Na vijf jaar was Haroon wel klaar met het gesnurk

Het duurt even voor Haroon Ali zijn snurkende partner zo ver krijgt dat hij zich laat nakijken.

'Ga op je zij liggen.'

Mijn vriend antwoordt met een geërgerde kreun.

'Armando, ga op je zij liggen, je snurkt!'

'Ga gewoon slapen, je let er te veel op.'

'Ik sliep al, maar ik werd wakker van jouw gesnurk.'

'Ik ga wel op de bank liggen, anders blijf je me lastigvallen.'

'Prima, en als je wat gezonder zou leven, hadden we dit gezeik niet.'

Mijn vriend slaat de slaapkamerdeur dicht en schuifelt richting de woonkamer.

Slaaponderzoekers stellen dat snurken een van de meest genoemde redenen is om te scheiden en dat veel stellen daarom apart slapen, al variëren de statistieken nogal. Het is in elk geval duidelijk dat een snurkende partner de liefde in de slaapkamer kan vergallen. Nu zal het bij ons niet zover komen. De volgende ochtend doen we weer lief tegen elkaar, maar het is wel vermoeiend.

Ten eerste is er het snurkgeluid zelf, dat voor degene die het moet aanhoren vaak door merg en been gaat. Oordoppen dempen het geluid iets, maar niet veel. En als je er eenmaal op let, hoor je niks anders meer. Opnieuw inslapen kun je vergeten, totdat je partner uit de slaapkamer is verwijderd - of je een kussen op zijn of haar hoofd duwt. En op de ergste nachten heb ik dit zeker overwogen. De liefde van mijn leven was ineens een zoemende mug die moest worden verpletterd.

Wat de situatie nog frustrerender maakt, is dat de snurker jou een aansteller vindt. Mijn vriend hoort zijn gesnurk niet, dus hij snapt niet hoe vervelend het is. Ik snurk zelf bijna nooit (tenzij ik écht veel heb gezopen), dus hij kan zich er niks bij voorstellen. Daarom overdrijf ik, moet ik hem met rust laten en ben ik onredelijk omdat ik hem naar de bank verban. Ik ben de boosdoener, niet hij.

We zijn nu vijf jaar bij elkaar en ik moet zeggen dat ik me de eerste jaren kranig heb geweerd. Maar hoe meer ik besef dat wij waarschijnlijk de rest van ons leven naast elkaar slapen - wat meestal heel knus en fijn is - hoe belangrijker het wordt dat we deze stoorzender ontmantelen. Na een nieuwe reeks lawaaiige nachten besluit ik dat de maat vol is. Voortaan in een aparte kamer slapen vinden we allebei een seksloos, bejaard idee, dus stuur ik Armando naar een slaapcentrum.

Natuurlijk gaat ook dat niet zonder slag of stoot. Het duurt een half jaar voor hij een afspraak maakt bij het Slaap- en Apneucentrum van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Vervolgens start een eindeloos traject van kennismakingen, intakes en vragenlijsten. Ik houd het niet meer bij, maar we lijken geen stap dichter bij een oplossing te komen. Dat ligt niet aan het OLVG, maar vooral aan Armando's laksheid (en al die tussenstappen). Ik blijf maar drammen: wanneer is de volgende afspraak?

Na een jaar (!) wordt hij eindelijk opgenomen voor onderzoek. Hij moet er een nacht blijven slapen, zodat de artsen kunnen meten hoe intensief hij snurkt, wanneer zijn adem stokt en hoe hij ligt. Armando moet er 's middags al zijn en ik mag voor het slapen op bezoek komen. Als hij me ophaalt in de ziekenhuislobby, schrik ik me rot. Hij heeft een netje op zijn hoofd, een kastje op zijn borstkas, waaruit allemaal draden komen. Hij heeft ook zo'n plastic tube voor zijn neusgaten hangen, wat de terminale gevallen in ziekenhuisseries ook hebben. Ik heb bijna medelijden met hem - bijna.

Het onderzoek bevestigt wat ik al dacht: mijn vriend scoort een 16 op de Apneu-Hypopneu Index. Dat wil zeggen: het aantal keer dat je adem gemiddeld per uur wordt geblokkeerd, in alle gradaties. Een score van 5 tot 15 duidt op lichte slaap-apneu, Armando heeft matige apneu en alles boven de 30 is ernstig. Het onderzoek toont aan dat hij niet alleen vaak en hard snurkt, maar dat het ook zijn nachtrust nogal verstoort. Uit het verslag: 'Patiënt heeft last van een stokkende ademhaling, niet verfrissende slaap en vermoeidheid overdag.' Hoewel Armando dit niet hardop erkent, zie ik dat er een lampje gaat branden. Het gaat niet alleen om mijn irritaties, maar ook om zijn gezondheid.

De kno-arts geeft hem twee opties: of hij gaat onder het mes, wat het probleem in één keer oplost, of hij krijgt een Mandibulair Repositie Apparaat, een op maat gemaakte, verstelbare snurkbeugel die zijn onderkaak iets naar voren haalt en voorkomt dat zijn tong in zijn keel valt tijdens het slapen. De beugel is niet ingrijpend, maar geeft ook minder garantie op succes. Armando weigert een operatie, dus hij laat de beugel maken, wat weer een aantal afspraken kost en dus een aantal maanden duurt. Uiteindelijk komt hij thuis met de heilige graal: twee roze plastic hoesjes voor zijn onderste en bovenste rij tanden - een flashback naar de puberteit.

De snurkbeugel helpt, ook al wil Armando dat niet echt toegeven. ('Ik vind het vooral heel duur, ik heb er twee keer mijn eigen risico van 380euro aan uitgegeven!') Hij snurkt minder en slaapt rustiger. Maar het 'bitje' - zoals hij het oneerbiedig noemt - zit niet lekker, ook omdat hij het te onregelmatig gebruikt. En áls hij het indoet, vlak voor het slapengaan, kijkt hij mij gepijnigd aan en trekt een lelijke bek, om mij een schuldgevoel te geven. Vaak doet hij de snurkbeugel halverwege de nacht weer uit. In het donker hoor ik dan het getik van de plastic plaatjes tegen het nachtkastje.

'Armando, doe je je bitje in?'

'Neehee, niet vanavond!'

'Maar we hebben een paar drankjes op, dat wordt weer snurken.'

Armando kijkt me pissig aan, maar doet het bitje in.

Ik geef hem een kus op zijn opgezette lippen.

'Slaap lekker, babe.'

Armando kan door het bitje niets terugzeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden