Mijn brein heeft het gedaan

Hersenscans spelen steeds vaker een rol in rechtszaken. Deze 'triomftocht van het neurobewijs' is psycholoog Harald Merckelbach een gruwel. Maar volgens neurowetenschapper Victor Lamme komt ons gedrag voort uit 'de bedrading van ons brein'. Een twistgesprek. Door Margreet Vermeulen Illustraties Antonia Hrastar

Beeld Antonia Hrastar

Wordt de hersenscan van de verdachte hét nieuwe excuus in de rechtszaal ter vervanging van de ongelukkige jeugd? 'Sorry, edelachtbare. Ik was het niet maar mijn brein.'

Beeld Antonia Hrastar

Neurowetenschap in de rechtszaal is allang geen nieuwigheid meer. In de VS woedt een hevig debat over 'neurolaw'. In Nederland speelde neuro-informatie een rol in 230 strafzaken tussen 2000 en 2012, zo blijkt uit onderzoek van het WODC, het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie, van eind vorig jaar. Het ging vooral om ernstige gewelds- en zedenmisdrijven waarin opzet, schuld en of toerekeningsvatbaarheid moest worden vastgesteld. Ook in civiele zaken rukt het neurobewijs op. Bijvoorbeeld om de geldigheid van contracten aan te vechten als achteraf blijkt dat een van de ondertekenaars dement (aan het worden) was.

De Maastrichtse hoogleraar psychologie Harald Merckelbach, die in het verleden regelmatig optrad als getuige-deskundige in strafzaken, huivert bij deze 'triomftocht van het neurobewijs'.

De neurowetenschap lijkt soms de bijl aan de wortel van ons rechtssysteem te leggen. Als we allemaal willoos slachtoffer zijn van ons brein en niet of nauwelijks handelen uit vrije wil, kunnen begrippen als schuld, toerekeningsvatbaarheid en met voorbedachten rade wel bij het oud vuil. Nee, zegt Harald Merckelbach. Deels wel, zegt Victor Lamme, auteur van De vrije wil bestaat niet.

Een discussie via Skype met de Maastrichtse hoogleraar psychologie Harald Merckelbach in zijn woonplaats Maastricht en de Amsterdamse neurowetenschapper Victor Lamme in Parijs, waar hij aan een nieuw boek werkt.

Advocaat Gerard Spong wil een hersenscan van zijn cliënten die verdacht worden van drie roofmoorden in Drenthe. Spong vermoedt een hersenafwijking waardoor de twee broers niet met voorbedachten rade gehandeld kunnen hebben. Wat vindt u daarvan?

Victor Lamme: 'Dat gaat uit van het idee dat er we überhaupt dingen doen met voorbedachten rade. Kijk, wij hebben wel allerlei intenties, maar uit onderzoek blijkt dat de relatie tussen wat we van plan zijn en wat we uiteindelijk doen, zwak is. Het hele idee van opzet en deels ook dat van toerekeningsvatbaarheid is dat we met onze intenties bewust ons brein aansturen. Die opvatting is door het breinonderzoek nogal op losse schroeven komen te staan.'

Harald Merckelbach: 'Dat er niet zoiets zou bestaan als met voorbedachten rade vind ik neurobabbelarij. Ik zal een voorbeeld geven. Een paar jaar geleden hadden we Maya, een vrouw uit Oosterhout. Ze plaatste een advertentie omdat lieve Maya weleens dominant wilde zijn. Een man uit Zwolle meldde zich, omdat hij wel zin had in spannende seks. Toen Maya hem een blinddoek om deed bleek ze uit te zijn op zijn pinpas en pincode. Die heeft ze gekregen. Daarna heeft ze die mijnheer uit Zwolle gewurgd, het lijk gedumpt en de bloedsporen met ammoniak verwijderd. Dat had ze op internet gelezen op de site: Hoe ontdoe ik mij van een lijk. Zo'n moord is in hoge mate gepland, met voorbedachten rade gepleegd.'

Lamme: 'In het geval van Maya is uiteraard sprake van een crimineel persoon waaraan her en der wat draadjes loszitten, om het populair te zeggen.'

Merckelbach: 'Hoe weet je dat? Misschien is zij wel een gezond persoon.'

Lamme: 'Nee, er zitten draadjes los vanuit het perspectief van de maatschappij. Normaal gesproken zitten er in ons brein allerlei sociale normen ingebakken die ervoor zorgen dat we elkaar niet van het leven beroven. Dus je mag ervan uitgaan dat deze Maya een andere bedrading heeft. Uiteindelijk komen al onze gedragingen, keuzes en beslissingen voort uit de bedrading van ons brein.'

Merckelbach: 'Dat vind ik een platitude. Het is bovendien niet waar. Een deel van ons gedrag wordt ook situationeel gestuurd.'

Lamme: 'Soms werken omstandigheden zodanig in op ons brein dat ons gedrag erdoor gestuurd wordt. Maar vaak hebben die omstandigheden geen enkel effect op ons brein.'

Als Maya wordt gestuurd door haar brein is ze dan wel of niet verantwoordelijk voor deze moord?

Lamme: 'Ze is wel verantwoordelijk. De persoon valt samen met zijn brein en als dat brein verkeerd gedrag voortbrengt, behoeft die persoon correctie. Dus ja, ze is verantwoordelijk.'

Merckelbach: 'Victor, je bevindt je in een conceptueel moeras. Als je zegt dat de vrije wil niet bestaat, hoe kun je mensen dan verantwoordelijk houden voor hun daden?'

Lamme: 'Ik ageer vooral tegen het rare onderscheid tussen iemand de hersens inslaan vanuit een reflex of met voorbedachte rade. Intenties doen er niet toe en motieven interesseren mij niet. Dát iemand een moord pleegt, betekent dat er iets verkeerd is gegaan met het inbedden van sociale verwachtingen in dat brein. En dat moet gecorrigeerd, maar we moeten de rechtspraak niet baseren op illusies, zoals de vrije wil.'

Merckelbach: 'Hoe kun je nu zeggen dat de vrije wil niet bestaat. Er staat toch niemand achter Victor Lamme die een pistool op hem gericht houdt en hem dwingt dit allemaal te zeggen? Die vrije wil speelt ook een cruciale rol in het civiele recht, die maakt dat wij contracten kunnen sluiten en stemrecht hebben.'

Lamme: 'Een handtekening onder een contract is een handtekening onder een contract. De intenties doen er niet toe.'

Merckelbach: 'Civiele rechters ontbinden soms contracten als achteraf blijkt dat een van de ondertekenaars mogelijk niet uit vrije wil tekende of onder invloed van beginnende dementie. Het uitgangspunt is dat vrije burgers weloverwogen besluiten kunnen nemen. Als jij zegt dat de vrije wil een fictie is...'

Lamme: 'Dat is precies mijn punt. Dat van die vrije wil en vrije burgers is ook maar een idee, maar niet noodzakelijkerwijs het enige juiste uitgangspunt voor de rechtspraak. Er zijn ook niet-westerse maatschappijen waarin die individuele verantwoordelijkheid een veel minder grote rol speelt. '

Merckelbach: 'Noord-Korea is een mooi voorbeeld.'

Even terug naar de rechtspraak. In pakweg twintig strafzaken per jaar speelt hersenonderzoek, genetisch onderzoek of andersoortig neurobewijs een rol. Dan kunnen we toch niet van een triomftocht van het neurobewijs spreken?

Merckelbach: 'Er zijn pakweg honderdduizend strafzaken per jaar, dus het is nog niet veel. Maar afgezet tegen de circa tweehonderd rechtszaken per jaar die draaien om ernstige geweld- en zedenmisdrijven is het toch geen klein bier. En er is een duidelijk stijgende lijn. Inmiddels zijn er ook driehonderd civiele zaken waarin met hersenscans en dergelijke wordt aangetoond of iemand wel of niet competent was om een testament op te laten maken of een huwelijksakte te tekenen.'

Lamme: 'Ik zie geen principieel verschil tussen een advocaat die een hersenscan van zijn cliënt aan de rechter overlegt of een rapport van de psychiater.'

Merckelbach: 'Het primaat moet bij de gedragswetenschap liggen. Ik zal uitleggen waarom. In het recht gaat het om gedrag en om uitspraken over gedrag te doen, moet je mensen observeren. Het achterliggende probleem kan best veroorzaakt worden door een afwijking in het brein. Maar zo'n afwijking hoeft geen effect te hebben op het gedrag. Er zijn veel mensen met een hersenafwijking die zich redelijk normaal gedragen. En als iemand met een afwijking wel een moord pleegt, hoeft er geen relatie te zijn met die moord.'

Lamme: 'Volgens mij moeten we gewoon de best beschikbare methode gebruiken. Soms is die biologisch geïnspireerd, soms genetisch en soms is de gedragswetenschap het meest geschikt.'

Volgens het NJB, het blad van de Nederlandse juristen, kun je met neurobiologisch onderzoek naar psychiatrische ziekten wel groepen mensen vergelijken maar (nog) weinig zeggen over het individu.

Lamme: 'Nou. Er is de laatste tijd nogal wat onderzoek gedaan waaruit blijkt dat een hersenscan van de prefrontale cortex beter kan voorspellen wat mensen gaan doen dan wanneer je mensen naar hun intentie vraagt.'

Merckelbach: 'Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Je legt de lat te laag. Dat is geen deugdelijk onderzoek.'

Lamme: 'Dat is er wel bij mensen die zeggen dat ze willen stoppen met roken. Die intentie is een minder goede voorspelling dan een hersenscan en dat is achteraf gecontroleerd door de nicotine in het bloed en speeksel te meten.'

Merckelbach: 'Dat vind ik imposant. Die studie ga ik lezen. Maar even terug naar het strafrecht. Stel iemand klimt in een toren, terwijl dat niet mag. Er valt een luik uit die toren boven op een voorbijganger. De advocaat zegt: mijn cliënt is schizofreen, hij kan er niks aan doen dat hij in zo'n verboden toren klimt. Wat voegt een hersenscan dan nog toe?'

Lamme: 'Die is net zo irrelevant als die psychiatrische rapportage. Die mijnheer doet iets wat niet de bedoeling is en behoeft correctie. Wat zijn intenties waren doet er niet veel toe, omdat we weten dat er een matige correlatie is tussen intentie en gedrag.'

Merckelbach. 'Kletsica.'

Lamme: 'Mooi woord, Harald.'

Merckelbach: 'Je gooit beschaafd strafrecht overboord. Ik vind het erg hard om geen onderscheid te maken tussen iemand die een dodelijk ongeval uitlokt omdat hij willens en wetens te hard rijdt en een bestuurder die door een paniekaanval een ongeval veroorzaakt. In het strafrecht zit een wezenlijk verschil tussen deze twee cases. In het geval van de paniekaanval is er geen schuld.'

Lamme: 'Nou, geen schuld. Iemand die een neurale predispositie heeft tot paniekaanvallen is een gevaarlijk persoon achter het stuur. Die zou ik liever nooit meer achter het stuur zien.'

Zijn er voorbeelden van rechtszaken waarin neurobewijs terecht een belangrijke rol speelde?

Merckelbach: 'Ja, ik denk aan de zaak Sietse H. Een jonge vrouw uit Nij Beets die haar pasgeboren kinderen vermoordde. In eerste aanleg kreeg ze 12 jaar. Bij neurologische testen en neuro-radiologisch onderzoek werd gevonden dat haar hersens maar heel weinig windingen tellen. Dat, in combinatie met duidelijke afwijkingen op psychologische tests, bracht deskundigen tot de conclusie dat ze op sommige gebieden het verstand heeft van een kind van 10 jaar. Dat is zinnige informatie voor de rechter die de strafmaat vervolgens naar beneden bijstelde. Van twaalf naar drie jaar, met tbs.'

Lamme: 'Ik vind neurologisch onderzoek vooral interessant met betrekking tot preventie. Met een fmri-scan kun je bijvoorbeeld zien of iemand pedoseksueel is. Misschien moeten we bepaalde beroepsgroepen zoals badmeesters, crècheleiders en priesters gaan screenen. Daar zie ik meer in.'

Merckelbach: 'Dat vind ik onzin en getuigen van een onthutsende naïviteit. In Nederland mag iedereen denken wat hij wil. Je mag er gruwelijke fantasieën over je schoonmoeder op nahouden, zolang je maar niks doet. Het strafrecht gaat uitzonderingen daargelaten over wat je doet en niet over wat je denkt.'

Lamme: 'Scans zijn goed in het voorspellen wat de kans is dat iemand iets gaat doen. Het lijkt mij onverstandig om iemand met pedoseksuele gevoelens een baan te geven in de kinderopvang.'

Merckelbach: 'Maar nu concreet. Je legt mensen in een hersenscanner en laat ze beelden zien van kinderen en speeltuinen. En als hun limbisch systeem oplicht...'

Lamme: 'Nee, dat werkt met classificatiesystemen. Wat je doet, is in kaart brengen hoe het brein van pedoseksuelen reageert als je ze bepaalde afbeeldingen laat zien terwijl ze in de scanner liggen. Als je dat vervolgens vergelijkt met het brein van niet-pedoseksuelen kun je verschil zien in pedoseksuele en niet-pedoseksuele breinen.'

Zijn er voorbeelden van rechtszaken waarin de neurowetenschap een kwalijke rol speelde?

Merckelbach: 'De zaak van het bloedbad in de Belgische crèche in 2009. Er werden hersenscans van de verdachte overgelegd waarbij experts vaststelden dat er sprake was van een significant en uitgebreid perfusiedeficit, thalamair bilateraal en ter hoogte van verschillende associatieve gebieden in de temporo-parieto-occipitale cortex. Dat is gevaarlijke onzin. Niemand weet wanneer een perfusiedeficit dermate ernstig is, dat je er echt ziek van wordt.'

Lamme: 'Dat klinkt inderdaad als intimiderende nonsens.'

De Belgische babymoordenaar werd overigens toch toerekeningsvatbaar bevonden, hij zou zijn psychotische gedrag hebben geveinsd. Hij kreeg levenslang.

Op eén punt zijn Lamme en Merckelbach het eens. Neurobewijs is gevoelig voor overschatting en misinterpretatie. Een hersenscan lijkt een 'foto', maar is '99 procent statistiek', waarschuwt Lamme en de interpretatie daarvan is een vak apart. De uitslag van een mri-scan kan bovendien beïnvloed worden door een veinzende verdachte die zich in de scanner inprent een andere persoonlijkheid te hebben.

Toch zijn rechters snel onder de indruk van biologisch bewijs als dna- en hersenonderzoek. Volgens een analyse van het blad Science wordt in de VS steevast milder gestraft als er biologisch bewijs is dat de verdachte ontlast. In de 230 strafzaken waarin neurobewijs in Nederland een rol speelde, droeg het 5 keer bij aan het oordeel vrijspraak en 6 keer aan ontslag van rechtsvervolging. Hoe je ook over die cijfers denkt, de neurowetenschappen hebben definitief voet aan de grond gekregen in de rechtszaal.

verdachte die slaapwandelt

In de nieuwjaarsnacht van 2007 schiet een 51-jarige vrouw in Nunspeet vanuit haar huis een man op straat in de buikstreek. Het is dan half twee 's nachts. De vrouw kan zich niets herinneren van wat zich heeft afgespeeld. Ze is om 2 uur naar bed gegaan en beweert dat ze in slaapwandelende toestand heeft gehandeld. Ze slaapwandelt wel vaker, zegt ze. Een hoogleraar psychofysiologie onderzoekt de verdachte tijdens haar slaap en acht het aannemelijk dat zij die nacht niet tot normaal bewustzijn is gekomen en onder invloed van droombeelden heeft gehandeld. De vrouw wordt vrijgesproken. In hoger beroep gaat haar verweer onderuit. Ze krijgt alsnog anderhalf jaar.

Verdachte kwetsbaar door alcohol en drugs

In de zomer van 2007 brengt een man zijn huisgenoot om het leven met messteken. De twee kregen ruzie tijdens het snijden van cocaïne met een groot mes. De rechtbank acht doodslag bewezen en beperkt de gevangenisstraf tot twee jaar met tbs met dwangverpleging. De rechtbank laat zich onder meer leiden door adviezen van deskundigen die menen dat het brein van de verdachte steeds 'kwetsbaarder' werd door het gebruik van alcohol, cocaïne en cannabis stoffen die schadelijk zijn voor de hersencellen. 'Dit geeft cognitieve problemen als persoonlijkheidsveranderingen (...), moeite met plannen, concentratieproblemen, gebrek aan controle over emoties zoals boosheid en verdriet.'

Verdachte met cerebrale doorbloedingsstoornis

In 2004 buigt het Hof in Arnhem zich over een ernstig verkeersongeval uit 2002 waarbij een automobilist de stoep opreed en daarbij voetgangers verwondde. De verdachte kan zich alleen herinneren dat hij moest uitwijken voor een groene auto en daarbij de stoeprand raakte. Hij denkt een soort black out te hebben gehad en kwam pas na het ongeluk weer bij zijn positieven. Een neuroloog verklaart op basis van een EEG dat het erg waarschijnlijk is dat de man ten tijde van het ongeval korte tijd buiten bewustzijn is geweest vanwege een 'cerebrale doorbloedingsstoornis'. Het hof oordeelt dat de verdachte niet schuldig en niet strafbaar is.

verdachte met beginnende dementie

Een man in Noord-Holland staat in 2008 terecht wegens ontucht met zijn buurmeisje van haar 7de tot haar 9de jaar. De verdachte wordt (onder meer) neurologisch onderzocht met als conclusie een beginnende dementie in het kader van de ziekte van Parkinson. 'Als gevolg daarvan was betrokkene niet in staat zijn impulsen onder controle te houden, en heeft hij als het ware reflexmatig gehandeld zonder dat hij de consequenties van zijn handelen overzag. Hij miste het vermogen tot reflectie (...)', aldus het neurologisch rapport. De neuro-experts adviseren de rechter de verdachte de ontucht in verminderde mate toe te rekenen is. Dat advies volgt de rechter op. De man krijgt 279 dagen gevangenisstraf, minus 60 dagen voorwaardelijk en moet in contact blijven met de reclassering en zich laten behandelen als de reclassering dat noodzakelijk acht.

Verdachte met hersenletsel

Een 44-jarige man moet zich in 2009 verantwoorden, omdat hij zijn ex-vriendin ernstig lastig valt. Uit onderzoek blijkt dat de man hersenletsel heeft, waardoor zijn geheugen slecht functioneert en hij zijn impulsen moeilijk kan beheersen. Bovendien functioneert de man door het verlies van capaciteit op zwakbegaafd niveau. De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar is. De man krijgt 3 maanden voorwaardelijk en moet een behandeling ondergaan om recidive te voorkomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden