Nieuws motten

Migrerende mot bezit ‘ingebouwd kompas’

Hoe vinden motten die reizen als trekvogels hun weg? Voor het eerst levert onderzoek een antwoord: ze hebben een intern kompas dat reageert op het aardmagnetisch veld en visuele herkenningspunten.

De bestudeerde nachtvlinder. Foto Eric Warrant

De Australische bogongmot heeft een brein kleiner dan een rijstkorrel, maar is tot iets uitzonderlijks in staat: hij gebruikt het aardmagnetisch veld om te navigeren. De mot is het eerste insect waarvan bekend is dat het ’s nachts migreert en een soort ‘intern kompas’ bezit. Dat schrijven Zweedse wetenschappers in een artikel  in het tijdschrift Current Biology. Het was al bekend dat trekvogels, schildpadden en wellicht monarchvlinders een soortgelijk kompas bezitten.

Elk jaar vliegen miljoenen bogongmotten vanuit de zuidelijke Australische staten naar de Australische Alpen, waarbij ze soms meer dan 1.000 kilometer afleggen. Eenmaal aangekomen verblijven ze in hooggelegen grotten, waar ze schuilen voor de zomerse hitte van de laaglanden. In de herfst ondernemen ze de terugtocht naar hun geboortegronden waar ze paren en vervolgens sterven. 

Kompas

De motten vinden hun weg door een combinatie te gebruiken van visuele herkenningspunten en het aardmagnetisch veld. Volgens entomoloog Eric Warrant, lid van de onderzoeksgroep die het artikel publiceerde, is het vergelijkbaar met iemand die met een kompas op pad is. ‘Je kijkt op het kompas, bepaalt welke richting je op moet en begint te lopen, waarbij je een kenmerk aan de horizon aanhoudt, zoals een boom. Wanneer je de boom bent gepasseerd, kijk je weer op het kompas en kies je een nieuw herkenningspunt om verder te gaan.’

De onderzoekers gebruikten een vluchtsimulator waarin het leek of de motten hun normale weg konden vervolgen. Op de wanden werd een nachtelijke horizon afgebeeld en de bodem bewoog tegengesteld aan de vliegrichting onder de motten door. Hoewel ze vrij konden vliegen en draaien, waren ze met een soort tuigje vastgemaakt, waardoor ze op hun plek bleven en de onderzoekers de vliegrichting konden registreren. Bij een natuurlijk magnetisch veld en bergtoppen aan de horizon als visueel herkenningspunt bleken de motten hun migratierichting te vervolgen. Maar zodra de wetenschappers het magnetisch veld kunstmatig draaiden, werd het een chaos en vlogen de motten alle kanten op. Dit gebeurde ook als alleen de bergtoppen in de simulator draaiden.

Magnetische velden

Wetenschappers proberen al tijden de werking te achterhalen van het mechanisme waarmee sommige diersoorten het aardmagnetisch veld kunnen ‘aflezen’. Volgens Warrant is het daarom extra interessant dat de mot dit kan. Zijn simpele brein maakt het makkelijker om zulk onderzoek te doen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld trekvogels, die een zeer complex zenuwstelsel bezitten.

Volgens Peter Bobbert, hoogleraar nanosystemen aan de faculteit toegepaste natuurkunde aan de TU Eindhoven, is dit onderzoek een betrouwbare aanwijzing dat de motten het aardmagnetisch veld kunnen registreren. In de proefopstelling gebruikten de wetenschappers magnetische velden van natuurlijke sterkte. Dit in tegenstelling tot andere onderzoeken, waarbij insecten soms werden blootgesteld aan veel sterkere magnetische velden. 

Bobbert: ‘Over de moleculaire werking van het onderliggende mechanisme is geen consensus, maar er zijn wel gegronde ideeën, zoals het radicale-paarmechanisme. Dit is een reactie waarbij een minuscuul magnetisch veld chemische signalen opwekt, waarop het organisme reageert. Alleen met kwantummechanica kan dit goed worden begrepen.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.