Meeste clubs kiezen voor goedkoop, dus voor rubber

De rubberkorreltjes in kunstgrasvelden zijn mogelijk giftig, onthulde Zembla onlangs. Waarom worden ze dan toch op grote schaal gebruikt?

Zicht op een kunstgrasveld. Beeld anp

Waarom rubber korreltjes in een kunstgrasveld?

Op een voetbalveld moet de bal iets boven het oppervlak blijven liggen, zodat de speler er met de voet onder kan komen. Voor een fijn stiftballetje. Vandaar het betrekkelijk lange 'gras'. Bovendien moet de bal stuiteren. Met zand ging dat niet; met rubbergranulaat prima.

Op andere sportvelden wordt rubber zelden gebruikt. Hockeyers willen niet dat de bal stuitert, maar dat hij lekker hard rolt. Kort 'gras', natgesproeid en soms met zand als vulling voldoet dan uitstekend. Bij korfbal idem.

(Tekst gaat verder onder foto).

Het kunstgras dat wordt gebruikt in de hockeywereld. Kort, nat, zonder rubber. Beeld anp

Zijn er andere middelen om hetzelfde effect te bereiken?

Populair tegenwoordig is een hybride veld, althans in het betaald voetbal. Dat is gewoon gras, waarvan de zoden zijn ontwikkeld op een mat met kunstgrasvezels, zodat het veel intensiever bespeeld kan worden.

'Echt' kunstgrasveld voor voetbal kan worden aangelegd met drie soorten filling: korrels van rubber, kurk of plastic. Rubberkorrels zijn het goedkoopst. Ze hebben wel nadelen in gebruik: ze worden heet in de zon en kunnen dan gaan stinken. Wie ze groen verft, of wit, is van die nadelen af.

Als rubber zo goedkoop is, worden die andere fillers natuurlijk zelden gebruikt.

De meeste gemeenten en clubs kiezen inderdaad voor goedkoop. Maar in het betaald voetbal zijn wel clubs met de duurdere varianten, zoals Heracles en PEC Zwolle.

Her en der wordt kurk gebruikt. Dat maakt een veld 15 procent duurder. De gemeente Zwolle is voor zover bekend de enige die (bijna) al haar kunstgras met plastic bolletjes heeft laten aanleggen. De zakken met rubberkorrels stonden in 2006 al klaar voor de eerste drie velden, toen er een discussie losbrak over de veiligheid van de korrels. Aanleiding was een kunstgrasveld in Hendrik-Ido-Ambacht, dat zo heftig stonk dat het uiteindelijk werd vervangen.

Daarop besloot Zwolle alsnog te kiezen voor de plastic bolletjes. De totale kosten stegen daardoor met 40 procent, van 885 duizend euro tot ruim 1,2 miljoen. Intussen heeft Zwolle al veertien velden met plastic bolletjes, wat de gemeente naar schatting 1,4 miljoen euro extra heeft gekost. 'Maar in 2012 hebben we er twee aangelegd met rubbergranulaat. Toen waren we overtuigd van de veiligheid van het materiaal', zegt Bertus Jeensma van de gemeente Zwolle.

Nu is het weer afwachten wat nieuw onderzoek, aangekondigd door het RIVM, oplevert.

Het kunstgras van PEC Zwolle. Beeld anp

Waar komen die rubberkorrels vandaan?

Van autobanden. Er worden jaarlijks acht miljoen autobanden versleten. Sinds 2004 eist de overheid dat daarvan minstens 20 procent wordt verwerkt tot bruikbare materialen. De industrie is al een stuk verder: 100 procent wordt hergebruikt of verwerkt. De korreltjes zijn een van de belangrijkste toepassingen.

Volgens Kees van Oostenrijk, directeur van de organisatie van autobandenrecyclers RecyBEM, is de verdeling als volgt: 25 procent wordt als tweedehands band gebruikt, 22 procent wordt verwerkt tot de sinds Zembla omstreden korreltjes, 11 procent gaat naar de wegenbouw, van 19 procent worden onderdelen voor vooral de auto-industrie gemaakt, 15 procent wordt verwerkt tot koematten, vloeren in sportzalen en soortgelijke producten. Plus nog wat restcategorieën.

Dat verwerken kost meer geld dan het oplevert, en daarom wordt op elke verkochte band een heffing gelegd van ruim 1 euro.

Onderzoek Zembla

Bekijk hier de uitzending van Zembla 'Gevaarlijk spel'.

Wat als die korreltjes niet meer op een sportveld kunnen?

Dat lijkt een groot probleem. Van Oostenrijk denkt dat er genoeg andere toepassingen te vinden zijn, vooral in de wegenbouw en de bouw. En er kan nog veel meer carbon black uit worden gehaald, de zwarte kleurstof die weer kan worden gebruikt in banden en in inkt.

Bovendien lonkt nog een heel nieuwe toekomst. Van Oostenrijk: 'We zijn bezig met de Universiteit van Twente om het proces van vulkaniseren (hard worden) van rubber om te keren.' Als dat lukt, kan het harde rubber weer latex worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden