Minder algen in zee is funest voor de voedselketen

Er leeft steeds minder fytoplankton in de oceanen. Dat heeft grote gevolgen voor de voedselketen. En mogelijk het klimaat.Door Maartje Bakker..

De hoeveelheid fytoplankton in zee is de afgelopen honderd jaar gestaag afgenomen: met gemiddeld 1 procent per jaar. Dit betekent dat deze eencellige algen sinds 1950 met 40 procent zijn uitgedund. De Canadese onderzoeker Daniel Boyce en zijn collega’s berichten er deze week over in het tijdschrift Nature (29 juli).

Boyce noemt fytoplankton ‘de brandstof waarop mariene ecosystemen draaien’. ‘Een afname van fytoplankton raakt alles in de voedselketen, tot en met de mens’, aldus Boyce.

Dat weet ook de gemiddelde zeepaardjeshouder. Die vult zijn aquarium met fytoplankton, dat hij ‘micro-algen’ noemt. Zijn zoöplankton leeft van die algen, en dient op zijn beurt weer als voedsel voor de zeepaardjes. In de oceaan werkt het net zo. Fytoplankton staat aan de basis van de voedselpiramide, met daarboven zoöplankton, zeepaardjes, vissen, zeezoogdieren en uiteindelijk de mens. Het produceert de helft van de zuurstof op aarde.

Willem van de Poll is als marien bioloog verbonden aan het Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ). Ook hij onderzoekt het fytoplankton – niet op wereldschaal, maar in de Noord-Atlantische Oceaan. Van de Poll heeft wel een idee hoe het kan dat de hoeveelheid fytoplankton zo is afgenomen.

Hoe kan dat dan?

Van de Poll: ‘De temperatuur van het zeewater is in de loop van de eeuw toegenomen, vooral in de bovenste laag. Daardoor drijft er een laag met warm water op een diepere, koude onderlaag. Bij een groot temperatuurverschil mengen die lagen zich nauwelijks. Het gevolg is dat er weinig voedingsstoffen van onder in de oceanen naar die bovenste laag komen. Alleen bovenin is er genoeg licht, maar als er geen stikstof en fosfor is, kunnen algen niet groeien. Door het warmere zeewater is er dus uiteindelijk minder algengroei.’

De Canadese onderzoekers verdeelden de wereld in tien regio’s. In acht daarvan kwam er minder fytoplankton voor, maar in de twee gebieden in de Indische Oceaan juist meer. Waarom?

‘In de Indische Oceaan merk je de invloed van de moessonregens. In dat seizoen stromen veel voedingsstoffen het water in. Daar profiteren algen van.’

Het hardst ging fytoplankton achteruit bij Antarctica, in de zuidelijke Atlantische Oceaan, en in diezelfde oceaan rond de evenaar. Waarom juist daar?

‘Rond de evenaar is de temperatuur constant en hoog, wordt er weinig gemixt en is de dichtheid van algen ook heel laag. Die zone is zich nu aan het uitbreiden, verder de Atlantische Oceaan op. Daar trad eerst in de winter vermenging van de waterkolom op, zodat er genoeg voedingsstoffen beschikbaar kwamen voor de algen en ze hard groeiden. Nu niet meer.

‘Het is gek dat de onderzoekers ook een afname vonden in de buurt van Antarctica. De meeste klimaatmodellen voorspellen dat er daar juist meer algen komen, omdat ze beter kunnen groeien als ze niet steeds naar de bodem worden gespoeld. Een stabiele bovenlaag zou de algen daar juist goed uitkomen, omdat ze dan verzekerd zijn van voldoende licht.’

Is het erg, minder fytoplankton?

‘De basis van de voedselketen valt weg, dus de rest van die keten verandert mee. De visstand zal worden beïnvloed door minder algen. En er is nog iets: minder algen betekent ook dat er minder CO2 wordt opgenomen en naar de bodem van de oceaan zinkt. Dat is niet erg gunstig voor ons klimaatprobleem, dat juist veroorzaakt wordt door een teveel aan broeikasgassen in de lucht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden