MM?

'Is het niet gewoon MIM in plaats van IMM?', schreef M. Vosse op de Hedenlands-website, en daar heeft M. gelijk in....

Er blijkt wel degelijk een regel te zijn die de werking van het aftrekprincipe beperkt.

Eerst nog even de symbolen. I (1), V (5), X (10), L (50), C (100), D (500) en M (1000). Als een symbool lager is in waarde dan het volgende dan moet dit van het volgende symbool worden afgetrokken. Nooit van meerdere symbolen, vandaar dat IMM fout is. Verder mogen nooit meer dan drie dezelfde symbolen naast elkaar staan, dus geen XXXXIX voor 49, maar XLIX (50-10+10-1). Simpeler zou zijn IL (50-1) maar, en nu komt het, voor het aftrekken mogen alleen grootheden gebruikt worden die in de hiërarchie direct onder de grootheid staan waarvan ze worden afgetrokken, tenzij dit een 'vijftal' is, dus V, L of D. In dat geval wordt het nóg lagere symbool de kleinste eenheid die mag worden afgetrokken.

Bent u daar nog?

Dus: V komt direct onder X, maar V is een vijftal dus de kleinste eenheid die je van X mag aftrekken is I. Van L en C kun je alleen X aftrekken, en van D en M alleen C.

Gaat het nog? Zo niet, loop even rond, adem diep in en uit en denk ergens anders aan.

Dit alles ontlenen wij aan de brief van Dr. Vincent Hunink, latinist aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, die zich onlangs dezelfde vraag stelde en 'diep de vakliteratuur in moest' om de regels van het Romeinse cijferen exact te achterhalen. Vooral de bepaling dat je alleen direct ondergeschikte symbolen mag aftrekken is volgens Hunink weinig bekend, 'maar hij bestaat wel degelijk.'

Het is grappig om te zien hoe minder gedocumenteerde respondenten tot min of meer gelijkluidende regels komen, gewoon door kijken en logisch nadenken. Het nadeel van die methode is dat je zeker moet weten dat je naar een correct voorbeeld kijkt, anders zet je jezelf op een dwaalspoor.

'Ik weet niet wat ze schrijven voor 1999, ik denk MCMLXXXIX. Of doen ze MDCCCXXXXIX?', schrijft Chris Hayes. 'Of MCDXXXIX?'

Leuker vindt hij de 'driedubbele sandwich' MCMLXLVIV.

Het probleem vormen de vijftallen.

XXXXIX voor 49 mag niet vanwege de maximaal-drie-regel, schrijft Henk Smit en IL is fout omdat hoofdsymbool en aftreksymbool maar één niveau uit elkaar mogen liggen. Het moet dus XLIX zijn, stelt hij, terecht, om vervolgens weer te constateren dat die schrijfwijze niet klopt met de regels die hij daarnet heeft afgekondigd. Zijn oplossing: 'de afstand mag niet te groot zijn (niet meer dan twee?) en zeker niet het aantal plaatsen dat de I en de M scheidt.'

Henk Smit zit er vlakbij. Je voelt gewoon: als hij nog even doorgededuceerd had, had hij de sleutel van de vijftallen gevonden.

Ook Frans Maes zit er vlakbij. 'Ik denk dat ik wel eens XXXXIX heb gezien voor 49 schrijft hij, maar nooit IL. Dat zou dan duiden op een (ongeschreven?) regel dat het aftrekprincipe hooguit twee niveaus terug werkt.' Maar, realiseert hij zich, dan wordt 45 VL, en 'daar kijk ik raar tegenaan, moet ik zeggen.'

Precies, want de vijftallen doen niet mee aan het aftrekspel. Waar Hedenlands raar tegenaan keek waren die vier X-en op een rijtje - als dat mocht waarom zou vier dan IV zijn? - en nemen wij al deze regels tegelijk in acht dan komen voor het getal 49 dus uit op XLIX.

Wat betreft het beste en het slechtste woord van de eeuw: blijf insturen, volgende week maken we de balans op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden