3 vragen lancet-dieet

Meer groenten, minder vlees: kan het Lancet-dieet echt de wereld redden?

Rudolf II som Vertumnus door Guiseppe Arcimboldo Beeld Collectie Skokloster Castle, Zweden

Weinig vlees, zo min mogelijk bewerkt voedsel, veel groenten, fruit en volkorengranen. ­Zo kan de mens zich gezond voeden en de planeet redden, schreef een internationale groep wetenschappers in The Lancet. Waarna de discussie losbarstte. Drie Nederlandse experts beantwoorden de drie belangrijkste vragen. 

Moet vlees in de ban? Moet er een verbod komen op snacks, snoepgoed en frisdrank? Is een dieet gebaseerd op groenten en fruit wel echt zo gezond en duurzaam? En als dat zo is: hoe krijgen we dan voor elkaar dat iedereen zo gaat eten?

Het zijn vragen waar in de voedingswereld over wordt gedebatteerd sinds het verschijnen van een recent artikel in medisch vakblad The Lancet. Daarin pleitte een commissie van internationale wetenschappers voor een dieet dat 10 miljard aardbewoners in 2050 gezond en duurzaam kan voeden: weinig vlees, zo min mogelijk bewerkt voedsel en juist veel groenten, fruit en volkorengranen.

Naast bijval kreeg de commissie ook tegengas. De wetenschappelijke data waarop de auteurs zich baseren zouden niet deugen. Het Lancet-dieet zou vlees ten onrechte demoniseren.

Ophef was er ook over de financier van het rapport, de Noorse EAT Foundation. Die is opgericht door Gunhild Stordalen, een 40-jarige arts die getrouwd is met een schatrijke hotelmagnaat. In hun privéjet vliegen ze over de wereld naar exotische vakantiebestemmingen, terwijl de Lancet-commissie pleit voor een duurzame en sobere leefstijl. Hoe hypocriet is dat?

Drie niet bij het Lancet-onderzoek betrokken toonaangevende Nederlandse deskundigen geven antwoord op drie prangende vragen.

Hoe gezond is het Lancet-dieet nou echt?

Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de VU in Amsterdam

Om met de kritiek op de financier te beginnen: die is flauw, zegt Seidell. ‘Dat is zoiets als zeggen dat Jesse Klaver een houtkachel heeft en dus alles wat hij zegt over het klimaat onzin is. Ik ken veel van de auteurs die aan dit rapport hebben meegewerkt. Dat zijn integere wetenschappers. Die laten zich echt niks voorschrijven.’ De auteurs kregen overigens niet betaald voor hun werk.

Wat opvalt is dat in de commissie veel mensen zitten die kritisch zijn op de voedingsindustrie. Maar dat is niet zo gek, zegt Seidell: kritiek op de industrie is in de voedingswetenschap wijdverbreid. En er bestaat niet zoiets als een objectieve wetenschapper. ‘Vrijwel iedereen houdt er opinies op na. Die zijn ook gebaseerd op opgebouwde kennis.’

De aantijging dat de Lancet-commissie een vegetarisch of zelfs veganistisch dieet propageert, is volgens Seidell klinkklare onzin. ‘De commissie hanteert flinke marges voor vleesconsumptie. Als je die ruim neemt, kom je nog aan 80 gram vlees per dag. En dan ook nog vis en zuivel erbij. Dat is best veel. Een groot deel van de wereldbevolking komt daar niet eens aan toe.’

Ook de stelling dat rood vlees ongezond is werd onder vuur genomen. Die aanname is gebaseerd op epidemiologisch onderzoek waarbij mensen lange tijd worden gevolgd. Gegevens uit dat soort onderzoeken zijn notoir onbetrouwbaar, zeggen sceptici.

Absolute zekerheden geeft epidemiologisch onderzoek inderdaad niet, beaamt Seidell. ‘Maar beter hebben we niet. Wat we kunnen zeggen is dat rood vlees waarschijnlijk het risico op kanker vergroot. Daarom geeft ook de Gezondheidsraad het advies om de consumptie van rood vlees te matigen.’

Veel belangrijker vindt Seidell de aanbeveling om minder bewerkt voedsel, frisdrank en snoep te consumeren. ‘Als je het rapport leest, kan 60 tot 70 procent van wat wij nu kopen in de supermarkt niet meer gegeten worden. Daar is minder ophef over. Maar dat gaat veel verder dan een beetje minder vlees.’

Seidell kan zich achter daar achter scharen. ‘Wij eten massaal goedkoop en sterk bewerkt gemaksvoedsel. Dat is niet gezond. We moeten terug naar een dieet van basisproducten met af en toe wat vis en vlees.’ Dat wijkt nauwelijks af van de voedingsadviezen van de Gezondheidsraad en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). ‘Wat dat betreft is de boodschap van dit rapport niet schokkend. Vrijwel alle voedingswetenschappers die ik ken zijn het daarmee eens.’

Portret Jaap Seidell hoogleraar Voeding en Gezondheid aan de VU in Amsterdam Beeld geen

Hoe duurzaam is het vleesarme Lancet-dieet?

Imke de Boer, hoogleraar dierlijke productiesystemen aan de Wageningen Universiteit

Dat we minder dierlijke producten zoals vlees moeten eten, daar is de wetenschap het wel over eens, zegt Imke de Boer. Interessanter is de vraag hoeveel daarvan we wél duurzaam kunnen eten.

Want, zegt De Boer: het is een misverstand te denken dat een vegetarisch of veganistisch dieet het beste is voor de planeet. Een beetje vlees past heel goed in een duurzaam eetpatroon. Het gaat pas mis als we speciaal voor dieren voedsel gaan verbouwen, zoals nu op grote schaal gebeurt.

‘Dieren kunnen een nuttige rol vervullen in de voedselproductie door ze te voeden op biomassa die mensen niet kunnen eten zoals reststromen en gras.’ Varkens bijvoorbeeld gedijen uitstekend op aardappelschillen en etensresten. Kippen leggen prima op een dieet van bakkerij-afval.

‘Gratis veevoer’, noemt De Boer het, spul dat overblijft bij het produceren van plantaardig voedsel en anders grotendeels de verbrandingsoven in gaat. Uitgangspunt voor een duurzame vleesconsumptie is dat we zoveel vlees eten als we dieren kunnen houden die nuttig zijn in de voedselkringloop.

Uit voorlopige berekeningen (het onderzoek is nog in volle gang) van De Boer en haar vakgroep blijkt dat hun uitkomsten niet ver afwijken van wat het Lancet-dieet voorschrijft: 25 gram dierlijk eiwit per dag (waarvan 50 tot 80 gram vlees). ‘Dat is dus niet zo’n slechte schatting.’

Al zou de mix er in haar rekensommen iets anders uitzien. Meer varkens- dan kippenvlees bijvoorbeeld. ‘Varkens zijn beter geschikt om allerlei reststromen te eten. Kippen moet je vooral houden voor de eieren.’ Voor rundvlees is in De Boers menu weinig plaats. ‘Als je koeien houdt, doe je dat in eerste instantie voor de melk, want dan heb je een dagelijks product. Het vlees van de melkkoeien en de stiertjes kan natuurlijk wel worden gegeten.’

Hoeveel weidegrond voor koeien moet worden gereserveerd is nog onderwerp van onderzoek. Veenweidegronden worden in Nederland droog gemalen om koeien te weiden. Daardoor oxideert het veen, wat voor extra CO2-uitstoot zorgt. ‘Veenweidegronden kun je beter nat houden. Dan moet je zien hoeveel koeien je daarop nog kunt houden.’

Een circulaire landbouw waar duurzame veehouderij onderdeel van is: het is een ver verwijderd ideaal, beseft ook De Boer. ‘Maar de richting die het Lancet-rapport aangeeft is duidelijk: we moeten in Europa en de VS minder dierlijk product eten en dieren anders gaan voeden. Maak daar dan werk van, zou ik zeggen.’

Imke de Boer, hoogleraar Dierlijke productiesystemen Wageningen Universiteit Beeld Paul Voorham

Hoe gaan we het doen?

Hans Dagevos, consumptiesocioloog Wageningen Universiteit

‘De olifant in de kamer’, noemt Dagevos het: de overgang naar een duurzaam en gezond dieet zoals voorgesteld in het Lancet-rapport. ‘We willen het niet zien, we denken dat het zo’n vaart niet zal lopen, we zijn bang dat ons iets wordt afgepakt. Terwijl er toch echt iets aan de hand is.’

Dat een verandering nodig is, staat volgens Dagevos als een paal boven water. ‘Dat laten wetenschappelijke rapporten van de afgelopen vijftien jaar zien. De wetenschap weet het wel, nu de rest van de wereld nog.’ Maar hoe die daarvan overtuigd kan worden, daarover biedt ook het Lancet-rapport geen uitsluitsel, zegt Dagevos.

‘We hebben een Great Food Transformation nodig, zeggen de auteurs. Maar vragen als: Hoe krijgen we dat voor elkaar? Wat is daarvoor nodig? Waarom wil de politiek er niet aan? Waarom vinden mensen dit zo’n lastige boodschap? Hoe krijg je consumenten en bedrijven mee? Die worden niet gesteld.’

De Lancet-commissie doet een beroep op alle partijen – overheden, ngo’s, boeren, bedrijven en consumenten – om de transitie naar een gezond en duurzaam eetpatroon te bewerkstelligen. Dat is rijkelijk vaag, vindt Dagevos.

‘Om te beginnen zou de vanzelfsprekendheid van de mate waarin we nu vlees, vet en suiker consumeren serieus ter discussie moeten worden gesteld. Dat vind ik een taak van de overheid, alleen die kan zo’n discussie aanzwengelen. Rond energie hangt nu een sfeer van: we weten nog niet precies hoe, maar er moet iets veranderen. Dat hebben we ook met voedsel nodig.’

Informatie alleen is niet genoeg. Om mensen ertoe te bewegen hun eetgedrag te veranderen zijn verder gaande maatregelen nodig, benadrukt Dagevos. ‘Welke interventies helpen consumenten beter te eten? Denk aan prijsprikkels, zoals een vleestaks. We weten niet of dat werkt. Maar waarom experimenteren we daar niet mee?’

De politiek lijkt dat niet aan te durven. ‘Ik heb al vaker tegen politici gezegd: wees niet zo bang om dit onderwerp op de agenda te zetten. Veel mensen staan helemaal niet zo negatief tegenover vlees minderen. Integendeel: ze zijn er al volop mee bezig. Dus je hebt al draagvlak.’

‘Laten we buiten de sfeer blijven van: ze pakken onze gehaktbal af. Een eetpatroon met minder vlees en meer groenten kan net zoveel genoegen scheppen. Het is gezonder, het biedt variatie, de wereld wordt er beter van. En het scheelt ook nog in je portemonnee.’

Hans Dagevos, consumptiesocioloog Wageningen Universiteit.

Drank zorgt voor 14% van de klimaatbelasting van voedingsmiddelen. Rijst zorgt voor een achtste van de methaanuitstoot. En wil je per se een avocado uit Peru naar Nederland laten komen, laat ‘m dan rijpen in de fruitschaal. Elfie Tromp komt tot deze (en meer) ontnuchterende conclusies .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.