Columnjoost zaat

Misschien kan die dokter iets aan mijn knie doen en wie weet kan hij voor onderdak zorgen

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Spreekuur houden voor mensen zonder huis of documenten blijft een uitdaging. Misschien ging mijn moeilijke consult van de week in zíjn hoofd wel zo.

‘Nat ben ik, ze waren te laat met hun paraplu’s. We staan hier met tien, vijftien mensen al een uur te wachten. Er ging net een grijze, oude man het kelderdeurtje door. Misschien is dat de dokter wel. Vragen kan ik dat niet, want ik praat al jaren niet meer. Waarom ben ik vergeten, er zijn te veel dingen gebeurd. Vroeger kon ik schrijven, zelfs in het Frans. Maar sinds ik daar opgesloten zat, doe ik dat niet meer.

‘Ik ben gevlucht naar deze stad. Elders was het geen leven, in de opvang daar jatten ze mijn spullen en scholden ze. Luisteren kan ik als de beste, ik snap dat ik het anderen moeilijk maak. Maar zo is het veilig, kan ik niks verkeerds zeggen. Ik heb pijn in mijn knie, misschien kan die dokter daar iets aan doen en wie weet kan hij voor onderdak zorgen.

‘Ik geef mijn mapje papieren aan de mevrouw aan de balie. Die vertelt de dokter dat communicatie met mij moeilijk is omdat ik niet praat. Achter mij stonden buitenlanders in de rij. Daarmee is het ook moeilijk praten. Moest hij eens weten dat daar een mevrouw stond die ook uit een opvang gevlucht is omdat ze haar pestten en dood wilden maken. Tenminste, dat riep ze. Die moet die grijze man ook nog aanhoren. Ik zie er met schone kleren van het inloophuis wel netjes uit, alleen mijn natte schoenen niet.

‘Gelukkig wil die oude dokter eerst weten wat er is. Ik wijs op mijn knie. Hij vraagt of het pijn doet, ik steek mijn duim omhoog. Ik doe voor dat ik maar een piepklein stukje lopen kan, maar hij zegt dat hij niks bijzonders aan mijn knie ziet en dat ik maar paracetamol moet nemen. Dan wil hij weten waarom ik niet naar de opvang terugga. Daarna wordt het te ingewikkeld, want dan stelt hij vragen die mijn duim niet kan beantwoorden. Hij zegt dat ik daar hulp had maar dat voelt niet zo, niemand hielp. Ik heb trouwens helemaal geen geld om terug te gaan.

‘Hij vraagt of hij de opvang mag bellen. Duim omlaag. Dan gaat hij even weg naar een maatschappelijk werker of zo en ik hoor ze praten, maar kan het niet verstaan. Als hij terugkomt, zegt hij dat hij toch gaat bellen. Want al ben ik in deze stad geboren, ik was hier tientallen jaren niet geweest. Dan kan ik volgens hem geen hulp krijgen. Ik heb hier niks in te brengen. Ik moet meteen terug, anders is mijn bed daar weg. Eindelijk vraagt die ouwe man of ik geld heb voor de trein. Duim omlaag. Hij zoekt zijn portemonnee en trekt er een tientje uit. Ik steek mijn duim omhoog. In deze wereld is het moeilijk leven voor ons, beschadigde mensen op de vlucht.’

Joost Zaat is huisarts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden