'Mensen onderschatten de rol van chemie'

Het werd al jaren gefluisterd, maar dit jaar sloeg de Prijs der Prijzen dan toch echt toe: Ben Feringa, hoogleraar organische chemie, won de Nobelprijs voor Scheikunde voor zijn baanbrekende werk met moleculen. Het beeld dat blijft hangen: zijn nanowagentje. 'Iedereen denkt nu dat ik dertig jaar aan een onzichtbaar autootje heb gewerkt.'

Beeld Foto Jaap Scheeren

De deur staat open, in elk geval deze woensdag. Aan een rechthoekige vergadertafel kijkt chemicus Ben Feringa (65) op naar zijn bezoek en lacht zijn vaste glimlachje. Een kleine man met brilletje, hoekige kaaklijn, gegroefder dan het in eerste instantie lijkt. In een donkerblauwe schipperstrui te midden van een ravage aan stapels papier, plastic molecuulmodellen, tijdschriften en rapporten: een riante werkkamer vol wetenschap in volle vaart. Buiten, op het universiteitscomplex aan de noordrand van Groningen, schemert het, lunchtijd of geen lunchtijd.

Er is een zitje met lage gemakkelijke stoelen, daarop ligt zijn rugzakje. Vanmiddag, als de universiteit hem in de Martinikerk een heldenafscheid zal bieden, het laatste voor hij naar Stockholm afreist om er zijn Nobelprijs op te halen, vanmiddag zal hij zijn laptop in de tas doen en die op zijn rug binden, beneden de fiets nemen en zich naar de binnenstad spoeden. Laptop inleveren, naar het Academiegebouw om zich om te kleden. Waarna hij wat later in toga staat voor duizend man publiek, onder wie zijn negen broers en zussen. Weer die glimlach, de pretoogjes. Nobelprijswinnaar, het bevalt hem ook wel. Zijn lezing, ontspannen uit het hoofd en hetzelfde verhaal dat hij de komende week in Stockholm zal houden, gaat erin als Gods woord in een ouderling. Skik-voorman Daniël Lohues, een streekgenoot uit het achterland van Emmen waar in Drenthe Feringa's wieg stond, speelt piano, zingt. In het Drents natuurlijk. De kerk grinnikt om de journaalbeelden op de videoschermen. Feringa op de fiets, stevig doortrappend.

Wetenschapsravage

Maar dat is allemaal later vanmiddag. Eerst is er die gewone Ben Feringa, in zijn gewone trui in zijn vertrouwde wetenschapsravage, de werkkamer op het scheikundelab, gewoon aan de lunch. Het zou ook zomaar een jaar geleden kunnen zijn, of twee. Jaren dat hij nog geen Nobelprijs had gewonnen. Toen hij nog gewoon een vooraanstaande Nederlandse wetenschapper was, winnaar van een Spinozapremie, bestuurder van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, een wekelijkse treinreis verder in Amsterdam. Toen hij nog met Shell en andere chemiegiganten plannen smeedde voor nieuwe kennis van nieuwe moleculen die een nieuwe wereld zullen creëren, ooit. Hij werd al jaren terloops genoemd voor een Nobelprijs, voor zijn baanbrekende werk op het gebied van molecuulmachientjes die draaiden op licht. Meesterlijke scheikunde en de Prijs der Prijzen meer dan waard. Anderzijds, laten we eerlijk zijn, was er ook die eeuwige twijfel. Hij? Ben Feringa uit Groningen? De laatste Nobelprijs daar stamde alweer van 1953. Fysicus Frits Zernike, een oom trouwens van de latere andere Nobelprijswinnaar, Gerard 't Hooft. Kon zijn werk zo belangwekkend zijn of dachten alleen wij Nederlanders dat?

Feringa legt het manuscript dat hij net nog geconcentreerd zat te corrigeren terzijde en voert zijn bezoek naar een aangrenzend vertrek. Neemt een broodje uit het rieten mandje dat zojuist door een vriendelijke ('Dag Ben') kantinedame is aangedragen. Haalt het folie eraf. Vergeet daarna bijna een uurlang een serieuze hap te nemen. Jawel, begint hij dat uur, hij leeft nog. Maar heftig is het wel, een Nobelprijs winnen. Geloof hem.

CV Ben Feringa

18 mei 1951 Geboren Bernard Lucas (Ben ) Feringa in Barger-Compascuum
1969 Middelbare school in Meppel
1974 Scheikunde Rijksuniversiteit Groningen
1978 Promoveert bij Hans Wijnberg op asymmetrische oxidatie van fenolen
1978 Onderzoeker bij de kathalyselabs van Shell in Amsterdam en Engeland
1986 Terug als post-doc aan de Rijksuniversiteit Groningen
1988 Volgt Wijnberg op als hoogleraar synthetische organische chemie
2003 Krijgt Jacobus van 't Hoff-leerstoel in Groningen
2006 Spinozapremie Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek; kondigt bij uitreiking speurtocht naar nanomachientjes aan
2006 Lid Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, later vice- president KNAW
2011 Feringa's moleculaire nano-auto op de cover van tijdschrift Nature
2016 Nobelprijs voor chemie voor zijn werk aan moleculaire motortjes, samen met Sauvage en Stoddart
Ben Feringa en zijn vrouw Betty hebben drie volwassen dochters. Ze wonen in Paterswolde

De bom, herhaalt hij het verhaal nog maar eens, barstte niet eens meteen. 'Ik zat met promovendi aan deze tafel toen kwart voor elf de telefoon ging. Kennelijk had Tineke, mijn secretaresse, een goede reden om iemand door te verbinden. Ik had geen idee, maar nam op en begreep dat het de secretaris van het Nobelprijscomité was, vanuit Stockholm. Hij legde me uit dat het comité over een halfuur bekend zou maken dat ik, samen met Stoddart en Sauvage, de chemieprijs zou krijgen. En dat ze me kort daarna telefonisch zouden willen interviewen. Ben u er nog?, vroeg de secretaris na verloop van tijd. Ik was sprakeloos, maar jawel, ik was er nog. Zei dat het duidelijk was. Ik legde neer. Een halfuur dacht ik, mooi. Ik ben gewoon weer rustig aangeschoven. Hoe dat kan, weet ik nog steeds niet. We hebben nog even de discussie over switchbare antibiotica afgemaakt. Pas geleidelijk drong tot me door wat er aan het gebeuren was. Heb ze toen toch maar de deur uitgewerkt. Ik ging eerst naar Tineke, die historische woorden sprak die alleen een Groningse uit Winschoten kan spreken: Ben, alleen kalmte kan ons redden. Ik belde mijn vrouw Betty. Niemand wist het verder nog.

'Ik ben daarna in mijn kamer gaan zitten, deur dicht en alleen, en liet alle ups en downs van de voorgaande jaren aan me voorbij gaan, mijn vrienden in de chemie, mijn leermeester Hans Wijnberg, mijn gezin. Een emotioneel moment. Daarna ging de telefoon weer, voor het telefonisch interview. Er was een Zweedse collega aan de andere kant die me feliciteerde en verzekerde dat het echt was. En eigenlijk begon het toen pas een beetje te dagen.

'Toen ik daarna de deur van mijn kamer opendeed, stond de gang vol. Mijn hele team, alle jongens en meisjes van de groep, het hele lab, wat later de rector. Champagne. De eerste pers. Toen is die foto met mijn groep gemaakt die nog bij jullie in de krant stond, op de voorpagina. Met een Chinese onderzoekster voorop, wat voor het mannenvak zo'n onbedoeld mooie reclame was. En er stak ook een storm op die nauwelijks meer is gaan liggen. Een vloedgolf. We krijgen aan de lopende band uitnodigingen, mijn agenda zit tot aan 2018 vol.

Ben Feringa tijdens de uitreing van de Nobelprijs. Beeld afp

'Maar ik kan niet alles doen natuurlijk. Ik kan niet op twee plekken tegelijk zijn, in de VS en Frankrijk, dat gaat niet. En dan zijn er ook nog de verzoeken van allerlei clubs die denken, ook politiek: hé, zo'n Nobelprijswinnaar willen we wel erbij hebben. Ik kreeg binnen het uur een prachtige mail van collega Bill Moerner, twee jaar geleden de winnaar: gefeliciteerd en mijn advies is zo snel mogelijk nee leren zeggen. Helemaal waar. Al is het ook gewoon leuk hoor, hoe heel Nederland zo ongeveer meeleefde. Een mevrouw in de metro die me spontaan feliciteert; 'u bent toch professor Feringa?' Op de fiets hier in de stad. Een meisje van 15: 'Ik zit op de middelbare school en ik ga denk ik ook scheikunde studeren.' Ik geniet daar oprecht van.'

Later die middag van de 5de oktober vertelt Feringa in het Groningse Academiegebouw op een afgeladen persconferentie over Het Telefoontje. Over moleculen die machientjes worden. Over onzichtbare nanokarretjes die rijden op licht. Over microscopische robotjes in de bloedbaan, die scannen en repareren. Over zelfherstellende oppervlakken. Slimme verf. Antibiotica die met licht aan en uit te zetten is. Over de gebroeders Wright, luchtvaartpioniers die in 1901 als eerste vlogen, maar geen idee konden hebben van de hedendaagse Boeing 747's.

En over het extra miljard dat het kabinet subiet in de Nederlandse wetenschap zou moeten steken. Om de kennis te produceren die ons, en onze kinderen, uiteindelijk moet redden. Zijn mailbox is intussen ontploft, zijn telefoon geblokkeerd door oneindig veel voicemails en sms-berichten. Alleen kalmte, houdt hij zichzelf al zes weken voor, kan hem redden. Plus zijn gedecideerde secretaresse uit Winschoten, natuurlijk. Dat blijft zo, is hem verzekerd, tot volgend jaar de Nobelprijs chemie 2017 wordt aangekondigd. En daarna is het leven nooit meer helemaal hetzelfde.

'Mensen hebben het vaak over het plezier dat ik uitstraal als wetenschapper. Dat plezier is oprecht, maar het is ook een manier om met het gruwelijke rotwerk om te gaan dat wetenschappelijk onderzoek óók kan zijn. Het vastlopen. De experimenten die maar mis blijven gaan, het idee dat niet komen wil. Dat het nu en dan wel mooi uitpakt, is echt de uitzondering. En dan heb je het niet meer over al dat moeizame geploeter dat wetenschap ook is.'

Hoe zinnig zijn prijzen in wetenschappen eigenlijk?

De Groningse chemicus Ben Feringa won de Nobelprijs. Heel feestelijk natuurlijk. Maar hoe zinnig zijn prijzen in wetenschappen (en literatuur) eigenlijk? Lees hier het stuk van Martijn van Calmthout.

Geef Ben Feringa zijn wetenschapsmiljard

Lees hier de column van Frank Kalshoven over de Nobelprijswinst van Ben Feringa.

Boerenzoon uit de grensstreek

Later die middag, in de schijnwerpers van de galmende Martinitoren, tussen de zee van rode universiteitsbanieren, van burgemeesters en bestuurders, honderden hoogleraren in toga en gewone Groningers op rechte stoelen, gaat het over het spel dat de wetenschap ook is. Hij heeft, zegt hij met het prettige simplisme van een goed geïnterviewde, als boerenzoon uit de grensstreek achter Emmen nooit op de kleuterschool gezeten. 'Dat was te ver weg. Stads gedoe. Ik moest als klein jongetje mezelf maar bezighouden. Je kunt zeggen dat ik dat de rest van mijn leven ben blijven doen. Een beetje pielen en proberen. Veel meer is het niet.'

Op zijn werkkamer hangt het schilderij van de oude boerderij waar hij opgroeide. Barger-Compascuum is de plek waar de landerijen van vader Feringa's akkerbouwbedrijf reikten tot aan de Duitse grens. Hij is, zegt hij bedachtzaam, altijd een grenskind geweest. 'Ik heb van jongs af aan gedacht: wat zou er daarginds zijn. Daar was het avontuur. Als wij weer eens stiekem in Duitsland speelden, hield mijn vader de grenswachters aan de praat tot we terug waren.'

Een groot gezin, tien kinderen, waar doorleren normaal was, op de fiets naar Emmen en terug, waar altijd boeken in huis waren, kranten - de enige NRC in deze uithoek van het land. Aan tafel werd debat gevoerd, zeker toen de kinderen studenten waren geworden. Roerige tijden in de stad waren het, en dat was ook thuis te merken. Ben, de op een na oudste van het gezin, blinkt op school in Emmen uit in wiskunde. Maar gaat scheikunde studeren. Formules, hij is er handig in, maar het tastbare van de chemie, het ruiken en proeven, de kleuren, dat is wat hem echt grijpt.

De eerste jaren verveelt hij zich danig, overigens. Pas als hij in het lab iets mag maken dat nog niemand ooit maakte, via een ingewikkelde synthesereactie, ontwaakt de onderzoeker in hem. In de lezingen die hij tot voor kort graag af en toe mocht geven in een openbare bibliotheek in de provincie, vergelijkt hij zichzelf met streekgenoot Abel Tasman (Lutjegast, 1603) die per ongeluk Nieuw-Zeeland ontdekte. Ben Feringa, zo ziet hij dat, is de man die in een bootje op de zee van onbekende moleculen ronddoolt en er nu en dan land ontdekt. Een nog onontdekt molecuul met liefst intrigerende eigenschappen. Een geweldig gevoel is dat, en het smaakt altijd naar meer, je mag hem ervoor wakker maken. 'Ik denk eigenlijk altijd na over moleculen en wat ze zouden kunnen doen. Als ik de krant lees, zit ik vaak tegelijk met een pen in de marges structuurtjes te kriebelen. Wat zou er gebeuren als je niet dit hier, maar daar aan elkaar plakt?'

Beeld Foto Jaap Scheeren

Tedoemtedoemtedoem

Thuis, in Paterswolde, wisten vrouw en dochters feilloos wanneer Ben iets belangrijks had verzonnen. Dat hoorde je aan de manier waarop hij de trap afkwam. Tedoemtedoemtedoem. Die opwinding gaat nooit weg. Sterker, daar draait het allemaal om.

Nu bijvoorbeeld, tedoemtedoemtedoem, hebben ze weer iets bijzonders: een nanospiertje dat voor 95 procent uit water bestaat en toch een zichtbaar papiertje kan optillen. Heerlijk, daar kan hij echt van genieten. Moet nog gepubliceerd worden, niet verder vertellen. Maar de lol, heerlijk.

'Ik realiseer me dat je in deze rol uitnodigingen zult moeten aannemen. Ik ga door met onderzoek, ik blijf college geven, maar ik ga zeker ook de wetenschap nog meer op de kaart zetten. En zeker de chemie. Dat is nodig. Kijk naar nieuwe materialen, naar duurzame processen. Hoe gaan we dingen maken? En wat? Mensen onderschatten de rol van chemie. Maar jij en ik zouden hier niet zitten als we geen chemie hadden. Driekwart van ons zou zijn overleden zonder hygiëne en farmaceutica. Daar moet echt nog wel wat gebeuren.'

Twaalf interviews om 2016 mee af te sluiten

Om 2016 goed af te sluiten sprak Volkskrant Magazine met twaalf Nederlanders die hun stempel op het jaar hebben gedrukt.

Van Sylvana Simons tot Martin Garrix, van Ebru Umar tot Epke Zonderland. Over voetbal, hebzucht, glamour, terrorisme en de pakketjes van Coolblue.

Buiten, op de Grote Markt, staat deze feestdag een reuzenversie van zijn befaamde nanokarretje, een ruggegraat van witte bollen met op vier punten rode peddels die als wielen rond kunnen gaan. Feringa was in 2009 de eerste die het op molecuulschaal maakte en liet zien wat nog niemand had laten zien: dat met die draaibewegingen een echte verplaatsing te realiseren was. 'Iedereen denkt nu dat ik dertig jaar aan een onzichtbaar autootje heb gewerkt, maar daar gaat het natuurlijk niet om. We hebben dat gemaakt om het principe van de rotatietranslatie te demonstreren. Dan spreekt een autootje natuurlijk lekker tot de verbeelding, ook voor de minister toen ik de Spinozaprijs kreeg. Het nanokarretje was mijn man on the moon, zeg maar.' Tot uiteindelijk de cover van Nature ging het ding, een artist's impression, de wereld over. De dag na zijn Nobelprijs hadden alle kranten het.

'Juist aan chemici wordt vaak de vraag gesteld wat we met een bepaalde vinding kunnen. Dat is niet zo gek, maar ook in ons vak begint het allemaal met fundamenteel inzicht. Dat maakt wat mij betreft deze Nobelprijs extra bijzonder: omdat het zulk fundamenteel onderzoek beloont, maar wel midden in de chemie. Onze vraag is fundamenteel: hoe krijg en beheers je beweging op molecuulschaal. Dat is wat anders dan een plastic of geneesmiddel.'

Anderzijds, vies van praktische toepassingen is hij ook niet. Graag zelfs. In zijn lab is decennialang gewerkt aan katalysatoren, bijvoorbeeld, chemische hulpstoffen die nog een tijdlang bij Pfizer zijn gebruikt om een geneesmiddel te realiseren. Reacties die veertig jaar geleden uren vergden, lukken nu in seconden met een fractie van de energie.

Niks mis mee, de industrie, hij heeft niet voor niets jarenlang zelf bij Shell gewerkt, destijds het walhalla van de katalysechemie. In een lab op de plek waar nu het Amsterdamse filminstituut EYE staat. Tot de vrijheid riep en hij naar Groningen terugkeerde. Voor weinig meer dan een hoekje in het lab van zijn leermeester en de vrijheid om te doen wat hij wilde. Kom daar tegenwoordig nog eens om.

Doorstuderen

'Ik kijk graag over de grenzen van mijn eigen vak heen. Wij zijn goed in het bouwen van moleculen die nog niemand eerder heeft gemaakt. Dan ga je vanzelf nadenken over toepassingen in de materialen, in de geneeskunde, de biologie. Dat betekent wel dat ik ook nog gewoon studeer. Ik koop leerboeken biochemie of celbiologie om te begrijpen wat daar de problemen en vragen zijn. Tussen de bedrijven door. Nieuwe dingen, graag, ik verveel me snel.'

Ik heb een zeker gevoel voor moleculen, ik doe veel op intuïtie. Vraag me steeds af: hé, zou zoiets ook omgekeerd werken? Zou deze reactie wel willen? Als dit werkt, werkt het dan zo ook? Schoonheid speelt ook een rol. Hoe dat werkt, weet ik niet precies, maar sommige moleculen zijn meteen mooi. Zoals een schilderij mooi kan zijn. Of een vrouw. Ik kan daar enthousiast over worden. Dan wil ik het tekenen of bouwen met een modellendoos. Het grappige is dat ik dan vaak al weet of iets zou kunnen. Als het niet in mijn handen lukt, wordt het in het lab ook niks.

'Ik denk sterk in molecuulstructuren, dat is onze taal. Ik teken voortdurend, ook als ik met studenten praat. Zo ontwerpen we. We tekenen gewoon plaatjes en proberen het te maken.' Wat vaak ook gewoon niet wil vlotten. Zijn droom is nu een proces dat broeikasgassen omzet in brandstof. Planten kunnen het. Ben Feringa, hoogleraar chemie te Groningen en nu dus Nobelprijswinnaar, wil het beter kunnen. Als eerste ook, trouwens. 'Mijn leermeester Hans Wijnberg had ook die typisch Amerikaanse drive. Second to none, was zijn motto. Dat heeft me zeker gevormd.'

En die intuïtie van hem, och. Het malle is dat het in werkelijkheid niet om bolletjes en staafjes gaat, maar om quantummechanica. Abstracties. En toch werkt het. 'Hoe meer ik erover nadenk, hoe bescheidener ik word. Moeder Natuur is zo knap, dat vond ik vroeger al als ik met mijn vader over de boerderij liep. Maar wat weten we nu eigenlijk? Jij en ik zijn atomen die vooral lege ruimte zijn. Maar ik kan wel mijn arm bewegen, met jou praten of nadenken. Wonderbaarlijk. Er is nog wel wat te ontdekken, lijkt me zo.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden