Mooi weer spelen over klimaat slaat nergens op

Dankzij de crisis loopt de CO2-uitstoot terug. Minister Cramer vindt dat positief, maar voor de langere termijn is de crisis slecht nieuws, zegt Maarten Hajer....

‘Klimaatbeleid van Cramer pakt op korte termijn gunstig uit’ was op de binnenlandpagina van de Volkskrant 30 april te lezen. Twee pagina’s verder staat dat het toptijdschrift Nature nieuwe inzichten over het mondiale klimaatprobleem publiceert die tot grote zorg stemmen. Kan dit allebei waar zijn?

Het kabinet heeft ambitieuze doelen gesteld: 30 procent reductie van broeikasgassen ten opzichte van 1990, een aandeel van 20 procent hernieuwbare energie en jaarlijks 2 procent energiebesparing.

Op een aantal terreinen zijn inmiddels substantiële vorderingen gemaakt, zo blijkt uit de Monitor Schoon en Zuinig van Energieonderzoekscentrum Nederland (ECN) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De vooruitzichten voor 2011 zijn dan ook gunstig. Dat komt niet allee n door het ingezette beleid maar ook doordat de economische crisis leidt tot minder uitstoot van het broeikasgas CO2.

Uit de eveneens door ECN en PBL gepubliceerde Verkenning Schoon en Zuinig blijkt echter dat het huidige beleid niet voldoende is om de doelen voor 2020 te halen, ook niet met scherpe uitwerking en veel optimisme. Op langere termijn kan de crisis juist een nadelig effect op de CO2-uitstoot hebben omdat de investeringsmogelijkheden in een meer duurzame energiehuishouding teruglopen. Vestas, de grootste windmolenbouwer in Denemarken, gaat bijvoorbeeld 1.900 mensen ontslaan wegens afnemende vraag.

De successen voor de periode tot 2011 zijn in die zin misleidend. Energiebesparing en de brede toepassing van hernieuwbare energie zijn op lange termijn robuust. Juist daar blijft het beleid achter. In het coalitieakkoord is 2 procent energiebesparing per jaar afgesproken. Het beleid realiseert maximaal 1,4 tot 1,8 procent per jaar.

De investeringen in het energiezuinig maken van woningen blijven achter. Ook na de financiële impuls die het kabinet onlangs schiep voor de isolatie van bestaande woningen. Kleinverbruikers merken weinig tot niets van de energienormen voor bestaande woningen. Ook de industrie- en energiesector, verantwoordelijk voor 50 procent van het nationale energiegebruik, bespaart te weinig, onder andere door de lage energieprijzen.

In 2020 moet 20 procent van de gebruikte energie uit duurzame bronnen komen. Dat lukt niet met het voorgenomen beleid van het kabinet. Daarvoor is nodig dat de transportsector voor een zeer groot deel overschakelt op biobrandstoffen. Daarvoor zijn ook investeringen nodig in wind op zee. En het veronderstelt kostbare en ingrijpende maatregelen in de gebouwde omgeving en de industrie. En soms creëert de oplossing weer een nieuw probleem: palmolie was een geliefde biobrandstof maar de aanleg van nieuwe plantages leidt tast het regenwoud aan. Ook daar moeten afspraken over worden gemaakt.

Nog lang niet iedereen is doordrongen van de ernst van de klimaatproblematiek. Het is voor velen nog een abstract fenomeen. Dankzij integrale modelberekeningen kunnen wij nu al zien welke maatregelen nodig zijn om een klimaatcatastrofe te helpen voorkomen. Verkenningen zijn door omzichtigheid omgeven. Maar ze laten ook zien dat ingrijpender beleid noodzakelijk is.

Het is de vraag of een meer verplichtend beleid te vermijden is. Normstelling kan in een groot aantal sectoren de noodzakelijke innovatie en investeringen in energiebesparing en duurzame energie uitlokken. Energiebesparing in bestaande woningen, op vrijwillige basis en ondersteund door leningen met lage rente gaat niet snel genoeg. De industrie moet op termijn omschakelen op andere processen, de tuinbouw op gesloten kassen, elektriciteitsproductie op hernieuwbare energiebronnen en CO2-afvang.

De overheid zal, veelal in Europees verband, het tempo en de voorwaarden moeten bepalen. Bijvoorbeeld door emissieplafonds te verlagen, emissies uit de markt te nemen, of op andere wijze een stabielere prijs te bevorderen.

In het tijdschrift Nature meldden onderzoekers vorige week dat de wereldwijde uitstoot in 2050 moet zijn gehalveerd ten opzichte van 1990 om te voorkomen dat de temperatuur met meer dan twee graden stijgt. Dat betekent dat wereldwijd stevigere inspanningen voor broeikasgasreductie nodig zijn. Doen we dit op een rechtvaardige manier dan zal Nederland in 2050 80 tot 90 procent minder CO2 moeten uitstoten. Dat is een reusachtige opgave.

Het benadrukken van korte termijnmeevallers zet burgers en bedrijven op het verkeerde been. Om de doelen voor 2020 te realiseren is meer nodig: meer zekerheid bij de financiering van hernieuwbare energie, een meer werk maken van energiebesparing in bestaande woningen, een beter werkende CO2-emissiemarkt in Europees verband. Het kabinet moet dus handen en voeten geven aan zijn lange termijnvisie. Alleen dan houden we uitzicht op een duurzame samenleving in 2050.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden