Met stalen zenuwen op 300 meter hoogte speuren naar mos

Mossen kunnen zich over enorme afstanden verspreiden. Een biologe van Naturalis in Leiden stijgt tot duizelingwekkende hoogte om het fijne ervan te achterhalen.

De observatietoren in het Amazonewoud, 320 meter hoog. Beeld reuters

Doe het maar: stap voor stap, tree voor tree. Tot de intimiderende hoogte van 320 meter. Zo'n beetje de Eiffeltoren. Binnenkort gaat Sylvia Mota de Oliveira het weer doen. Als ze na een uur klimmen boven is, kijkt ze uit over eindeloos groen. Het eindeloze groen van het Amazonebos, het grootste regenwoud op aarde.

Mota de Oliveira is onderzoeker bij Naturalis Biodiversity Center in Leiden. Ze bestudeert mossen in het Amazonegebied en wil weten hoe deze kleine plantjes zich in het oerwoud verspreiden. Daarom klimt ze naar het topje van een observatietoren die als een reuzenspeld in het enorme bos prikt. De toren is door Duitse en Braziliaanse instituten gebouwd voor klimaatonderzoek. Nu kan ook Mota de Oliveira er gebruik van maken.

Mossen verspreiden zich niet - zoals veel planten - met zaden, maar met sporen. Die lijken enorme afstanden te kunnen afleggen, want verschillende mossoorten zijn willekeurig verspreid over het hele Amazonebekken. Ze doen niet, zoals de meeste bomen, aan 'groepsvorming'.

Om aan te tonen dat er inderdaad flink wordt gereisd, probeert Mota de Oliveira deze sporen hoog boven het woud op te vangen. Dat doet ze met instrumenten die door het Leids Universitair Medisch Centrum gewoonlijk worden gebruikt om ten behoeve van hooikoortspatiënten te meten hoeveel pollen er in de lucht zitten. Ze plaatst een pollenvanger op de grond, een ter hoogte van de boomtoppen en een boven in de observatiemast.

'We hebben nog geen hard bewijs dat sporen zich in de lucht boven het bos bevinden. Door monsters te nemen hoop ik dat bewijs te leveren en erachter te komen in welke mate dit fenomeen zich voordoet', zegt Mota de Oliveira. 'Dankzij de wind kunnen sporen kennelijk honderden kilometers overbruggen. En misschien nog meer. In het Amazonegebied zijn stofdeeltjes uit de Sahara gevonden. Deze minuscule deeltjes zijn in omvang vergelijkbaar met sporen van mossen.'

Sylvia Mota de Oliveira: 'Het is belangrijk om de biologische processen in een van de laatste stukken ongerepte stukken vegetatie op aarde te begrijpen.' Beeld Aurélie Geurts

Ruim 300 meter hoog

De mossen die Mota de Oliveira bestudeert, groeien op de schors van bomen - van de grond tot aan de hoogste takken. Sporen van mossen die zich laag in het bos bevinden, komen waarschijnlijk niet ver van hun 'moederplant'. Hooguit een paar meter. Ontbreken van wind en de dichte begroeiing beperken de actieradius. Hoe hoger de mossen groeien, des te groter het bereik van de voortplantingscellen.

Op ruim 300 meter hoogte verwacht Mota de Oliveira vooral sporen tegen te komen afkomstig van mossoorten die voorkomen in de hogere delen van het bos. Die hebben meer dan lager levende soorten te maken met wind en luchtstromingen. Waar ze vandaan komen en waar ze terecht komen, hoopt ze te achterhalen door het dna van de sporen te analyseren en dat te vergelijken met het dna van mossoorten in de omgeving.

Onderzoek op zulke hoogte is opzienbarend, maar wat hebben we eraan? Mota de Oliveira: 'De groene delen van de wereld raken steeds meer gefragmenteerd. Toch is het nodig dat planten zich van het ene deel naar het andere kunnen verplaatsen. Als ze in hun eigen beperkte omgeving blijven, neemt de genetische diversiteit af en worden soorten kwetsbaar voor ziekten en andere bedreigingen. Dan wordt de kans groter dat ze uitsterven.'

Met de resultaten van haar onderzoek kun je de verspreiding van soorten in een ongerept landschap vergelijken met de verspreiding in een gefragmenteerde omgeving. 'Het is belangrijk om de biologische processen in een van de laatste stukken ongerepte stukken vegetatie op aarde te begrijpen. Als we het hebben over bescherming van het bos, moeten we weten hoe het er in een bos aan toegaat.'

De ruim 300 meter hoge observatietoren midden in het Amazonegebied. Beeld reuters
Een schilder hangt honderden meters boven de grond om de observatietoren in de verf te zetten, het zal je werk maar zijn. Beeld reuters

Een dezer dagen vliegt Mota de Oliveira naar de stad Manaus in het noorden van Brazilië. Vandaar gaat ze met de auto en per boot het Amazonewoud in. Ze verblijft in een veldstation diep in het bos. En dan omhoog. De apparatuur gaat met een lift naar de top van de toren, de onderzoekster moet met de trap. Bij elke bocht moet ze zich zekeren met klimtouw. Een zware klim in de tropische hitte. Eén keer eerder is ze helemaal naar boven geweest. 'Dat was spectaculair, surrealistisch. Alleen maar groen, zover het oog reikt.' Aan het eind van de middag, voor donker, moet ze weer beneden zijn.

Ja, ze heeft hoogtevrees. Maar met eerdere klauterpartijen op lagere observatieposten heeft ze haar angst onder controle gekregen. Nadat ze de instrumenten heeft geplaatst gaat ze nog een paar keer omhoog om te kijken of de spullen er goed bij staan. Na een week gaan de instrumenten naar beneden en keert Mota de Oliveira terug naar Nederland. Dan begint het analyseren van de oogst. In het lab, met beide benen op de grond.

Mos en spore

Mossen kunnen zich op twee manieren voortplanten: geslachtelijk en ongeslachtelijk. Bij geslachtelijke voortplanting smelten een mannelijke zaadcel en een vrouwelijke eicel samen, waarna de bevruchte eicel zich ontwikkelt tot een dun steeltje met aan de top een verdikking. Die verdikking groeit uit tot een doosje (huikje), waarin sporen worden gevormd. Als de omstandigheden gunstig zijn - bij droog weer - gaat het sporendoosje open en kunnen de sporen zich door de wind verspreiden. Als ze ergens zijn geland, groeien sporen uit tot nieuwe plantjes. Sommige mossoorten vormen geen sporen en planten zich ongeslachtelijk voort: er valt een stukje van de plant af dat uitgroeit tot een nieuwe plant.

Wetenschapper Sylvia Mota de Oliveira: 'De klim naar de top was spectaculair, surrealistisch. Alleen maar groen, zover het oog reikt.' Beeld Aurélie Geurts
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden