Mitchells mond begrijpt zijn hoofd niet

Een op de twintig kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis. Die wordt vaak niet of veel te laat gesignaleerd. Mitchell is zo'n kind. Zijn moeder vertelt.

Mitchell in de speeltuin Beeld Julius Schrank
Mitchell in de speeltuinBeeld Julius Schrank

Mitchell is pas tweeënhalf jaar oud als hij aanvalt. Hij staat onder de douche met zijn grote broer en hij wil iets. Maar wat precies, dat is onduidelijk. Hij brabbelt iets over 'auti'.

'Wat zeg je?', zegt zijn vier jaar oudere broer.
Het kleine jongetje stelt zijn vraag opnieuw. Steeds herhaalt hij hem, telkens wat harder. Maar zijn broer begrijpt er niets van. 'Mitchell', zegt hij. 'Wat bedoel je nou?'

Dan pakt Mitchell de arm van zijn broer met twee handen vast. Met kracht zet hij zijn tanden erin en bijt zo hard als hij kan. Zijn broer gilt.
'Dat', zegt zijn moeder Ria van Wier uit Amsterdam, 'was het moment waarop we dachten: dit kan niet meer.'

Ria van Wier Beeld Julius Schrank
Ria van WierBeeld Julius Schrank

Al tweeënhalf jaar vraagt zijn moeder zich af wat er met Mitchell is.
Het is een zoet jongetje. Rustig. Vrolijk. Stil. 'Hij protesteerde nooit, brabbelde nooit. Als er wat was, dan huilde hij. Maar ook dat deed hij bijna niet.'
Toch knaagt er iets. 'Ik dacht: ik weet niet wat er is, maar ergens klopt er iets niet.'
Als Mitchell anderhalf jaar oud is, zegt hij drie woorden.

Ja.
Nee.
Mama.

'Maar nee sprak hij niet uit als nee', zegt zijn moeder. 'Hij zei iets van nè. En ook zijn ja klonk niet echt als een ja. Hij sprak klanken raar uit. Nasaal. Alsof er iets blokkeerde.'

Op het consultatiebureau vertelt ze dat ze zich zorgen maakt. Maar de verpleegkundige wuift het weg. 'Ze zei: nee, mevrouw, maakt u zich niet zo veel zorgen - hij is gewoon laat, dat komt vaker voor.
Op zijn tweede verjaardag spreekt Mitchell acht woordjes. In een jaar heeft hij er vijf bijgeleerd. Als hij praat, is hij onverstaanbaar.

Zijn ouders begrijpen het niet. 'Als ik zei: loop naar de keuken, pak een beker en zet hem op tafel, dan deed hij dat. Hij móest die taal wel begrijpen. Aan alles merkten we dat hij een slim mannetje was.'

Ze vraagt het consultatiebureau om een verwijzing naar de logopedist. Tevergeefs. Ook de huisarts weigert. 'Hij zei: Mitchell is nog veel te jong. Je bent veel te bezorgd, het komt wel goed. Het standaardverhaal.'

Hetzelfde horen ze van vrienden en bekenden. 'Iedereen kende wel een neefje van een vriend van de buurman die op zijn derde nog niet praatte en bij wie het ook goed kwam. Iedereen zei: maak je niet zo druk.'

Dan beginnen er woorden te verdwijnen. 'Hij begon ook dingen om te draaien. In plaats van kip zei hij pip. Maar zelf dacht hij dat hij wèl kip zei. Hij snapte niet dat anderen dat niet hoorden.'

Mitchell wordt stil. 'Hij praatte niet meer met andere kinderen, want die begrepen hem toch niet. Ze stonden hem alleen maar raar aan te kijken. Als kinderen iets afpakten, liet hij hen begaan. Eigenlijk kon hij zich nooit verstaanbaar maken. In geen enkele situatie. '

'Soms probeerden we het te negeren. Dan wisten we best dat hij wilde drinken, maar dan zeiden we: nee, je moet het zelf zeggen. Dan zei hij: pfff. En dan haalde hij het zelf uit de koelkast, zo klein als hij was.'
Hij zegt zinnetjes als: 'Mama, ik wizj muffele omme kekkes me kukkets.'
Met moeite ontdekt ze wat dat betekent: 'Mama, ik wil onder de dekens knuffelen met de kuikentjes.' Ria: 'Dat wist ik dan alleen omdat we naar een boerderij waren geweest.'

Ze proberen alles. In het VU medisch centrum in Amsterdam maakt een neuroloog een scan van zijn hersenen. 'Ook hij zei: maakt u zich niet zo druk, het komt wel. Alweer dat verhaal.'

Na het bijtincident is ze het zat. 'Ik zei: we gaan naar de logopedist, dan betaal ik het zelf wel.' Met tweeënhalf jaar wordt hij getest. Zijn taalbegrip blijkt hoog. 'Hij zat op een niveau ver boven zijn leeftijd en had een bovengemiddeld hoog IQ.'

'Mitchell', vraagt de logopediste. 'Klopt het dat je hoofd het goed weet, maar dat je mond het niet begrijpt?'
'Ja', zegt Mitchell.

Dan volgt de conclusie: Mitchell heeft een taalontwikkelingsstoornis, een taal- en spraakstoornis die bij 5 procent van de kinderen voorkomt - evenveel als adhd.

Dan gaat het snel. Hij komt in behandeling bij het NSDSK, een gespecialiseerd instituut in Amsterdam. 'Zij waren de eersten die zeiden: je hebt het goed gezien.'

Als ouders horen ze hoe ze ermee moeten omgaan. 'We leerden af hem continu te verbeteren. Dat maakte hem alleen maar onzeker. In plaats daarvan herhaalden we zijn zinnen. Eerst zeiden we bijvoorbeeld: néé, het is geen pip. En nu: ja, dat is een kip.'

Ze stoppen met testen. 'Eerst vroegen we bij alles: Mitchell, wat is dit? Hoe heet dat? Nu speelden we met hem mee. Uren lagen we op de grond. Ooh, wat een mooie blauwe auto, zeiden we dan. En dan wachtten we tot hij begon te praten.' Ook leren ze - tijdelijk - gebarentaal. 'Dat stimuleert hersenen om taal te gebruiken. Ineens leerde hij elke dag nieuwe woorden.'

'Eieluk', zegt Mitchell, 'wjj ik een barsmitvachtwagge.'
'O', zegt Ria. 'Wil je eigenlijk een Bart Smit-vrachtwagen?'
Mitchell is nu vier. Zijn woorden zijn soms nog moeilijk verstaanbaar, maar hij maakt wel hele zinnen, zegt Ria. 'Eindelijk voelt hij zich begrepen. Hij praat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat.'

Deze stoornis moet echt bekender worden, zegt ze. 'Waarom liggen er geen folders bij het consultatiebureau? Ik had er nog nooit van gehoord. Ik denk dat hij zonder hulp wel meer was gaan praten, dan was het nooit zo goed geweest als nu. Bovendien had ik dan een onzeker en ongelukkig kind gehad. Ik geloof nu dat hij later net zo zal praten als zijn leeftijdgenootjes.'

In een jaar tijd is hij zo vooruit gegaan dat hij naar een normale basisschool mag, met begeleiding. 'In het begin was er een jongetje dat hem pestte. Hij duwde en sloeg. Even heb ik getwijfeld of we er wel goed aan gedaan. Maar Mitchell heeft geleerd wat hij dan moet zeggen. Dat jongetje is nu zijn beste vriend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden