Ná de prik, niet dóór de prik

Veel van de weerstand tegen de griepprik, vorig jaar, betrof bijwerkingen. Statistieken, hier en elders, blijken geruststellend...

Op de lijst met meldingen van bijwerkingen van de vaccins tegen de Mexicaanse griep komen een paar wonderlijke ziektebeelden voor: geeuwen (twee meldingen), cellulitis (ook twee), een woede-aanval (twee keer), gekreun (drie meldingen), een kater (een keer), onhandigheid (een keer). Maar de rest van het overzicht dat het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb bijhoudt, biedt op het eerste gezicht een verontrustend beeld.

Ruim 7.400 meldingen zijn de afgelopen drie maanden binnengekomen, 2.750 over Focetria (waarmee ruim een half miljoen kinderen en hun ouders werden ingeënt) en 4.660 over Pandemrix (bestemd voor zo’n vier miljoen patiënten uit de risicogroepen). Dagelijks komen nog tien meldingen binnen, zegt Eugène van Puijenbroek, hoofd van de analyse-afdeling van het Lareb. Koorts, een pijnlijke prikplek, spierpijn en hoofdpijn scoren hoog.

Maar daarnaast zijn veel ernstige klachten gemeld: hartaanvallen, ms, diabetes, epilepsie, hersenoedeem. Zestien sterfgevallen staan geregistreerd, plus twee miskramen en tien baby’s die voor de geboorte overleden.

Zijn de vaccins de oorzaak? Dat is de lastige vraag die het Lareb moet zien te beantwoorden. In alle Europese landen waar de pandemische vaccins zijn gebruikt, wordt geprobeerd de gemelde bijwerkingen te duiden. Het Europese geneesmiddelenagentschap EMA verzamelt alle gegevens en brengt regelmatig verslag uit.

Nog nooit was de behoefte aan publieke uitleg zo groot als nu. De angst voor bijwerkingen van de onbekende vaccins was groot en actiegroepen wisten dit najaar via het internet het verzet tegen de massavaccinatie te mobiliseren.

Vergeleken met andere Europese landen is het aantal meldingen in Nederland groot, zegt Van Puijenbroek – dankzij het Lareb, dat herhaalde oproepen deed om bijwerkingen door te geven. Ook de media-aandacht heeft een rol gespeeld, vermoedt hij.

Om het verband tussen vaccins en ziektebeelden te achterhalen, worden internationaal diverse methoden gehanteerd. Allereerst zijn de ernstige meldingen geverifieerd. Bij het Lareb nam een team van artsen en apothekers contact op met de patiënt of diens huisarts of specialist. Van Puijenbroek: ‘We wilden weten wanneer de bijwerking was opgetreden, wat de verschijnselen waren, of er onderliggende risicofactoren waren. Daardoor konden we zo objectief mogelijk beoordelen of het vaccin tot de oorzaken kon behoren. Klinisch onderzoek van al die patiënten was uiteraard onmogelijk.’

De tweede methode moet het verschil blootleggen tussen ziekte die is ontstaan dóór vaccinatie en ná vaccinatie. Dat kan alleen door het aantal meldingen te vergelijken met het verwachte aantal spontane ziektegevallen. Daarvoor werd in Europees verband van een aantal ernstige aandoeningen de incidentie in kaart gebracht. Nooit eerder werd dat op zo’n grote schaal gedaan, zegt Miriam Sturkenboom, hoogleraar analyse observationele data aan het Rotterdamse Erasmus MC.

Sturkenboom coördineert dat deel van het Europese onderzoek, dat wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese gezondheidsdienst ECDC en de Brighton Collaboration, een internationale organisatie die zich bezighoudt met de veiligheid van vaccins. Van twaalf zeldzame ernstige aandoeningen, die in verband kunnen worden gebracht met vaccinatie, is in acht landen vastgesteld hoe vaak die normaal gesproken voorkomen.

Het gaat onder meer om het syndroom van Guillain-Barré (een auto-immuunziekte), Bellse parese (aangezichtsverlamming), encefalitis (hersenontsteking) en convulsies (toevallen).

Eén incidentiecijfer voor heel Europa is te onnauwkeurig, legt Sturkenboom uit. Van de aandoeningen verschilt het aantal ziektegevallen per land, soms ook per sekse en per leefijdscategorie.

In december wees een internationale onderzoeksgroep in The Lancet al op het belang van dergelijke achtergrondcijfers voor het vaststellen van de veiligheid van vaccins. De onderzoekers hadden die cijfers voor sommige landen uitgezocht: zo doen zich per 10 miljoen Britten in de eerste zes weken na vaccinatie spontaan 21,5 gevallen van Guillain-Barré voor en 5,75 onverklaarbare sterfgevallen.

Sturkenboom: ‘Het is van groot belang het publiek erop te wijzen dat ziekten normaal gesproken ook in de bevolking voorkomen. Temeer daar veel gevaccineerden tot een risicogroep behoren.’

De Europese cijfers wijzen uit dat er tot nu toe niets ernstigs aan de hand is. Van alle ziektebeelden blijft het aantal gerapporteerde gevallen ver onder het aantal verwachte gevallen, constateert de EMA in de wekelijkse overzichten.

Ook het aantal sterfgevallen wordt zo geanalyseerd. Tot 7 februari (de meest recente gegevens) werden minstens 36,3 miljoen Europeanen gevaccineerd. Er werden 155 sterfgevallen gerapporteerd. Vier ervan waren onverwacht, in de andere gevallen werd de oorzaak achterhaald of speelde een onderliggende ziekte of ouderdom een rol. Europese sterftecijfers wijzen uit dat van die 36,3 miljoen gevaccineerden er iedere dag duizend sowieso waren gestorven, aldus de EMA. ‘Die cijfers moeten we in het achterhoofd houden.'

De (minstens) 322 duizend Europese zwangeren die werden gevaccineerd, hebben 106 miskramen, doodgeboorten en sterfgevallen van ongeboren kinderen gemeld. Dat is een fractie van het reguliere aantal, schrijft de EMA in de laatste rapportage die woensdag verscheen. Conclusie: er is geen aanwijzing dat de vaccins schadelijk waren voor de zwangerschap.

De kans op stemmingmakerij is met deze aanpak beperkt, aldus Sturkenboom: ‘Je hoeft niet in het defensief maar kunt actief reageren.’ Dat is van belang, zegt ze, om ongefundeerde beweringen over bijwerkingen de kop in te drukken én om eventuele alarmerende signalen snel op te kunnen pikken. Vier jaar geleden werd in Israël de vaccinatiecampagne tegen de seizoensgriep stilgelegd omdat de dag na de griepprik 4 gevaccineerden overleden. Ze waren al oud (vandaar de griepprik) en hadden onderliggende klachten. Pas toen werd aangetoond dat 24 uur na vaccinatie in die bevolkingsgroep geen 4, maar 20 doden te verwachten waren geweest, kon de campagne voortgaan.

Was de vaccinatieangst van het afgelopen najaar onterecht? Omdat langetermijneffecten mogelijk zijn, blijft de EMA onderzoek doen en laat het Lareb de meldingsformulieren voorlopig nog op de site staan. Maar tot nu toe, onderstreept Van Puijenbroek, zijn nergens in Europa verontrustende bijwerkingen ontdekt.

De angst voor bijwerkingen van vaccins is zwaarder gaan wegen dan de vrees voor de ziekten zelf, constateerde de Zwitserse hoogleraar vaccinologie Claire-Anne Siegrist anderhalf jaar geleden in het Journal of Public Health. ‘Omdat paradoxaal genoeg dankzij vaccinatie die ziekten niet meer bestaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden