WETENSCHAPmedische doorbraak

Met activisme en moleculair vernuft kon het hiv-virus geen kant meer op

Houd moed. In het verleden wisten wetenschappers gigantische gezondheidscrises te bezweren. Deze week: de ‘ongrijpbare’ aids-epidemie.

Beeld Olivier Heiligers

Wat was het probleem?

Eén gesprekje per half jaar. Meer heeft internist-infectioloog Jan Nouwen van het Erasmus MC niet nodig om erop te vertrouwen dat zijn patiënten, besmet met het beruchte hiv-virus, gezond blijven en hun medicatie slikken. En vooruit: een bloedtest om er zeker van te zijn dat het virus zich gedeisd houdt, zodat de patiënt de immuunziekte aids bespaard blijft. Routine, eigenlijk.

Toen aids in de jaren tachtig opdook, was er van routine geen enkele sprake. Laat staan medicatie. ‘Het bleef lang ongrijpbaar’, herinnert Nouwen zich over de ziekte die wereldwijd miljoenen mensen trof, duizenden in Nederland. Hij zag als geneeskundestudent en later in de jaren negentig als arts wat het virus aanrichtte, toen hij in klinieken in Zambia en Nederland patiënten behandelde. Hiv vernietigt op grote schaal de afweercellen en veroorzaakt zo aids: een toestand die mensen weerloos achterlaat voor de ene infectie na de andere. ‘Gechargeerd gezegd konden we alleen pappen en nathouden. Had je met succes een longontsteking behandeld, dan was er weer een andere verschrikkelijke infectie. Het was een doodvonnis.’

Qua verspreidingsgevaar was hiv ook nog eens een horrorscenario, zegt Annet Mooij, die de periode reconstrueerde in haar boek Geen Paniek!. ‘Je had een enorm dodelijk virus dat zich haast ongezien verspreidde, omdat allerlei mensen er jaren mee konden rondlopen zonder het te weten.’

Het keerpunt

Hiv, zo ontdekten virologen vrij snel, verspreidt zich vooral via seksueel contact van mens tot mens; het bivakkeert namelijk in lichaamsvocht van de anus, de vagina, en in sperma en bloed. Daarom treft de ziekte in Nederland aanvankelijk vooral homoseksuele mannen, die vaker risicovolle anale seks hebben. Via besmet bloedcontact lopen ook drugsgebruikers en mensen met de bloedziekte hemofilie het op.

Dat inzicht gaf de GGD en het RIVM eind jaren tachtig munitie om met voorlichtingscampagnes de verspreiding van hiv in te dammen, in samenspraak met belangenorganisaties voor homoseksuelen. ‘Aids moest een probleem van iedereen worden’, vertelt Mooij. ‘Daarom gold de leus ‘vrij veilig’ ook echt voor iedereen. En dat bleek enorm effectief.’

En dan, in 1996, bedenken Amerikaanse wetenschappers een manier om hiv moleculair in de houdgreep te pakken. Het is een cocktail dat het virus op drie manieren tegelijk stopt. Eén middel verhindert dat hiv nieuwe cellen infecteert, twee andere dwarsbomen de kopieerapparatuur van het virus. Het helpt: patiënten die medicatie slikken, worden niet meer ziek.

Hoe staat het er nu voor?

Wie besmet is, moet de rest van zijn leven aan de virusremmers. Die gaven eerst nog weleens nare bijwerkingen, vertelt Nouwen, maar er zijn nu zoveel cocktails in één pil verkrijgbaar, dat er voor de meeste patiënten wel iets te vinden is. ‘De mensen die ik nu zie, wandelen meestal kerngezond de spreekkamer in en uit’, zegt Nouwen.

En er gebeurt iets wonderlijks in het bloed van patiënten die virusremmers slikken: het aantal virusdeeltjes daalt zo ver dat de patiënten het virus niet meer overdragen. ‘Als iedereen met hiv ze zou slikken, zou het virus vanzelf uitsterven’, zegt Nouwen. Goed nieuws is dat in het zwaar getroffen sub-Sahara-Afrika steeds meer virusremmers beschikbaar zijn. Een vaccin is er nog niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden