Mooi, exotisch en westers, maar nergens thuis

VANAF HET MOMENT dat Arundhati Roy, eind vorige eeuw, met haar roman De God van Kleine Dingen de wereld veroverde, zijn de Amerikaanse en Britse literaire uitgevers gespitst op nieuw schrijftalent uit India....

En dus gingen zij op zoek, de literair agenten en de fondswervende redacteuren; niet naar de auteurs uit een traditie die begon bij R.K. Narayan en haar voorlopige bekroning vond in Salman Rushdie, maar naar al wie behoorlijk Engels schreef en daarbij liefst jong, mooi en vrouwelijk was en net voldoende exotische trekjes in voorkomen en uitdrukking had om tot de verbeelding van assistent-inkopers van de grote boekenconcerns te spreken. Het is in grote trekken het cultuur-kritische idioom waaraan ook onze onderminister van Cultuur, Rick van der Ploeg, zich laaft, de verbeeldingswereld van de handelsreiziger.

Vanouds hadden de grote Britse uitgevershuizen vestigingen in India, om zowel het bestuursapparaat ter plekke als de specialisten thuis te bedienen, maar daar was in de decennia na de dekolonisatie een einde aan gekomen. Die ontwikkeling neemt, met die nieuwsgierigheid naar het contemporaine schrijven uit India, een keer, zij het vooralsnog ook op bescheiden schaal; de Londense literaire uitgeverij Picador begon in allerijl in Delhi een bijkantoor, om maar zo dicht mogelijk bij het vuur te zitten. 'Picador India' heeft inmiddels een kleine reeks in druk van eigentijdse Indiase literatuur in het Engels. Daar zijn romans in verschenen van al enigszins bekende schrijvers, als Githa Hariharan, en van debutanten.

Het boek van een van die debutanten, Ruchira Mukerjee - niet te verwarren met Bharati Mukherjee, een gevestigde Indiase schrijfster die al een mensenleven in de Verenigde Staten woont - Toad in My Garden, verscheen onder de titel Uit de schaduw inmiddels ook in Nederlandse vertaling. Ruchira Mukerjee heeft alles mee om in het Arundhati Roy-model te passen: jong, vrouwelijk, mooi en ze is zowel danig geëmancipeerd als ook nog praktiserend boeddhist. Vertrouwd en vreemd, toegankelijk en exotisch: wat wil een uitgever nog meer.

De eigentijdse in het Engels geschreven Indiase literatuur wordt ruwweg door twee typen schrijvers gemaakt: schrijvers in India en Indiase schrijvers in de diaspora. Tegenover R.K. Narayan, die zijn leven sleet in en rond Chennai, het vroegere Madras, staat Salman Rushdie, die een wereldburger is, maar van Indiase afkomst. Tegenover Vikram Seth en Raj Kamal Jha, die respectievelijk in Bombay en Delhi zijn gebleven, staan beduidend minder honkvaste auteurs als Vikram Seth, Anita Desai en Amitav Gosh.

Zoals het van belang is erop te wijzen dat de in het Engels geschreven literatuur uit India maar een fractie is van de Indiase literatuur - de rest, geschreven in een van de talloze regionale talen, is voor ons onzichtbaar, maar wekt bij wie zich erin verdiept de indruk een minstens zo belangrijke bloei door te maken -, is het van belang het verschil tussen het werk van schrijvers in India en dat van Indiase schrijvers in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten op te merken. De eersten schrijven als het ware hooguit 'van daar naar hier', in een Indiase verbeeldingswereld en vanuit een dito maatschappelijke werkelijkheid, maar met voldoende kennis van en begrip voor de Westerse literaire traditie om toegankelijk en plaatsbaar te zijn, de anderen schrijven 'van hieruit' met een vleugje weemoed, heimwee of faciel exotisme.

Het verschil wordt goed zichtbaar door de roman Uit de schaduw van Ruchira Mukerjee naast de verhalenbundel The Interpreter of Maladies, vertaald als Een tijdelijk ongemak, van de Amerikaans-Indiase Jhumpa Lahiri te leggen. Beiden worden onder onze aandacht gebracht door de vloedgolf van een mode, beiden nodigen onafhankelijk daarvan uit tot bespiegelingen over authenticiteit en culturele aanpassing, over het effect van erfgoed in ontwikkeling en erfgoed in verplaatsing.

Zoals je Mukerjee's Uit de schaduw enigszins grof kunt karakteriseren als een typisch Indiase feministische roman (zij het ook beduidend minder militant en abstract dan het werk van Githa Hariharan), zo kan Jhumpa Lahiri's Een tijdelijk ongemak worden gezien als het werk van een begaafde leerling van een Amerikaanse creative writing-school. Waar de een zich al schrijvend ontworstelt aan de sociale en culturele kluisters van haar land, doet de ander een gooi naar een technisch perfectionisme dat zich kan meten met de normen van haar nieuwe vaderland.

In Uit de schaduw vertelt Ruchira Mukerjee het verhaal van een meisje, een jonge vrouw, uit een gegoed Indiaas milieu, dat zich door haar opleiding en haar bevattelijkheid voor de poëzie probeert los te maken van de verwachtingen die door haar familie omtrent haar leven worden gekoesterd. Haar roman is een Bildungsroman, waarin het letterlijk die Bildung is die haar inzicht biedt in haar mogelijkheden en tegelijkertijd de gelegenheid geeft die mogelijkheden danig op te rekken. Ze wordt opgevoed door verhoudingsgewijs verlichte ouders en valt in de handen van Duitse en Ierse nonnen die haar inwijden in westerse culturele voorstellingen. Haar belevingswereld wordt gevormd door de klassieke Engelse poëzie en het Engelse toneel, maar haar leefwereld is die van kasten en gearrangeerde huwelijken.

Op het moment dat ze op geheel Europese wijze romantisch verliefd wordt op een oom, komen die twee met elkaar in botsing. Aanpassing aan de beelden en inhoud van het Europese onderwijs en de door de Verlichting en de Romantiek gevormde voorstellingen van jezelf en je levenswandel is weliswaar het hoge ideaal waarnaar ook haar ouders streefden, de dagelijkse Indiase werkelijkheid, met al haar eigen beelden en idealen, is taaier dan zoveel zin in aanpassing suggereert. En dus dreigt het meisje vast te lopen, zichzelf te verstrikken in de concurrerende webben van poëzie en geschiedenis.

Ruchira Mukerjee heeft die problematiek op een geraffineerde manier in een verhaal ondergebracht, door tegenover het jonge meisje een al wat oudere vrouw te stellen die vastzit in een traditioneel Indiaas huwelijk, maar zich daarin hopeloos ongelukkig voelt. Pannen schuren, kleren verstellen en uitgebreide maaltijden aanrichten, haar levensvervulling is het niet. Terwijl de jonge vrouw haar emancipatie, haar verwestering die in feite haar individualisering is, moet temperen, moet de oudere vrouw zien dat ze zich onafhankelijker en persoonlijker gaat gedragen.

Het sleutelbegrip is die individualisering, een door en door Europees idee, dat in een land waarin een serieuze hoeveelheid mensen op de been is, die bovendien vanouds niet veel op hebben met individualisme, niet een-twee-drie gestalte kan krijgen. Ruchira Mukerjee laat op een ingenieuze wijze beide vrouwen in contact komen met een in Oxford opgeleide jonge historicus - commensaal van de een, collega van de ander - die eenzelfde worsteling doormaakt doordat hij verliefd is op een Engels meisje dat even weinig voelt voor een verplaatsing naar India als hij geschikt was voor een definitieve emigratie naar Engeland. Uit hun correspondentie spreekt telkens de begrensdheid van ons vermogen tot aanpassing, tot adaptatie van een totaal andere cultuur.

De twee vrouwen en de jongeman leiden hun ongemakkelijke levens in een voortdurend onderzoek naar de mogelijkheid de Indiase tradities los te laten en een reeks ongemakkelijke botsingen met die al even hardnekkige culturele eigenaardigheden. Het aardige en intrigerende is dat Ruchira Mukerjee niet kiest: noch voor een sentimenteel maar debiel pleidooi voor het Indiaas-eigene, noch voor een beslissende emancipatie naar westers voorbeeld. Wie het over de mogelijkheden van een multiculturele samenleving of een vruchtbare en openhartige culturele diversiteit wil hebben, doet er goed aan zich juist in dit soort getuigenissen te verdiepen.

Jhumpa Lahiri toont in veruit de meeste van haar verhalen in Een tijdelijk ongemak de andere zijde van de medaille. In een van die verhalen, waarin een Indiaas echtpaar in de Verenigde Staten wordt opgevoerd, klaagt de vrouw des huizes erover dat ze soms 's nachts niet kan slapen van de stilte. India, dat is niet alleen de wetenschap dat je op jezelf niemand bent maar dat je slechts bestaat doordat je deel uitmaakt van een familie, een gemeenschap, zowel in de tijd als in de ruimte, het is ook, door de aanwezigheid van zo ontstellend veel mensen, een permanente ruis, ja, een niet aflatende hoeveelheid herrie. Waar de westerse bezoeker na verloop van tijd dol wordt van al die opdringerige en aan zijn arme hoofd kletsmeierende bruine mannen en vrouwen, gaan de Indiase emigranten dat schrijnend missen.

In alle verhalen van Jhumpa Lahiri komen manifestaties van aanpassing voor. De meeste van haar personages zijn van de eerste of tweede generatie naar Amerika verhuisde Indiërs en doen het maatschappelijk gezien goed in hun nieuwe vaderland, maar stuk voor stuk worden ze gekweld door heimwee. Ze proberen die te cureren door hun tradities van eten en godsdienst trouw te blijven, maar het helpt niet echt. Hoezeer ze ook in de onderscheiden voorsteden van de Verenigde Staten een plek hebben gevonden en met succes een loopbaan volgen aan doorgaans universitaire instellingen, zodra ze hun auto's geparkeerd hebben en het tuinhekje van hun huizen zijn gepasseerd, stappen ze een klein stukje India binnen. Hun aanpassing is hooguit een succesvolle travestie; de dhoti en de kurta zijn vervangen door een maatkostuum, maar daaronder schuurt een Indiase huid en lijdt een Indiase ziel.

Zo 'tijdelijk' als het ongemak uit de Nederlandse titel van haar boek suggereert te zijn, is het niet. Er is een duurzame 'interpreter of maladies' voor nodig om het althans te begrijpen. Van genezen, van aanpassen, zal vooralsnog geen sprake zijn. Niet voor niets is ook Arundhati Roy zich, nadat ze wereldberoemd was geworden met haar boek, gaan opwerpen als advocaat voor de bedreigde traditionele gemeenschappen van India.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden