Monetair beleid voeren is net werken

Echt invloed hebben in de financiële wereld wordt bepaald door het lidmaatschap van vriendjesclubs. Japan zou daarin de kroon spannen....

MONETAIR Nederland is een grote vrienden- en kennissenclub. Dat levert een ouwejongens-krentenbrood mentaliteit op, die veel bepalender is voor het te voeren financiële en monetaire beleid dan alle wetten en regels bij elkaar. Het zijn deze informele contacten en relaties die de stroming in de monetaire kanalen van de poldereconomie bepalen.

Ga maar na. Een voormalig hoogste ambtenaar van het ministerie van Financiën is al geruime tijd de baas bij de grootste vermogensbeheerder van Nederland. Een van zijn opvolgers zit inmiddels in de raad van bestuur van 's lands grootste bank- en verzekeringsconcern. Een ander zat, tot zijn tragische dood enkele jaren geleden, in de raad van bestuur van de grootste bank. En weer een ander maakte nog maar een paar maanden geleden de overstap van Financiën naar De Nederlandsche Bank.

Die heren komen elkaar regelmatig in werktijd tegen. Maar ook na het werk gaan de contacten niet verloren. De voormalige topambtenaren hebben ook een eetclubje om nog eens informeel bij te praten. In dat clubje komt de nieuwe directeur van De Nederlandsche Bank ook zijn baas tegen die jaren geleden al dezelfde overgang van Den Haag naar Amsterdam heeft gemaakt.

Het gaat nog verder. Het netwerk strekt zich ook uit tot de universitaire wereld. Een behoorlijk aantal monetaire leerstoelen aan diverse Nederlandse universiteiten worden bezet door (voormalig) directeuren van De Nederlandsche Bank. De Erasmus-universiteit kent een speciaal schooltje voor economische en financiële ambtenaren. Voorportalen van het echte 'old boys network'.

De bancaire, monetaire en universitaire verstrengeling kan worden gezien als de Nederlandse variant op het Japanse amakudari en gakubatsu. Amakudari staat voor de innige, informele en personele contacten tussen het Japanse ministerie van Financiën en het bankwezen. Met gakubatsu wordt bedoeld het netwerk van personen die allemaal aan dezelfde universiteit hebben gezeten.

Deze sterke informele verstrengeling van de Japanse financiële sector - en ook andere sectoren - is in de jaren tachtig vaak aangehaald als een van de belangrijkste verklaringen voor het Japanse economische succes. Japan had, met Aziatische landen als Zuid-Korea, een eigen variant op het westerse kapitalisme ontwikkeld die, gelet op de groeicijfers, aanzienlijk succesvoller was.

Japan Inc was het voorbeeld van een geslaagde poging tot aanhoudende welvaartsgroei, zonder dat de samenleving zich hoefde te snijden aan de scherpe kanten van de vrije markt. Maar ook het onneembare bolwerk voor buitenlanders, juist vanwege de grote nadruk op informele contacten.

De laatste jaren is deze theorie wat op de achtergrond geraakt. De Japanse economie wil al jarenlang niet echt meer groeien. Sommigen zien in deze stagnatie ook het bewijs van de dominantie van amakudari en gakubatsu. Deze netwerken leiden in deze visie juist tot verstarring. De leden van de vriendenclub durven elkaar de noodzakelijke veranderingen niet aan te doen. De crisis in een aantal Aziatische landen is een extra bewijs van de ondergang van de informele theorie.

Het probleem met deze theorie is de bewijsvoering. Succes of stagnatie zijn niet per se het bewijs dat Japan Inc wel of niet bestaat. Wie dit met stelligheid wil beweren, moet onderzoek doen naar het bestaan van de informele netwerken en het functioneren daarvan.

Adrian van Rixtel van de afdeling monetair- en economisch beleid van DNB heeft hiertoe een poging gewaagd. Hij heeft zich beperkt tot onderzoek naar het belang van de amakudari voor de uitvoering van het Japanse monetaire beleid.

Een manier om informeel invloed uit te oefenen en het monetaire beleid vorm te geven, is het geven van 'adviezen'. Van Rixtel geeft hiervan een mooi voorbeeld met de publicatie van circulaire 176 (tsutatsu) door het ministerie van Financiën. Daarin richt directeur-generaal Teramura zich tot de topbestuurders van banken.

De circulaire volgt op een verlaging van de rente door de Japanse centrale bank, die weer was bedoeld om de kredietverlening een beetje op gang te brengen. De banken hadden zich tot dan toe met het uitlenen van geld zeer voorzichtig opgesteld, omdat ze opgezadeld zaten met een steeds grotere post dubieuze debiteuren.

'Het is erg belangrijk dat financiële instellingen efficiënt hun taken vervullen en genoeg middelen ter beschikking stellen die nodig zijn voor een goed draaiende economie. (. . .) Alstublieft, laat elk onderdeel van uw organisatie soepel kredieten verstrekken aan het midden- en kleinbedrijf, bijvoorbeeld door uw rentetarieven te verlagen.'

Het zijn teksten die niet zo gauw uit de pen van een Nederlandse ambtenaar van het ministerie van Financiën zullen vloeien. Volgens Van Rixtel hebben Japanse bankiers zich in ieder geval weinig aangetrokken van tsutatsu 176. Ze zagen het meer als een verzoek en niet als een bevel. Van Rixtel gelooft hen en concludeert dat de effectiviteit van deze vorm van informeel beleid maken 'beperkt' is.

Desondanks blijft het ministerie deze vorm van monetair management hanteren. Zo riep de huidige minister van Financiën, Hiroshi Mitsuzuka, deze week de banken op om kredieten te blijven verstrekken aan gezonde bedrijven.

De achtergrond van tsutatsu 176 en de oproep van Mitsuzuka zijn gelijk. De Japanse regering vreest nog steeds dat het voorzichtige herstel van de economie wordt gesmoord door gebrek aan kredieten van de banken. Die banken zitten nog steeds opgescheept met bijna een half biljoen gulden aan dubieuze leningen, de erfenis van de wilde jaren tachtig. De steeds verder terugvallende Japanse beurskoersen maken de positie van de banken er niet sterker op. Hierdoor zien zij hun eigen vermogen, voor een deel beleggingen in Japanse aandelen, gestaag slinken. Dat maakt de banken nog terughoudender om leningen te verstrekken.

Het rondsturen van circulaires is niet de enige manier waarop informeel gestuurd kan worden. Ook directe, persoonlijke contacten, vooral tussen studiegenoten. Daarvan wemelt het bij het ministerie van Financiën, de centrale bank en vooral ook de banken.

Die jongens-onder-elkaar kunnen makkelijk het monetaire beleid regelen, wat de Japanse centrale bank maakt tot een buitenbeentje onder de centrale banken. Die zijn doorgaans onafhankelijk, zitten niet in een informeel netwerk en kunnen daarom meedogenloos de inflatie bestrijden.

Dat is de theorie. De praktijk blijkt opnieuw anders. De Japanse centrale bank blijkt volgens de schattingen van Van Rixtel zelfs feller gebrand op inflatiebestrijding dan de Duitse centrale bank. Ook hier blijkt de informele kant van de monetaire economie er weinig toe te doen.

Van Rixtel doet nog een laatste poging om de informele sturing van het monetaire beleid aan te tonen door het personele netwerk binnen de financiële wereld bloot te leggen. Dit netwerk kan zich voortdurend vertakken door de overgang van ambtenaren van zowel het ministerie als de centrale bank naar het bankwezen.

De ex-ambtenaren komen echter op niet al te bijzondere posten terecht. Ze zitten vooral bij de kleinere en zwakkere banken. Echt veel goeds vanuit monetair beleidsoogpunt bezien, lijken ze daar ook niet te doen. Na aankomst van de ex-ambtenaren onderscheiden de kleine banken zich vooral in risicovolle kredietverstrekking.

De raden van bestuur van de drie regionale banken, die begin jaren negentig na het uiteenspatten van de 'luchtbeleconomie' hun deuren moesten sluiten, werden jarenlang bevolkt door ex-ambtenaren en voormalig medewerkers van de centrale bank. Niet bepaald het bewijs dat het informele netwerk bijdraagt aan de goede uitvoering van het monetaire beleid.

Adrian van Rixtel: Informality, Bureaucratic Control and Monetary Policy - The Case of Japan.

Thesis Publishers; 398 pag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden