Interview Charles Foster

Meng een beetje waanzin met humor en dan krijg je deze Brit, die probeert te leven als een beest

De Britse academicus Charles Foster verruilde zijn stadse bestaan voor een leven als vos, otter en, jawel, gierzwaluw. Hij kan het iedereen aanraden. Woensdag houdt hij de Hoboken-lezing in Rotterdam.

Zelfportret van de fotograaf, geïnspireerd op Charles Foster. Beeld Jaap Scheeren

Het was op een zwoele avond in oktober toen Charles Foster veranderde in een vos.

Foster, een keurige Britse advocaat, slenterde vanuit een pub in Oost-Londen door stadspark Bethnal Green Garden naar huis, toen hij daar een paar stadsvossen zag. De dieren likten het gras, zich voedend met de langpootmuggen die aan de condensdruppels kleefden. Behoedzaam sloop Foster op de vossen af, knielde neer – en begon ook het gras te likken.

Meneer Foster, wat bezielde u?

‘Ik was als kind al geobsedeerd door vossen, en ik vroeg me af hoe hun wereld zou zijn. Ze leefden in mijn omgeving. Ze aten mijn voedsel: pizza en restjes uit de vuilnisbak. Dat maakte het makkelijker.’

Dus ging u samen met ze de muggen oplikken. Dat is best een beetje vreemd.

In prachtig hoog-Engels: ‘I completely disagree! Bijna alle generaties mensen die ooit op aarde hebben rondgelopen waren jager-verzamelaars en hadden een heel intieme relatie met de natuur. Dat moment in het park zou voor haast alle mensen die er ooit zijn geweest de normaalste zaak van de wereld zijn. Het écht vreemde gedrag is om een driedelig pak te dragen, te werken in een kantoor met airconditioning en te wonen in een centraal verwarmd huis. Dus ik ben bang, Maarten, dat jij hier de excentriekeling bent.’

Aan de andere kant, Charles, lik ik geen muggen van de grond.

‘Ach, insecten zijn altijd en overal ter wereld een klein maar belangrijk onderdeel van het menselijke voedingspatroon geweest. Maar ik erken dat het een klassiek teken van geestesziekte is om te beweren dat alle anderen gek zijn en jij niet.’

Praat met Charles Foster, en je krijgt af en toe de indruk dat je een vergeten lid van Monty Python’s Flying Circus voor je hebt. Een beheerste, hoffelijke Brit, formaat John Cleese, die gortdroog de ene na de andere hilarische anekdote opdist over zijn belevenissen als dier. Want door de jaren heen leefde Foster als stadsvos, maar ook als das, hert, otter en zelfs als gierzwaluw, een ervaring waarvoor hij de trekvogels nareisde naar Afrika en zich per parachute omhoog liet trekken, om te voelen hoe het is om in de lucht te leven.

Leven als een hert

Als hert liet Foster zich bejagen door Monty, een goeiige bloedhond van een vriend van hem. Alweer zo’n ‘complete en volledige mislukking’, zucht Foster. ‘Ik wist natuurlijk dat ik niet echt zou doodgaan. En ik ben zo gewend mijzelf te zien als roofdier aan de top van de voedselketen, dat ik het enorm moeilijk vond mij in te leven in een prooidier.’ Toen Monty hem uiteindelijk inhaalde, schrijft hij in zijn boek, wendde de bloedhond zich ook nog eens misprijzend van hem af. ‘Ik was een vinkje op zijn lijst en het karwei was geklaard.’

Waarna de academicus – de 56-jarige Foster is inmiddels ook universitair docent aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Oxford – zijn ervaringen opschreef in een grappig en diepzinnig boek, Leven als een beest. Woensdag is hij in Rotterdam voor de jaarlijkse Hoboken-lezing in het Natuurhistorisch Museum.

U ging leven als een stadse vos in Oost-Londen. Hoe doet een mens zoiets?

‘Vossen zijn wezens van de schemer en de nacht. Dus ik probeerde de uren van vossen aan te houden. Ik stroopte meestal ’s nachts, etend uit de vuilnisbakken. En ik probeerde – maar slaagde er niet in – om met mijn blote handen muizen te vangen.’

Liep u ook op handen en voeten?

‘Nee, gewoon op mijn achterbenen. Er zijn grenzen aan hoe succesvol je kunt zijn als je in de sporen van deze wezens probeert te treden.’

Door de jaren heen leefde Charles Foster als stadsvos, maar ook als das, hert, otter en zelfs als gierzwaluw, een ervaring waarvoor hij de trekvogels nareisde naar Afrika en zich per parachute omhoog liet trekken, om te voelen hoe het is om in de lucht te leven. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Charles Foster (1962)

1980 Studies diergeneeskunde en rechten, Cambridge

1988 Werkzaam als advocaat, gespecialiseerd in medisch (tucht)recht

2003 Advocaat in spraakmakende zaak in Leeds waarbij een blanke moeder een zwarte tweeling kreeg na een fout in de ivf-kliniek

2009 Boek: The Selfless Gene (niet te verwarren met Richard Dawkins’ boek The Selfish Gene, waarop Fosters boek een kritiek is).

2016 Boek: Being a Beast, vertaald als Leven als een beest

2016 Ig Nobelprijs voor humoristisch onderzoek, samen met ‘geitenman’ Thomas Thwaites

Foster is getrouwd, heeft zes kinderen uit twee huwelijken en woont in Oxford.

Wat vonden de andere vossen er eigenlijk van?

‘Die kijken je minachtend aan. Ze beseffen dat zij de echte aristocraten zijn, dat dit veel meer hun plaats is dan de jouwe. Ze zijn niet bang voor je. Ze weten dat een mens in Londen ze geen kwaad doet en dat het een verspilling van energie is om weg te rennen. Dus kijken ze je afwijzend aan en lopen door, op hun trotse manier.’

Kreeg u geen gedonder met de politie?

‘Jawel. Op een dag lag ik te slapen onder een struik nadat ik de hele nacht op pad was geweest, toen er opeens een politieman naast me stond. Wat ik daar aan het doen was. Dus ik vertellen dat ik wilde leven als een vos, wat hij nogal vreemd vond. Ik probeerde hem te overtuigen: kijk, als vos zie je van iedereen die langsloopt alleen de benen. Dat was het verkeerde antwoord. Hij keek me aan alsof ik een gevaarlijke viezerik was. Uiteindelijk werd ik slechts weggestuurd, maar vanaf dat moment heb ik in mijn eigen tuin geslapen.’

Minder fortuinlijk was uw avontuur als otter. U mocht ze niet.

‘Ja, dat was een grote schok voor me. Otters behoorden altijd tot mijn lievelingsdieren. Als kind sliep ik met een knuffelotter, en mijn eerste natuurboeken waren van de grote otterschrijvers: Tarka the Otter van Henry Williamson en Ring of Bright Water van Gavin Maxwell. Ook houd ik van alle plekken waar otters leven. Ik ben gek op rivieren en rivieroevers en het landschap van Zuid-Engeland, waar ik heen ging om te leven als een otter.

‘Dus ja, ik vond het ontnuchterend om te ontdekken hoe ze echt waren. Dit zijn manische beesten. Om een otter te zijn, zou je een week lang elke nacht moeten opblijven, om de tien minuten een dubbele espresso drinken en een maaltijd van nog stuiptrekkende sushi eten, en uiteindelijk de weg over rennen om te worden overreden door een enorme vrachtwagen, of je buik laten openritsen door je broer. Dát betekent het om een otter te zijn.’

Maar u zwom in uw wetsuit door de rivier en probeerde vis te vangen met uw mond. Dat kan toch ook een mooie ervaring zijn zónder otters te mogen?

‘Dat is waar. Ik wilde weten wat hun voornaamste zintuigen – gehoor en aanraking – zouden maken van de rivier. Dus stak ik mijn hoofd onder water en ervoer de enorme auditieve claustrofobie die je daar kunt krijgen. Geluid gaat onder water vier keer sneller dan erboven, zodat alles veel dichterbij lijkt en je de hele tijd wordt omgeven door een muur van geluid. Was het leuk? Eerder uitdagend.’

Beeld bij verhaal over Charles Foster, het leven als een das. Beeld Jaap Scheeren

Kreeg u geen respect voor otters?

‘Geen warme gevoelens, eerder een diepe verwondering over otters als moordmachines. En ik vind juist dat levende wezens zoveel méér zijn dan machines. De grote teleurstelling van het otteravontuur was dat ik het niet-machinedeel van hun aard niet kon vinden. Het was, in alle opzichten een mislukking. Ik faalde bijna compleet. Maar ik heb wel enorm veel lol gehad.’

De hamvraag blijft: waaróm in hemelsnaam? Wat bezielt u om dit te doen?

‘Mensen zijn wilde dieren. Om tot volle ontplooiing te komen als mens, moet je de wildernis in jezelf zien te vinden. Dus wilde ik mijzelf ‘rewilden’, om naar vollere tevredenheid mens te zijn, om beter te gedijen.

‘En het is een poging de wereld waar te nemen zoals die écht is. Mensen hebben zoveel meer potentie dan ze gebruiken. We hebben vijf zintuigen, en toch gebruiken we haast alleen onze ogen. Dieren zijn enorm goede leermeesters om meer uit de wereld te halen, minder te missen.

‘En het hielp. Het hielp me beseffen wat voor wezen ik ben. Ik leerde oplettendheid op te brengen voor zaken die me normaal gesproken ontgaan. Om intenser te leven, om meer ‘aan’ te staan, een aanweziger persoon te zijn in de omgeving die ertoe doet – tussen mijn vrienden en bij mijn gezin.’

U schrijft dat u er troost uit put om te weten dat er bossen zijn waar dassen wonen en rivieren waar otters jagen. Denkt u daar vaak aan?

‘Ik spreek je vanuit mijn huis in het midden van Oxford. Aan de overkant van de straat zie ik huizen, en als ik omhoogkijk zie ik daken. Ik voel me gesmoord. Ik ben gebouwd om uit te kijken over savannes en bossen. Iets in mij zal verpieteren als ik niet verbonden ben met de natuur. Dus ja, ik ontsnap in mijn verbeelding naar plaatsen waar de dassen slapen. Dat helpt.’

Leeft u nog steeds weleens als een niet-menselijk beest?

‘Absoluut. Ik zwem nog vaak in rivieren, en over een paar weken gaan mijn zoon en ik in een bos slapen. We maken dan wel een soort schuilplaats van takken enzo, maar we gaan zonder tent.’

U raadt het iedereen aan, eigenlijk.

‘We weten dat er ellende van komt als we onze band met de natuur verwaarlozen. We weten dat kinderen die opgroeien zonder toegang tot groen een grotere kans hebben op depressie en adhd; we weten dat ziekenhuispatiënten sneller herstellen als hun kamer uitkijkt op de bomen en dat kantoorwerkers productiever zijn als ze uitzicht hebben op groen.

‘Dus ja, ik moedig iedereen aan de natuur in te trekken en al hun zintuigen te gebruiken. We missen zo veel! Ik raad iedereen aan de reis te ondernemen van twee naar nul meter hoogte en te zien wat een wonderlijk ecosysteem zich daar bevindt, pal onder je voeten. Het zal je eraan herinneren dat er nog maar een paar bladzijden terug in ons familieboek harige, gevederde en geschubde gezichten staan... Maar ik draaf door, Maarten, sorry.’

Is er nog een diersoort die u graag eens zou willen zijn?

‘Ja, een mens. Dat bedoel ik niet luchthartig. Mens zijn is zo fantastisch en zoveel interessanter dan al het andere. Ik zou het graag eens naar behoren doen.’

Hoboken Lecture: Being a Beast door Charles Foster

Woensdag 12 december, 19.30 uur, Natuurhistorisch Museum Rotterdam.

Info en kaarten: hobokenlecture.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.