Mysteries naar bijbels voorbeeld

DE AUSTRALIER Tim Winton (1960) werd op zijn 21ste in één klap beroemd door zijn roman An Open Swimmer. Het was het debuut van een 'wonderkind', zoals hij werd genoemd....

Hij was toen, zegt hij, een boerenkinkel uit de provincie. 'Ik had nog nooit gevlogen, nog nooit in een hotel geslapen, nog nooit in een taxi gereden en ineens stond ik op de voorpagina's van alle kranten, vloog naar Sydney, werd daar in taxi's rondgereden en overnachtte in hotels.'

Zijn bekendheid bleef niet tot het eigen territorium beperkt, al duurde het enige tijd voordat zijn naam in het buitenland doordrong. Lof werd hem daar toegezwaaid voor Cloudstreet (1991), maar toen twee jaar geleden The Riders werd genomineerd voor de Booker Prize, ging zijn naam de hele wereld over. Zijn boeken werden in vijf talen vertaald, waaronder het Nederlands, en nog dit jaar beginnen, onder andere in Amsterdam, de opnamen voor de film die Jean Campion (The Piano; An Angel at my Table) van The Riders gaat maken.

De boeken van Winton zijn spannend en onderhoudend, maar ook serieus en moralistisch van ondertoon. Vooral in de eerste twee romans is 'schuld' een belangrijk onderwerp. In In het holst van de winter voelt de oude Maurice Stubbs zich schuldig, omdat bij een uit de hand gelopen wraakactie een hele boerderij in vlammen is opgegaan, waarbij de erin woonachtige vrouw om het leven kwam. In Cloudstreet gaat zowel vader Lamb als zijn zoon Quick gebukt onder schuldgevoel, onder meer vanwege een ongeluk dat de andere zoon, Fish, op een ernstige hersenbeschadiging kwam te staan.

Opvallend zijn de bijbelse echo's in Wintons werk. Die religieuze associaties en toespelingen zijn geen toeval. 'Ik interesseer me voor godsdienst', zegt Tim Winton, 'om zowel culturele als persoonlijke redenen. Ik ben in een erg religieus gezin opgegroeid. Mijn ouders waren bekeerlingen in de tijd dat Billy Graham en de zijnen als een leger over de wereld trokken en overal mensenmassa's tot het ware geloof riepen. Ook mijn ouders, maar ze werden nooit zo religieus dat ze geen besef meer hadden van de wereld buiten de kerk. Hun geloofsovertuiging had belangrijke sociale gevolgen voor ons gezin.

'Dat zit zo. In de jaren zestig worstelde Australië nogal met zijn culturele identiteit. We zijn lang tamelijk dorps gebleven, een mentaliteit die in de jaren zestig verdween door de veramerikanisering. Bulldozers ploegden een stuk bush om en men zei: kijk, dit wordt jullie nieuwe buitenwijk, hier gaan jullie wonen. Die buurten werden slaapsteden waar niets gebeurde. Bij ons thuis bleef door de kerk de dorpse sfeer bestaan, een traditionele manier van leven, die contacten tussen volwassenen en kinderen en tussen kinderen onderling mogelijk maakte.

'Een tweede goede kant van mijn protestantse jeugd is dat ik ben opgegroeid met de Bijbel. Die heeft mij een tekstuele cultuur geschonken, een literaire basis. Vooral het Oude Testament. . ., daarbij vergeleken is Shakespeare lauwe thee. Die is wel interessant, maar als het gaat om moord, incest en andere erge dingen leer je meer uit de Bijbel. Het Oude Testament heeft mij als schrijver gevormd; het heeft ook mijn voorliefde voor verhalen gevoed, de magie ervan. . ., het heeft me altijd geboeid.'

Net als in de Bijbel vind je in Wintons boeken tamelijk wat irrationele dingen. In In het holst van de winter bijvoorbeeld waart een mysterieus monster rond, dat de verpersoonlijking van het Kwaad lijkt te zijn. In Cloudstreet komt een sprekend varken voor, dat verschillende talen beheerst. In De ruiters komen figuren voor die zo uit de Middeleeuwen lijken te zijn weggelopen (of zijn het de Ruiters van de Apocalyps?). Vreemd is het soms wel.

Winton lacht: 'Wat is er zo vreemd aan een sprekend varken? Er zijn mensen die zulke dingen in de literatuur 'magisch-realistisch' noemen, zoals bij Gabriel García Márquez. Ik vind die term hoogst irritant. De schrijfster en essayiste Joan Didion zei eens: 'Ik heb altijd gedacht dat García Márquez een magisch-realist was, totdat ik zijn land bezocht en mij realiseerde dat hij gewoon een journalist was en dat je in Colombia nog veel krankzinniger dingen meemaakte dan hij in zijn boeken beschreef.'

'Ik denk dat het leven veel vreemder en ingewikkelder is, en veel moeilijker te bevatten met rationele middelen, dan wij ons wijsmaken. We leggen een soort mantel van rationaliteit over de chaos van het leven, en geloven niet eens dat dit werkt, maar geven onszelf daarmee wel het gevoel dat we de boel onder controle hebben en dat we de wereld begrijpen. Elk idee, elke ideologie die het leven moet verklaren, is alleen maar een soort raamwerk, een vergiet eigenlijk, waar de werkelijkheid doodleuk doorheen sijpelt.

'Ik heb geen idee waar die Keltische ridders in De ruiters vandaan komen. Op een gegeven moment schreef ik de scène waarin Scully ze ziet en ik heb een tijdlang geaarzeld of ik ze in het boek moest opnemen of ze er weer uit moest schrijven. Uiteindelijk vond ik dat ze erin hoorden. We stuiten in het leven voortdurend op merkwaardige voorvallen, maar we hebben als volwassenen geleerd ze te negeren. Als kind hebben we een veel opener kijk en accepteren we het dat wonderlijke zaken deel uitmaken van het leven.

'Volwassen zijn betekent in onze cultuur het volledige verlies van alle illusie, en dat noemen we dan rijpheid. Realisme is niet meer dan een uiterst maniëristische techniek om de werkelijkheid te beschrijven. Schrijf maar eens een volledig realistiche dialoog. Die wordt onleesbaar en stomvervelend omdat hij te 'waar' is.'

Wintons jongste roman, De ruiters, vertelt over het Australische echtpaar Scully en Jennifer, die zich met hun zevenjarige dochtertje Billie in Ierland vestigen. Scully reist vooruit om een oud arbeidershuisje bewoonbaar te maken. Op de dag dat vrouw en kind zouden volgen, arriveert alleen Billie op de luchthaven, te zeer in een shocktoestand om te kunnen praten en de afwezigheid van haar moeder te verklaren.

Wat volgt is een lange, vergeefse speurtocht door Griekenland, Italië, Parijs en Amsterdam, waar het boek zijn apotheose vindt (al volgt nog een epiloog in Ierland). Daar, in een café dat hij Gebed Zonder End noemt - waarvoor Kapitein Zeppos, een café in het steegje Gebed Zonder End, model stond - belooft Scully zijn dochtertje dat de queeste ten einde is.

Voor Winton staat dit besluit gelijk met de acceptatie dat hij geen redelijke verklaring zal vinden voor het verdwijnen van zijn vrouw. Hij weet, net als de lezer, niet meer dan dat Jennifers verdwijning vermoedelijk een kwestie van vrije wil is, maar hij kan slechts gissen naar de achtergronden van haar beslissing zich niet bij man en kind te voegen.

Winton: 'Als Australische man heeft Scully niet veel op met mysteries. En nu wordt hij geconfronteerd met het feit dat de bodem onder zijn bestaan is weggevallen, zonder dat hij de flauwste notie heeft waarom. Dus gaat hij iets ondernemen, want je kunt in het perspectief van de meeste westerse mannen nog beter iets stoms doen dan helemaal niets.

'Zijn weigering te accepteren dat sommige dingen nu eenmaal niet te begrijpen zijn, drijft hem tot een krankzinnige tocht door Europa. Uiteindelijk moet hij kiezen tussen het leven, in al zijn mysterieuze weerbarstigheid, of tot het uiterste doorgaan met het niet accepteren van het mysterie, met onvermijdelijk de dood als gevolg.'

Hoewel De ruiters deels de structuur heeft van een detectiveroman, is er één belangrijk verschil: Winton weigert in de laatste hoofdstukken alle verhaaldraden keurig af te hechten en alles op zijn plaats te laten vallen. De lezer die uit is op de oplossing van het raadsel, blijft met lege handen achter. Winton geeft toe dat hij daarmee een risico heeft genomen. 'Sommige lezers zullen zich aan het eind van het boek bedrogen voelen. Ik zat eens in een televisieprogramma, waarvan de presentator het boek oppakte en op de vloer smeet uit pure frustratie, simpelweg omdat het niet alle vragen beantwoordde die het stelde.

'Detectives doen dat wel, maar dat is juist mijn bezwaar tegen het genre. De eerste helft van een detective vind ik alijd heel aardig: er wordt een mysterie neergezet, je leert allerlei personages kennen die iets met dat mysterie te maken hebben, enzovoort. Maar dan in de tweede helft gaat het voortdurend bergafwaarts en worden alle problemen keurig voor je opgelost, zodat er ten slotte niets meer te vragen overblijft en je het boek met een gerust hart kunt vergeten. Ik wil dat er bij de lezer iets blijft zeuren. Alsof hij een splinter in zijn vinger heeft.'

Hans Bouman

Tim Winton: De ruiters.

Uit het Engels vertaald door Molly van Gelder.

De Geus; 333 pagina's; ¿ 49,90.

ISBN 90 5226 411 2.

Tim Winton: Cloudstreet;

Uit het Engels vertaald door Molly van Gelder.

De Geus; 395 pagina's; ¿ 17,50.

ISBN 90 5226 358 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden