MUSEA MET SMETVREES

Vorige week gaf het Metropolitan Museum in New York onder meer de Euphronios Krater terug aan Italië. Het lijkt een voorbeeld van een nieuwe houding van musea ten opzichte van 'kunst met een verleden'....

Bestaan er nog wel museale zekerheden in dit tijdsgewricht? DieEgyptische tempel van Taffeh, eerste eeuw v. Chr., en sinds 1979 blikvangerin de monumentale entreehal van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden -is dat eigenlijk geen anachronisme, vandaag de dag? Die expositie over demeer dan 2600 jaar oude mummie van de Egyptische priester Anchhor - iszoiets wel koosjer, tegenwoordig?

Zelfverzekerd lopen directeur a.i. Michiel Verschuijl en hoofdcollectiemanagement Steph Scholten tussen de zuilen van het heiligdom inde hal. Volstrekt ethisch, dit. Het waren de Egyptische autoriteiten zelfdie de tempel aan Leiden schonken, als dank voor de Nederlandse bijdragein de jaren zestig aan het in veiligheid brengen van cultureel erfgoed datin de knel dreigde te raken door de aanleg van de Aswan-dam; ook dezetempel moest worden ontmanteld.

Voor het etaleren van priester Anchhor is er evenmin reden zich bezwaardte voelen. Het is een van de 31 mummies uit de collectie die hier met degrootste zorg worden omringd. Dat is lange tijd in Egypte zelf wel andersgeweest, daar reden de treinen ooit met ketels waarin mummies werdenopgestookt.

Maar ze kijken niet langer op van dergelijke vragen. Musea hebben dezerdagen weer veel uit te leggen. De nazaten van de joodse kunsthandelaarGoudstikker zagen vorige maand hun claim bij de Nederlandse overheid opruim tweehonderd schilderijen 'op morele gronden' gehonoreerd. Italiëdwong vorige week het machtige Metropolitan Museum of Art in New York totteruggave van de Euphronios Krater en verwante artikelen. De mores op zalenvol antiquiteiten en etnografica staan weer in de schijnwerpers.

De verwachting is dat die de komende jaren zwaarder dan voorheen op deproef zullen worden gesteld. Landen rond de Middellandse Zee, zoalsItalië, Griekenland, Turkije en Egypte, roeren zich, gesteund door beterepolitieke en wettelijke instrumenten. Moeten bijvoorbeeld de Steen vanRosetta, met de sleutel tot ontcijfering van het hiëroglyfenschrift, ende Elgin Marbles, de friezen van het Parthenon in Athene - beide in hetBritish Museum in Londen - niet terug naar de landen van herkomst? OokAfrikaanse en Aziatische landen zullen hun vinger opsteken, onder invloedvan een sterker nationaal bewustzijn, groeiende welvaart en irritatie overde voortgaande plundering van hun archeologische schatten.

Is de geest uit de fles? Harrie Leyten, lid van de ethische commissievan de Nederlandse Museumvereniging en oud-conservator van het Tropenmuseumin Amsterdam, twijfelt niet. 'Italië heeft in New York een grote visgevangen - en er gaan zeker meer visjes volgen.'

In Leiden stonden de carabinieri al eens op de stoep.

In een zaal boven de tempel van Taffeh staat in een vitrine, fraaiuitgelicht, een Grieks harnas uit brons, 340-330 v. Chr.; het patina is inal die eeuwen erna donkergroen gekleurd. Het harnas bestaat uit een helm,borststukken, scheenbeschermers en een gordel. Het Rijksmuseum van Oudhedenkocht het, met behulp van sponsors, in 1997 aan op de internationalekunstbeurs Tefaf in Maastricht voor 130 duizend gulden - onder de indrukvan de anatomische vormgeving en overtuigd van een kreukvrij verleden: deverkoper was een Zwitserse handelaar van naam en faam. Maar ruim drie jaarlater eisten de Italiaanse autoriteiten het harnas op: het zou illegaalzijn opgegraven in Zuid-Italië. In 2004 bepaalde de rechtbank in Den Haagdat er geen bewijs voor diefstal bestond, het harnas kon in Leiden blijven.

Geen misverstand, directeur Verschuijl en hoofd collecties Scholtenbeklemtonen dat er geen wroeging bestaat over de aankoop. Weliswaarvertoont de provenance, het geheel van documenten waaruit de geschiedenisvan het stuk valt op te maken, 'enkele lacunes', maar niets wees, en wijst,op onrechtmatigheden. 'Misschien had je een tikje dieper moeten graven',stelt Scholten nu vast. Maar dat heeft weinig zin: de handelaar isoverleden, zijn firma geliquideerd. 'Mochten er nieuwe aanwijzingen komen,dan willen we daar graag naar kijken.'

Het is een vertrouwd patroon bij rondvraag in de bedrijfstak: deverdedigende stellingen zijn snel betrokken. Nee, met de aankoop vanobjecten met een dubieus verleden laten wij ons niet in. De provenanceweegt zwaar. Experts worden geraadpleegd. Honderd procent zekerheid is erniet - zeker met eeuwenoude objecten wil de verslaglegging wel eens eendecenniumpje overslaan - maar 'de lat ligt hoog', verzekeren conservatoren.Het nieuwste adagium: bij twijfel niet kopen. Smetvrees zet de toon.

Scholten van het RMO: 'Wij hanteren als vuistregel dat je zeker enkeletientallen jaren terug moet kunnen kijken wat er precies is gebeurd. Maarhet verschilt natuurlijk wel per object. Een amulet waarvan ertienduizenden bestaan, zal minder diepgaand onderzoek vergen dan eentopstuk.'

Verschuijl: 'Er is een omslag gemaakt. Vroeger kon je eigenlijkmeenemen wat je wilde. Als je in Tunesië goud opgroef, hoefde je alleenmaar het gewicht in goud te betalen en je stapte er zo mee het vliegtuigin. In Griekenland kon je concessies krijgen om op een stukje grond te gaangraven. Heel normaal, toen. Nu ondenkbaar. Maar dat is vaak hetingewikkelde: je kijkt met de blik van 2006 naar het verleden.'

Het zijn de volkenkundige musea die zichzelf afficheren als devoorlopers in de denkomslag over 'smetten' op museale collecties: 'Tenopzichte van de andere musea in Nederland, maar ook ten opzichte vancollega's in het buitenland', zegt Steven Engelsman, directeur van hetRijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden. 'Al in 1994 hebben wij samenbesloten: met objecten waarvan we niet weten hoe het zit met de legaliteit,willen we níets te maken hebben.'

Volgens Engelsman trekken buitenlandse collega's hun wenkbrauwen nogaleens op over de opstelling van de Nederlandse musea voor volkenkunde: 'Eenferm njet tegen illegale handel kom ik nauwelijks tegen. Bij musea inSpanje niet, in Engeland en Frankrijk niet. Het steeds terugkerendeargument is dan altijd: Wij kunnen beter een illegaal object kopen, wantdan wordt er tenminste voor gezorgd'.'

Het initiatief lag in elk geval niet bij de overheid, schamperen deconservatoren. Nederland aarzelde lang met ratificatie van internationaleverdragen, waardoor illegale handel in cultureel erfgoed moeilijk aan tepakken was. Nederland kreeg zelfs de bedenkelijke reputatie vandoorvoerland.

De opstelling van de overheid lijkt te veranderen. Staatssecretaris Vander Laan kondigde in 2004 aan dat Nederland het Unesco-verdrag uit 1970over de onrechtmatige in- en uitvoer van cultuurgoederen gaatimplementeren; uitvoering is nu voorzien in de zomer van dit jaar.

Het is volgens critici niet toereikend. Aanvankelijk zou Nederland zichscharen achter het Unidroit Verdrag uit 1995. Daarin wordt bepaald dat vaniedereen die een gestolen of illegaal goed in het bezit heeft, teruggavekan worden geëist; de bezitter kan zich niet beroepen op zijn goede trouw,hij had maar zelf moeten uitzoeken of zijn bezit 'schoon' was. Van derLaan, in slagorde optrekkend met minister van Justitie Donner, vindt dathet principe van deze omgekeerde bewijslast niet past in het Nederlandserechtsbestel. Bovendien richt het Unidroit Verdrag zich op een 'zeer ruimeen daardoor vage categorie kunstwerken', waardoor het verdrag een te grotelast legt op de reguliere handel. Ook is de verjaringstermijn te lang: dieis 50 jaar, terwijl het Unesco Verdrag alles dat verkregen is vóór 1970wil laten waar het is.

Oud-conservator Leyten heeft zich geërgerd. 'Laat de rechter dereikwijdte van het Unidroit Verdrag gewoon in de praktijk vaststellen. Zoontstaat jurisprudentie, zoals het bij alle wetgeving gaat. Wat is nubelangrijker: het juridische steekspel of het kwaad bestrijden?'

'Verdragen nemen niet weg dat je als museum een plicht aan jezelf hebt',zegt Irene Hübner, hoofd collecties van het Afrika Museum in Berg en Dal.'Wij zijn de laatste jaren steeds strenger voor onszelf geworden. In denieuwe opstelling van het museum, dat in mei opengaat, is dat terug tezien. Het probleem van de illegale opgravingen en de teruggave-problematiekzijn onderdeel van het verhaal. Dat is héél gewaagd. Je stelt jezelf alsmuseum daarmee immers im Frage.'

De Unesco-conferentie van 1970 vormde een ijkpunt. Ook al werd zij nietdoor Nederland ondertekend, de mentaliteit veranderde. Leyten, destijdsconservator in het Tropenmuseum: 'Ik weet nog dat we tegen elkaar zeiden:nu komt het dichtbij. Het voelde oncomfortabel.'

In die jaren werd met de voormalige kolonie Indonesië de restitutie vanIndonesische cultuurgoederen die zich in Nederland bevonden, zwart-op-witgeregeld. In 1994 volgde een nieuwe stap: de oprichting van de ethischecommissie van de musea van volkenkunde - een commissie die beslist overzaken als legale herkomst, en de omgang met menselijke resten in decollectie.

Dat Nederland in het reine wilde komen met de dubieuze manier waaropmet oorlogskunst is omgesprongen, was een katalysator in dit proces. Watafgelopen maand een voorlopig sluitstuk kreeg in de Goudstikker-affaire,was in de loop van de jaren negentig voorzichtig op de agenda gezet. Dedirecteur van de Inspectie Cultuurbezit, Charlotte van Rappard, stuurdebrieven naar de Nederlandse musea met de vraag of ze goed wilden zoekennaar cultuurgoederen die ze in de naoorlogse periode binnen haddengekregen.

De verschillende reacties waren tekenend voor de manier hoe musea overhun collecties denken, zegt Van Rappard nu: 'De volkenkundige musea zijnzich al heel vroeg bewust geworden van deze vragen, door hun contacten inAfrika en Indonesië. Kunstmusea en musea van oudheden zijn pas veel latergeconfronteerd met de vraag wat er zich nu precies in hun collectiesbevindt.'

Volgens haar is er onder Nederlandse musea echter nog steeds geen'communis opinio over deze zaken': 'Ik vergelijk het altijd met het dragenvan bontjassen. In mijn jeugd was het heel normaal om een jas van eentijgervel te dragen, nu niet meer. Dáár moeten we naar toe. Ik denk ookdat de publieke opinie dat vraagt. De volgende stap is dat na de musea ookparticuliere verzamelaars zich bewust worden.'

Zullen de veranderende mores en toenemende geldingsdrang van de landenvan herkomst leiden tot leeglopende zalen en depots? De branche ziet datniet gebeuren. De landen van herkomst zien immers ook steeds meer eeneconomisch belang bij het goeddeels handhaven van de huidige situatie: eenfraaiere uitstalkast voor al het moois in eigen land dan de in het lichtvan schijnwerpers badende schatten overzee is nauwelijks denkbaar.Inmiddels wordt ook toegegeven dat zonder de museale bekommernis in hetbuitenland veel objecten in eigen land verloren zouden zijn gegaan.

De jacht, is de verwachting, zal zich vooral richten op stukken waarvanin elk geval kan worden aangetoond dat ze langs illegale weg zijnverkregen, en objecten met icoonstatus. Of, zoals conservator René vanBeek van het Allard Pierson Museum in Amsterdam het uitdrukt: 'Italië gaatecht niet alle Romeinse olielampjes opeisen. Daar hebben ze er zelf meerdan genoeg van.' Hij merkt wel dat er beter wordt opgelet: na aankoop vaneen Etruskische huturn onlangs, kwam er wel een brief van de Italiaanseautoriteiten met een verzoek om toelichting.

Het Rijksmuseum voor Volkenkunde heeft de laatste dertig jaar vierverzoeken om teruggave gekregen. Zo was er drie jaar geleden de vraag omteruggave van het Maori-hoofd. 'Ik was in Nieuw-Zeeland en kreeg te horendat wij een Maori-hoofd in de collectie hadden. Het Te Papa Museum had zichuitstekend gedocumenteerd; ik wist zelf namelijk van niets. Het hoofd wasniet zo oud, ongeveer 150 jaar, dus de directe familie leefde nog.' Datmorele argument was doorslaggevend voor teruggave.

Het Afrika Museum heeft zelf stappen ondernomen. Aan een aantalvoorwerpen uit Ghana zitten volgens Hübner 'wat haken en ogen'. DeInspectie Cultuurbezit oordeelde desgevraagd dat er geen bezwaar was tegenhet opnemen in de herinrichting. Wel houdt Hübner er rekening mee - 'enik zou het ook toejuichen' - als de collectie in de toekomst terug zoukunnen naar het land van herkomst.

Harrie Leyten meent dat de musea ook om een andere reden niet veel tevrezen hebben: de partijen staan niet langer met getrokken kromzwaard enkris tegenover elkaar. Het venijn is uit de relaties tussen musea en landenvan herkomst, er wordt meer nagedacht over samenwerking.

'De teruggave van het Metropolitan is een mooi voorbeeld. Italië geeftvoorwerpen terug in bruikleen. Dat is een elegante oplossing: Italië winten het museum heeft niet verloren.' Hij heeft meer voorbeelden. Bij deopening, in het voorjaar van 2000, van een tentoonstelling met tribalekunst in het Pavillion des Saisons van het Louvre in Parijs, doken tweebeelden uit de Nok-cultuur op, waarvan Nigeria en Unesco beweerden dat zegestolen waren. De terracotta-sculpturen mogen onder geen beding het landuit. Maar ook hier, stelt Leyten vast, is de kwestie netjes opgelost.Frankrijk erkende dat Nigeria de eigendomsrechten bezit, Nigeria heeft debeeldjes in bruikleen afgestaan.

In het Allard Pierson manifesteren de gewijzigde verhoudingen zich ineen kop van farao Toetmozes. Het museum bezat al lange tijd de helft ervan,toen enkele jaren geleden in Luxor het nog ontbrekende gedeelte werdopgegraven. Maar een claim op het Amsterdamse gesteente bleef uit:afgietsels boden soelaas. Wie in Amsterdam en Luxor de kop van Toetmozesbekijkt, ziet een origineel gedeelte in rood graniet en de andere helft vankunststof. Eigentijdser kan de nieuwe ethiek niet worden vormgegeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden