopig de technologie nog niet, zegt Philippe Schoonejans (Esa). Zeker niet om het bemand te doen. De afstanden tussen de sterren zijn zo groot dat de reis langer duurt dan een mensenleven. Het is niet uitgesloten dat het ooit lukt, maar de kans dat iemand van ons dat nog meemaakt is klein.

Bovendien lijkt ook veel van het zonnestelsel absoluut uitgesloten. Planeten die dichterbij de zon staan - Venus, Mercurius - zijn simpelweg te heet voor menselijk bezoek. Verder weg, voorbij Mars, vind je nog slechts gasreuzen. Planeten waar je als mens onherroepelijk in wegzakt, als de heersende weersomstandigheden je niet eerst de kop kosten. Mogelijk zijn verre manen, zoals Europa of Titan - die Nasa gaat bezoeken met een onbemande sonde - in de toekomst interessante bestemmingen. Maar dan moeten we die eerst wat beter kennen.

‘Bij Esa denken we daarom nu na over de maan, en voorzichtig al een beetje over Mars. Ook kijken we naar de mogelijkheden van een permanente Moon Village, dat de eerste bewoonbare basis op een ander hemellichaam zou moeten worden. Heel soms heeft iemand het over een permanente basis op Mars, maar zelfs dat raakt al aan filosofische vraagstukken waarop we nog geen antwoord hebben. Willen we een soort worden die ook op de Maan en op Mars leeft? Maar verder dan dat kijken we niet. Dat heeft geen enkele zin’, zegt Schoonejans. De kolonisatie van het gehele zonnestelsel zal dus nog even op zich laten wachten.

Plotsklaps wil de hele wereld weer naar de maan

Na China wil iedereen weer naar de maan, al berusten de meeste plannen op sciencefiction. Wie gaat er naartoe? En wat wil men daar? Of zien we vooral verplasserij in de ruimte?

Chinese satelliet neemt aardappelen en bloemen mee naar ‘donkere kant’ van de maan. Vier vragen over de China's terugkeer naar onze kosmische buurman.

‘Het is tijd om naar de maan te gaan’, sprak Amazon-baas Jeff Bezos bij een persconferentie. Kort daarvoor kondigde Bezos de ‘Blue Moon’ aan, een nieuwe maanlander waar zijn ruimtevaartbedrijf ‘Blue Origin’ aan werkt. Hoe haalbaar is dit nieuwe plan van de miljardair?

De Amerikanen willen in 2024 weer een astronaut op de maan zetten. Waarom dit plan, meer dan vijftig jaar na de eerste bemande reizen? Prestige speelt een belangrijke rol.

Na de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en China had Israël vanavond het vierde land kunnen worden dat op het oppervlak van de maan landt, maar tijdens die landing ging het mis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden