Met je vingers iets uit elkaar zwem je het snelst

Niet met lepeltjes, maar met handen als vorkjes komt een mens in het water het beste vooruit. Door de vingers iets gespreid te houden, verplaatst een hand meer water dan met het aloude kommetje van de zwemles. Wetenschappers vermoedden dat al, maar Eindhovens onderzoek heeft het nu bevestigd.

Een technicus monteert een testhand in een windtunnel. De vingers staan 10 graden uit elkaar, de optimale houding. Beeld TU Eindhoven/Bart van Overbeeke

Zwemmen met de vingers iets los van elkaar kan tot enkele procenten meer voortstuwing geven, becijferde Josje van Houwelingen, promovendus aan de TU Eindhoven en zelf fanatiek zwemster. Op de 50 meter vrije slag zou de truc ruw geschat 0,6 seconden verschil kunnen maken. 'In Rio eindigden bij de dames de eerste zes met een marge van 0,12 seconden', vertelt Van Houwelingen. 'Deze verbetering zou dus wel degelijk effect kunnen hebben. Ranomi Kromowidjojo had weer goud kunnen winnen.'

Door de vingers wat van elkaar te houden, vergroot de zwemmer het handoppervlak en kan de hand meer water wegduwen. De kiertjes moeten wel smal zijn: niet wijder dan ongeveer een halve vingerbreedte, toonde Van Houwelingen aan. Anders glipt er teveel water door de vingers en wordt het effect teniet gedaan.

Zwemmen doe je zo Beeld TU Eindhoven

Uit eerdere studies bleek ook al enige ruimte tussen de vingers waarschijnlijk helpt. 'We wilden dat herhalen. En het nu eens écht goed onderzoeken', vertelt Van Houwelingen. Daartoe ging ze er onder meer toe over om verschillende 3D-geprinte handen in een windtunnel te hangen, om de krachten die erop inwerken in detail te bestuderen. Vorige week presenteerde ze haar resultaten op een stromingsleercongres in de VS.

'Dit is inderdaad iets wat we al heel lang denken. En we trainen er ook op om je bewust te worden van de vingerpositie', zegt desgevraagd hoofdcoach Marcel Wouda van zwembond KNZB. Toch denkt Wouda niet dat het Nederlandse zwemteam de handen opeens heel anders zal houden. 'Als je twintig jaar op een bepaalde manier zwemt, is het erg lastig om zoiets aan te passen.' Ook de zwemles zal niet opeens veranderen, denkt de KNZB. 'Daarvoor is dit te gedetailleerd. Kinderen moeten vooral leren de slag te maken', zegt een woordvoerster.

Maar topzwemmer Maarten van der Weijden denkt dat het inzicht nuttig is voor nieuwkomers. 'Als je dit soort inzichten als eerste kunt toepassen bij het trainen van de jeugd, heb je straks voorsprong op de andere landen.' De Olympisch kampioen en wereldkampioen zwemt zelf van nature ook met de vingers iets uit elkaar: 'Interessant om nu te horen hoe het exact zit. Vroeger kreeg ik altijd te horen: we weten niet zeker of het helpt.'

Een kanttekening maakt Van der Weijden wel: 'Dit soort onderzoeken zijn doorgaans gebaseerd op gemiddelde lichamen. Terwijl het lichaam van een topsporter juist helemaal niet gemiddeld is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.