Mopperen op Malta’s macht

Sinds het Verdrag van Malta is archeologie een open markt. Dat kan fnuikend zijn, meent de KNAW. Wat vindt de markt van deze kritiek?Door Eric Hendriks..

De Nederlandse archeologie is een toren van Pisa. Hij is wel mooi, maar hij staat scheef. Er wordt veel opgegraven, meer dan ooit, maar de verwerking van de gegevens laat te wensen over. Dat komt mede door de commercialisering van deze wetenschap.

Ziedaar een paar nogal harde conclusies uit een rapport dat de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) vorige week openbaarde. De toren van Pisa rechtgezet, heet het.

Het verhaal hangt samen met de enorme verandering die de archeologie in Nederland de afgelopen vijftien jaar heeft doorgemaakt. Voor een groot deel is die een uitvloeisel van het Verdrag van La Valetta, dat in 1992 in de gelijknamige Maltese hoofdstad werd gesloten door Europese landen. Het Verdrag van Malta wordt het ook genoemd, of kortweg ‘Malta’, in de archeologische volksmond.

Volgens dit verdrag moeten de aangesloten landen hun erfgoed beschermen wanneer dit dreigt te worden verstoord of vernietigd. Dat gevaar kan er zijn wanneer bijvoorbeeld huizen of bedrijven moeten worden gebouwd op een terrein waar oudheden in de grond zitten. En als voor behoud van die oudheden archeologisch onderzoek nodig is, moeten de terreinontwikkelaars – zoals gemeenten of projectontwikkelaars – dat betalen, luidt de Nederlandse interpretatie van ‘Malta’.

De gevolgen waren opzienbarend. Er ontstond snel een grote markt voor archeologie in Nederland. Het aantal archeologen steeg van zo’n driehonderd begin jaren negentig tot ruim duizend in 2005. Vijftien jaar geleden was het archeologisch veldwerk nog een zaak van universiteiten, musea, Rijk en wat gemeenten, nu zijn er zo’n 75 grote en kleine commerciële archeologische bedrijven die ook mogen graven. Zij nemen 90 procent van de opgravingen in Nederland voor hun rekening en maken daarmee een omzet van 45 miljoen euro per jaar, becijfert de commissie van hoogleraren die het KNAW-rapport samenstelde.

Schoonmaak

Schoonmaak
En daar zit hem de kneep, althans: één kneep, volgens het rapport. De opdrachtgevers van de opgravingsbedrijven hebben belang bij het zo snel mogelijk ‘archeologie-vrij’ maken van hun terrein, niet zozeer bij het onderzoek als zodanig. ‘Het ligt in de rede dat een dergelijke ‘‘schoonmaak’’ bij voorkeur wordt aanbesteed tegen de laagste prijs.’

Schoonmaak
En die prijs kán laag zijn omdat de concurrentie tussen de archeologiebedrijven heftig is, aldus het rapport. In die omstandigheden kan de (verplichte) bijscholing van veldarcheologen makkelijk een ondergeschoven kindje worden. Gevolg: ‘een reëel gevaar’ dat het graafwerk wordt verricht door archeologen die de noodzakelijke brede achtergrondkennis missen.

Schoonmaak
Zeker: er is kwaliteitscontrole. Zo gaat aan elke opgraving een programma van eisen (PvE) vooraf. Maar, meent de KNAW-commissie, in het huidige bestel is niettemin onvoldoende ruimte voor onderzoek van het onverwachte, voor wetenschappelijke creativiteit tijdens het graven.

Schoonmaak
‘Malta’ levert dus wel een heleboel gegevens op, maar die zijn lang niet alle wetenschappelijk van belang en/of bruikbaar, concludeert het rapport. En dat klemt. Want wetenschappelijke weging van de opgedolven informatie is het sluitstuk van archeologisch onderzoek: daaruit moet een samenhangend beeld van het bestudeerde stukje verleden komen.

Schoonmaak
Dat zou met name door de universiteiten moeten gebeuren. Maar juist op de academische archeologie is hevig bezuinigd: het aantal stafleden is sterk verminderd, terwijl er veel studenten bij kwamen. Weinig ruimte dus voor interpretatie van al die opgravingsgegevens.

Schoonmaak
De KNAW-commissie staat niet alleen in haar kritiek. Al jaren worden in de archeologie-wereld kritische noten gekraakt over de huidige praktijk, ook door mensen uit het commerciële veld. Wat zijn de reacties uit dit veld nu op het KNAW-rapport?

Schoonmaak
‘Marktwerking werkt’, zegt Danny Gerrits van het Archeologisch Diensten Centrum, een bedrijf dat uit de rijksdienst ROB (nu: RACM) is voortgekomen. ‘Er is inderdaad prijsdruk, maar ook veel innovatie, waardoor methodisch veel meer mogelijk is dan vroeger. Er is meer dynamiek gekomen.’

Schoonmaak
‘Door Malta zijn een heleboel archeologische gegevens veiliggesteld’, aldus Willem-Simon van de Graaf van het bedrijf Bekker & Van de Graaf. ‘Ik denk niet dat onze rapporten daarover slecht bruikbaar zijn. De rapportages vroeger van de ROB en de universiteiten duurden eindeloos lang of werden helemaal niet geschreven. Zeker, we moeten efficiënt werken, maar dat moet iedereen. Tijdgebrek is voor ons niet zo’n probleem.’

Zorgen

Zorgen
Maar sprekers hebben ook zorgen, veelal over de kwaliteit van de kwaliteitscontrole, zoals de programma’s van eisen, de PvE’s. Gerrits: ‘Het systeem is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Die PvE’s, bijvoorbeeld, zijn niet altijd optimaal. En dan zie je soms dat opdrachtgevers gaan leuren met PvE’s van verschillende bedrijven om de laagste prijs te krijgen.’

Zorgen
Al wordt dus niet ontkend dat er problemen zijn met ‘Malta’, de teneur van het KNAW-rapport stuit op wrevel. ‘Wat opvalt is dat het steeds gaat over kijken naar ‘‘de anderen’’: wij, de bedrijven, doen het slecht en zij, de universiteiten, zijn goed’, foetert Wilfried Hessing van uitzendbureau Vriens Archo Flex. ‘Maar waar onderscheidt de academische archeologie zich in? Onze mensen moeten zich op het hbo of in het buitenland scholen, omdat ze in academisch Nederland steeds stuiten op instituutjes die al twintig jaar hetzelfde doen.’

Zorgen
Ook emeritus hoogleraar Leendert Louwe Kooijmans, éminence grise van de Nederlandse archeologie, is het ‘niet zo eens’ met het KNAW-rapport, al is hij zelf lid van de Akademie. ‘Men moet er nog aan wennen dat er verschillende archeologische trajecten naast elkaar bestaan.’

Zorgen
Volgens hem is wederzijdse bevruchting tussen academische en commerciële archeologie goed mogelijk. Hij wijst daarbij op het bedrijf Archol, dat mede door hem is voortgekomen uit de Universiteit Leiden. 90 procent, zegt hij, van de commerciële onderzoeksresultaten zijn helemaal niet geschikt voor dat brede academische onderzoek. Dat is niet zo erg. Als er maar wel ruimte is voor grondige research en rapportage van de echt belangrijke locaties, en dat is volgens hem zo. ‘We moeten niet zo bang zijn voor elkaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden