Zilverstaven afkomstig van het VOC-schip De Rooswijk dat in 1740 bij Zuid-Engeland verging.
Zilverstaven afkomstig van het VOC-schip De Rooswijk dat in 1740 bij Zuid-Engeland verging. © ANP

Na 300 jaar geeft VOC-schip De Rooswijk zijn schatten prijs

Gezonken schip geborgen voor Engelse kust

De 300 jaar oude uienfles zit vol, maar zit er ook wijn in? Of is het Noordzeewater? In een havenloods in de Engelse kustplaats Ramsgate haalt Elisabeth Kuiper het object dat duikers hebben gevonden op het wrak van het gezonken VOC-schip De Rooswijk uit een bak water. De postdoc-student Conservering en Restauratie aan de UvA wijst op de hals. 'Dat kan een kurk zijn, wat we natuurlijk hopen, maar even goed is het gewoon zand en grind. Dat is een van de geheimen die we moeten oplossen.'

De kruik is een van de tientallen objecten in het conserveringslab. Er liggen onder meer een gesp, Mexicaanse munten, loden kogels, lepels, stukken hout, een olielampje, een stuk wijnglas en een kist die nog niet open kan worden gemaakt. Op het handvat van een pistool is het logo van de VOC zichtbaar. Elders in de haven ligt de onderzoeksboot De Terschelling, waar een ploeg van Britse en Nederlandse maritieme archeologen dag en nacht duikt op het wrak van de 44 meter lange Oostindiëvaarder die op 9 januari 1740 is vergaan.

Lees verder onder de foto.

De scheepsramp vond plaats op de Goodwin Sands, een aantal zandbanken voor de kust van Kent waar bij eb weleens wordt gecricket. Door de eeuwen heen zijn de zandbanken veranderd in een begraafplaats voor schepen. William Shakespeare liet er een schip vergaan in De Koopman van Venetië en in een van zijn gedichten noemt W.H. Auden het vergaan van een schip 'een winkel openen op Goodwin Sands'. In dit 'onderwater-Pompeii' ontdekte een amateurduiker in 1996 toevallig het wrak van De Rooswijk, dat onderweg van Texel naar Indië zonk.

Ruim tien jaar geleden werden de kostbaarheden - waaronder zilveren baren - al opgedoken door de duiker Rex Cowan die ook het 't Vliegend Hert had opgedoken. De Rooswijk is het eerste gezonken VOC-schip dat helemaal wetenschappelijk wordt onderzocht. 'Het is een unieke kans om meer te weten te komen over die tijd,' zegt Martijn Manders, die het onderzoek leidt namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 'hoe was het leven aan boord voor de 250 man tijdens een maandenlange reis? Hoe was het schip gebouwd?'

Hoe was het leven aan boord voor de 250 man tijdens een maandenlange reis?

Martijn Manders, onderzoeksleider Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Op een zonnige vrijdagmiddag leidt hij Cultuurminister Jet Bussemaker rond op de oude ijsbreker. Ze bekijkt hoe duikers driedimensionale beelden gebruiken en leert dat 'stofzuigers' het schip, deze tijdcapsule, blootleggen. Ook zet de bewindsvrouw een duikershelm op en laat ze een perslucht cilinder aan haar rug binden om idee te krijgen van het zware duikwerk.

Manders, die al 27 jaar in het vak zit en met plezier aankomende archeologen bij het project betrekt, ziet dingen die hij niet eerder heeft aangetroffen, zoals grote koperen platen. 'Die waren niet alleen bedoeld voor bouwwerkzaamheden in de Oost, maar ook als ballast om het schip stabiel te houden.'

Lees verder onder de foto.

De hoop is nu om meer te weten te komen over de bemanning van kapitein Daniel Ronzieres. Dat kan aan de hand van lichamelijke resten. Zo is er al een scheenbeen gevonden en aan de hand van DNA-testen hoopt men na te gaan of er nog nabestaanden van deze drenkeling zijn. Deze vondst is niet te zien tijdens de open dagen die Historic England tot 19 september houdt. 'Dat is uit respect voor de doden,' zegt Elisabeth. De heilige graal vormen de brieven, maar de kist waarin ze zaten is na de ramp meegenomen door plaatselijke vissers. Er bestaat nog steeds hoop dat ze opduiken, op een stoffige Engelse zolderkamer wellicht.