COLUMNJoost Zaat

Mijn laatste dag als praktijkhouder. Het wordt tijd dat jong volk gaat zorgen

Eind november 1983, ik koop een paar studieboeken met praktische tips. Met slechts een jaartje huisartsopleiding voel ik me een onwetend broekie en nu kan ik onverwacht toch als huisarts aan de slag. Op elke vrijkomende huisartsenplek solliciteren meer dan honderd jonge dokters. Het tv-journaal vertelt elke week hoeveel werklozen er zijn. Nederland verkeert in een langdurige crisis.

Bibberend van de zenuwen hecht ik een maandje later een wond. In een van mijn nieuwe boekjes kijk ik eerst nog even hoe dat moet. In de twee ziekenhuisjes in de stad houden internisten patiënten met een hartinfarct in leven. Of niet, want boven de 80 gaan ze allemaal dood. De eerste cardioloog moet nog komen, maar veel meer kan die niet. Op vrijdagmiddag klets ik regelmatig bij met wat specialisten. Alle huisartsen van de stad passen nog in mijn woonkamer.

De junks in de wijk sneven een voor een aan een net ontdekt en mysterieus virus. Bij de diagnose kun je gelijk de kist bestellen. De baby’tjes op het consultatiebureau zie ik nog zelf, daarvoor heb ik een ander boekje. Een paar jaar later doe ik mijn eerste euthanasie. Het mag, als je vertelt tegen een vriendelijke politieman, zo heeft de rechter in een proefproces beslist. De oude man springt na het drinken van de slaapmiddelencocktail eerst bijna uit bed. Uit mijn boekjes weet ik dat zo’n ‘paradoxale reactie’ kan gebeuren. Gelukkig valt hij snel om. Ik probeer mensen met diabetes zelf te behandelen, maar het prikken van bloedsuikers is een heel gedoe en veel soorten pillen zijn er ook niet. Zes jaar later komt de eerste huisartsenrichtlijn. Heel langzaam begin ik te begrijpen wat ik doe.

Nu, 29 april 2020, slaap ik niet. Op een heel vroeg fietsrondje jaag ik langs de IJsselmeerdijk een stel speelse jonge hazen op. Morgen is mijn laatste dag als praktijkhouder. Het wordt tijd dat jong volk gaat zorgen.

Nederland is in crisisstemming. Het aantal werklozen stijgt, dagelijks meldt het journaal het aantal doden door een nieuw virus. Mijn hiv-patiënten leven al jaren zonder veel klachten. Gisteren viste ik uit de opdrogende zee van patiënten met covid-19-benauwdheidsklachten zomaar een 80-plusser met een dreigend hartinfarct. Met twee stents gaat ze over een paar dagen weer naar huis. De bedaagde huisartsencollega’s zijn dood of vertrokken. Ik ken lang niet alle specialisten in het grote ziekenhuis en zelfs niet alle huisartsen. Richtlijnen heb ik meer dan genoeg.

Bij het opruimen van mijn spreekkamer vind ik het mapje met al mijn euthanasiemeldingen. Alleen die eerste, die kan ik niet vinden. Tussen een rijtje nog bruikbare nieuwe boeken laat ik die paar uit 1983 staan. Misschien brengen die mijn opvolger geluk. De prent van Eppo Doeve ‘de huisarts als hoeder van het gezin’, die al jaren in mijn kamer hangt, mag hij ook hebben. Als waarschuwing geen pretenties te hebben. Ik hoedde namelijk niks. Van hem mag ik trouwens nog even blijven.

Eerdere columns van Joost Zaat

Onze assistentes vertellen dat het aan de telefoon zo saai is, het coronavirus heeft alle andere klachten weggemaaid. Ineens heb ik een heel ander vak gekregen.

Ik wou dat ik antwoorden had voor mijn patiënten. Dat ik weer kon zorgen voor ‘mijn mensen’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden