Mogelijke verklaring waarom sterrenstelsels duister uiterlijk hebben

Uit frappante nieuwe waarnemingen met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) blijkt dat het restant van de recente supernova SN 1987A boordevol pas gevormd stof zit. Als genoeg van dit stof de interstellaire ruimte weet te bereiken, kan deze ontdekking verklaren waarom veel verre sterrenstelsels zo'n stoffig, duister uiterlijk hebben.

Het restant van supernova 1987A op verschillende golflengten. De ALMA-gegevens (in rood) tonen het pas gevormde stof in het centrum van het restant. Gegevens van de ruimtetelescopen Hubble (groen) en Chandra (blauw) tonen de uitdijende schokgolf van de explosie. Beeld ALMA (ESO/NAOJ/NRAO)/A. Angelich

Sterrenstelsels, en met name die in het verre en dus jonge heelal, kunnen opmerkelijk rijk aan stof zijn. Vermoed wordt dat veel van dat stof, dat uit minuscule korreltjes silicaat en grafiet bestaat, afkomstig is van supernova-explosies. Maar tot nu toe was hier weinig direct bewijs voor.

Om daar verandering in te brengen heeft een internationaal team van astronomen de (sub)millimetertelescopen van ALMA gericht op de nagloeiende restanten van SN 1987A. Deze supernova (het verschijnsel waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert, red.) lichtte zeventien jaar geleden op in de Grote Magelhaense Wolk, een klein sterrenstelsel op 160.000 lichtjaar van de aarde.

Weinig warm stof
Voorspeld was dat in het gas dat na de explosie afkoelde grote hoeveelheden stof zouden ontstaan, doordat er in de koude centrale gebieden van SN 1987A verbindingen worden gevormd van atomen van zuurstof, koolstof en silicium. Maar bij eerdere waarnemingen van de supernovarest, die tijdens de eerste vijfhonderd dagen na de explosie met infraroodtelescoop zijn gedaan, werden slechts kleine hoeveelheden warm stof gedetecteerd.

Met ALMA is nu ook de veel grotere hoeveelheid koel stof in het centrum van SN 1987A in beeld gebracht. Geschat wordt dat het gaat om ongeveer een kwart zonsmassa aan pas gevormd stof.

Onduidelijk is nog hoeveel van dat stof uiteindelijk de interstellaire ruimte zal bereiken. Waarschijnlijk wordt een deel ervan in een later stadium weer afgebroken. Maar als een flinke fractie ervan overblijft en in de interstellaire ruimte terechtkomt, kan dit de verklaring zijn voor de overvloedige hoeveelheden stof die astronomen in jonge sterrenstelsels waarnemen.

www.allesoversterrenkunde.nl

Artist's illustration of Supernova 1987A. Beeld ALMA (ESO/NAOJ/NRAO)/Alexandra Angelich (NRAO/AUI/NSF)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.