Middeleeuwse kloosterlingen zongen over Jezus als kroegbaas

Het kloosterleven mengde meer met buitenwereld dan gedacht

In de late Middeleeuwen waren kloosterlingen beduidend minder vroom en zedig dan gedacht, blijkt uit de soms profane liedjes die er werden gezongen.

Een liedje zingen in de Middeleeuwen. Beeld Rijksmuseum

Bij de late Middeleeuwen kunnen wij ons niet meer zoveel voorstellen. Behalve dat het leven toen doordrenkt was van religie. Die enigszins karikaturale voorstelling van zaken is maar ten dele correct, schrijft de Utrechtse literatuurwetenschapper Cécile de Morrée (31) in haar vrijdag te verdedigen proefschrift Voor de tijd van het jaar - over laatmiddeleeuwse religieuze liedverzamelingen. De Morree heeft zelf de liederen bij dit stuk ingezongen.

Zeker: kerken, kloosters en conventen - waar begijnen samenleefden - waren destijds alomtegenwoordig. Maar hun scheiding van de profane buitenwereld was minder strikt dan wij nu menen te weten. 'In de dikke muren van de conventen en parochiekerken zaten kieren waardoor de invloed van de stad naar binnen sijpelde.'

Hoe kunt u dat opmaken uit de liedbundels die u heeft bestudeerd?

'Die bundels bevatten liedjes die werden gezongen bij uiteenlopende gelegenheden: bij het spinnen, maar ook bij gebed. Sommige hadden een meditatief karakter, andere werden bij feesten gezongen. In de conventen was het zingen van die liederen op enkele momenten van de dag toegestaan, in de stad was hun functie vergelijkbaar met die van een radio op een bouwplaats of in de fabriekshal. In die liedjes waren religieuze en wereldlijke elementen met elkaar versmolten. Er zaten evergreens bij, die generaties meegingen.'

Cécile de Morée

Waarover gingen die liedjes dan?

'Over alledaagse religieuze thema's. Over het leven van Jezus, over de hemel, over deugdzaamheid, over Maria en andere heiligen. Soms zat er een ridderliedje of een liefdesliedje tussen. In een van die religieuze bundels trof ik ook een lied aan over een jongeman die in het klooster wil intreden, maar er uiteindelijk vanaf ziet omdat hij de monnikspij te lelijk vindt. Een curieus lied voor kloosterlingen.

Er waren ook profane versies van religieuze liederen. Die handelden bijvoorbeeld over een minnaar die 's nachts bij een vrouw aanklopt, maar er niet in komt omdat de vrouw al een andere minnaar op bezoek heeft. Pikanterieën dus. Andere liederen waren gelijktijdig profaan en religieus. Zoals een lied over Jezus die als jongen zijn moeder zo goed hielp in de huishouding, Jezus als kroegbaas die gratis wijn schenkt, of over Jezus die bij de nonnen langsging.'

Jezus die bij de nonnen langsging? Werd dat niet als oneerbiedig ervaren?

'Integendeel. Het was een heel alledaagse interpretatie van de relatie die nonnen met Jezus meenden te hebben. Zij zagen zichzelf als bruiden van Jezus. Het liedje bracht die intimiteit tot uitdrukking.'

Wie schreven die liedboeken?

'De meeste zijn geschreven in conventen van de moderne devotie - de invloedrijkste religieuze beweging in die tijd. Daar werden teksten in de volkstaal geschreven. Niet in het Latijn, zoals in de kloosters. De liederenbundels waren kleine, sober uitgevoerde boekjes die in de handpalm konden worden gelegd.

De indeling van de liederen strookte met die van de seizoenen. Niet alleen met de jaargetijden, maar ook met de cyclus van katholieke feesten en de kalender van het gemeenschapsleven. Al die cycli gingen harmonieus samen in een levendige feestcultuur. Zo waren Pasen en Hemelvaartsdag onderdeel van de mei-festiviteiten, waarmee het nieuwe lenteleven werd gevierd.'

Wanneer kregen die feestdagen een exclusief christelijk karakter?

'Toen de scheiding van kerk en staat zich voltrok. In de late Middeleeuwen stond de kerk letterlijk in het midden van de samenleving. Niet alleen als oord van devotie, maar ook als overdekte markt, als buurthuis en als plek waar de overheid met de burgers communiceerde. Anders dan in latere tijden had een gebedshuis - vaak het degelijkste gebouw in de wijde omtrek - een multifunctioneel karakter. Voor de liedcultuur gold hetzelfde als voor de kerk: ze verenigde het geestelijke met het profane.'

Intiem bezoek van Jezus aan een zuster

Gelassen hat eyn sustergen,
ind sy ginck in ir kemergyn.
Jhesus quam zo ir gegaen
ind wold eyn koesen myt ir haen.

[Zij:] "Nu ganck, her Jesus,
ganck, nu ganck!
Ich han gelaissen,
ind ich byn kranck."

Een zustertje had adergelaten
En zij verbleef (daarom) in haar kamertje
Jezus ging naar haar toe
En wilde vertrouwelijk met haar spreken, zoals gelieven doen.

'Ga weg, heer Jezus, ga weg!
Ik heb adergelaten
En ik ben ziek!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.