Column Joost Zaat

Misschien moeten verzekeraars vaker een beetje verder afdalen

Aan mijn keukentafel sprak ik met mensen van een zorgverzekeraar. Ze wilden hun conceptstuk over de inkoop van huisartsenzorg voor volgend jaar eens door een beroepsmopperpot laten fileren. Ik ben niet van de school die in verzekeraars boemannen en zorgontwrichters ziet, maar gezweef en loze taal is hen niet vreemd. Wij zorgverleners met petten ploeteren waar het echte leven is, dus grijp ik elke gelegenheid aan beleidsmakers met hoge hoeden te vertellen waar wij last van hebben. Al koester ik geen illusies, je weet maar nooit of gemopper niet een beetje helpt. Na anderhalf uur hadden ze begrepen dat ze blabla-woorden als ‘klantenreis’ beter konden vermijden en dat het verstandig was minder zinnen zonder inhoud te gebruiken. Ik legde ook nog even uit dat huisartsen hartstikke efficiënt werken. De verzekeringsmensen hadden het idee dat de grote groep ‘gezonde mensen met een simpele klacht’ ergens anders efficiënter geholpen kan worden. Een misverstand: dat is geen vaste groep. Soms worden zorgenkindjes opeens minder ongezond en andersom worden gezonden ziek. Toen Lars klein was, kwam hij heel vaak, broos en kwetsbaar als hij was. We zijn inmiddels bijna even groot. ‘Ik heb last van mijn knie. Gisteren heb ik die gestoten tegen een paal­tje.’ Ik kijk naar een blauwe plek precies op zijn knieschijf. Dat kan wel een tijdje zeer doen. ‘Hoe kwam het eigenlijk?’ ‘Ik fietste en keek om naar een heel mooi meisje.’ Ik smelt. Persoonlijke, continue en op maat gesneden zorg. Wat moet hier nu efficiënter aan? Kostte vijf minuten. Had Lars eerst op een app moeten kijken of hij wel moest komen en mij moeten mailen via een beveiligde e-mail?

Ik had te doen met de verzekeraars aan mijn keukentafel. Ze beheren de dikke portemonnee van de zorg. Patiënten lijken veel te willen en burgers wensen dat ook. Maar ze willen vooral niet veel betalen. Zorgverleners voelen zich ondertussen niet begrepen en morren over de hen opgelegde administratieve belasting. Begin april moeten verzekeraars al die tegenstrijdige wensen vertalen naar concrete plannen.

Ik keek dus wat de grote verzekeraars volgend jaar van plan zijn, benieuwd of mijn mini-interventie iets teweeg had gebracht. De klantenreis was verdwenen. Maar bijna alle verzekeraars beginnen hun plannen met nutteloze marketinggedachten dat de zorg in Nederland goed of zelfs ‘top’ is. Waar ik hard om moest lachen was de voorkant van een van die pdf’jes: een stockfoto van een arts in een witte jas, stethoscoop om de nek, met gecoiffeerde baard en haarknotje. Zulke huisartsen bestaan helemaal niet. Bij andere verzekeraars keken huisartsen in keeltjes van lieftallige meisjes. Ik weet niet welk drogbeeld ik erger vind. Van de zomer gaan verzekeraars eerst met beroepsorganisaties over hun plannen overleggen. Misschien moeten ze vaker een beetje verder afdalen, naar de echte morsige petten. En graag voordat we eind dit jaar bij het kruisje moeten tekenen.

Reageren: j.zaat@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden