Interview Online archief

Meelezen in historische scheepspapieren: nooit vervaardigde schoenen en een verdwenen gouden ring

De Slag bij Kijkduin in 1673, een zeeslag tussen Nederlandse zeevaarders en de Frans-Britse vloot, geschilderd door Willem van de Velde. Beeld Collectie National Maritime Museum, Londen

Meer dan 140 duizend pagina’s Nederlandse scheepspapieren, tussen 1652 en 1815 gestolen door Britse kapers, staan vanaf vrijdag online. Ze geven een unieke inkijk in het leven van zeelieden uit die tijd.

Het is 1672 en een ­Nederlander in ­Suriname heeft een nieuw paar schoenen nodig. Als instructie voor de schoenmaker knipt hij de omtrek van zijn voet uit een stuk papier. Met zwierige letters schrijft hij een korte instructie op het papier: ‘Patroon van de sole van mijn voet, om op dese langhte drie paer moeij en stercke schoenen te gelieven laeten maecken.’ Dan stuurt hij zijn leest naar Nederland.

De schoenen kwamen nooit. Het schip dat de bestelling vervoerde, werd onderweg naar Nederland gekaapt door Britse zeevaarders. De schoenleest kwam terecht in een verzameling in beslag genomen scheepsdocumenten in de Britse National Archives in Kew (Londen), de zogenoemde Prize Papers.

Vanaf 21 juni zijn 144 duizend hoofdzakelijk Nederlandse pagina’s uit die Prize Papers online beschikbaar voor onderzoekers en publiek. Van scheepsjournaals en ladingoverzichten tot logboeken en plantagelijsten tot de leest van een anonieme 17de-eeuwse kolonist op zoek naar ‘mooie en sterke schoenen’.

‘Afgelopen 10 jaar is er weinig mee gedaan’

De Dutch Prize Papers zijn ‘een zeer relevante collectie’, zegt hoogleraar Zeegeschiedenis Michiel van Groesen van de Universiteit Leiden – zelf niet aan het onderzoek verbonden. ‘In 2008 schreef historicus en NRC-journalist Roelof van Gelder een boek met een selectie uit de brieven uit het archief, maar daarna is er vrij weinig gebeurd. Er zijn tot nu geen grote projecten geweest. Het is fantastisch, heel erg rijk materiaal, al vereist het wel enig puzzelwerk om de bronnen te kunnen gebruiken. Eigenlijk verbaast het me dat er de afgelopen tien jaar niet meer mee is gedaan.’

Nederland en Engeland (en vanaf 1707 Groot-Brittannië) vochten tussen 1652 en 1784 vier onderlinge oorlogen. De wederzijdse kaapvaart was als economische oorlogsvoering deel van die conflicten, zegt dr. Jelle van Lottum van het Huygens ING, die leiding gaf aan het digitaliseringsproject.

Dr. Jelle van Lottum

‘Ook kapers waren aan regels gebonden. Gekaapte schepen werden naar een Engelse haven gebracht, waar een klerk de bemanning verhoorde. De High Court of Admiralty in Londen beoordeelde daarna met de verhoorverslagen en de scheepspapieren of het schip en de lading terecht in beslag genomen waren’, legt Van Lottum uit. ‘Soms werd er inderdaad geoordeeld dat een schip onterecht was gekaapt of dat een deel van de lading geretourneerd moest worden.’

Over wat voor materiaal gaat het?

‘Een aanzienlijk deel van de collectie bestaat uit persoonlijke brieven, bij benadering 38 duizend exemplaren. Daar zit van alles tussen. Er is een brief van iemand die vanuit het huidige Ghana een gouden ring stuurt aan zijn zuster in Amsterdam. In het papier kun je de afdruk van de ring nog zien. Of een zeeman die zijn vrouw schrijft dat het wel koud zal zijn in Nederland en dat hij haar ‘wil verwarmen onder een deken’.

‘Het gaat daarbij niet alleen om post die onderweg naar de bestemming werd onderschept, maar ook om privéverzamelingen. Scheepskapiteins droegen soms hun complete correspondentie bij zich; alle brieven die ze in de loop der tijd hadden ontvangen. Je hebt dan natuurlijk maar de helft van de briefwisseling, maar daarmee krijg je iemand wel gedurende een lange periode in beeld.

‘Er zijn uit deze periode maar weinig documenten van gewone mensen bewaard gebleven. Die brieven zijn een soort tijdmachines – je krijgt een inkijkje in levens dat anders verloren zou zijn.’

Hoe vind je als onderzoeker je weg in een verzameling van 144 duizend nogal uiteenlopende documenten?

‘Dat is vrij lastig. We hebben natuurlijk beschrijvingen van de papieren uit de catalogus van The National Archives, waardoor je kunt zoeken op datum, de naam van een schip of de naam van de kapitein.

‘We denken nu over het opzetten van een vrijwilligersproject om delen van het archief te transcriberen. Die transcripties zou je kunnen gebruiken om een computer te trainen in herkenning van de handschriften, zodat je documenten automatisch kunt transcriberen. Op die manier willen we ook de beschrijvingen verbeteren. Als je alle plaatsnamen en persoonsnamen die je tegenkomt markeert, wordt de collectie veel beter toegankelijk.’

Uw eigen onderzoek spitst zich toe op arbeidsmigratie. Hoe spelen de papieren uit deze verzameling daarbij een rol?

‘Zodra een schip werd opgebracht in een Britse haven, werd de bemanning verhoord door een klerk, meestal ergens in een taveerne. Dat waren standaardvragen: hoe heet je, waar ben je geboren, hoe oud ben je, waar heb je de laatste zeven jaar gewoond, ben je getrouwd, heb je kinderen, wat is je rang aan boord?

‘Zo hebben we de gegevens van ruim 15 duizend zeelieden. Aan de hand daarvan kun je migratiepatronen in kaart brengen. En omdat het gegevens zijn uit een periode van bijna 165 jaar, kun je vooral ook de veranderingen in die ­patronen laten zien. Je ziet bijvoorbeeld dat de rekrutering van de VOC vanuit Holland steeds verder langs de Europese kusten en de grote rivieren gaat.

‘Andere onderzoekers kijken naar heel andere aspecten. Een collega in Leiden heeft aan de hand van brieven linguïstisch onderzoek gedaan. De collectie omvat meer dan anderhalve eeuw; je kunt de brieven gebruiken om te kijken hoe taalgebruik is veranderd.

De gedigitaliseerde verzameling komt deze maand online beschikbaar. Wat zijn jullie verwachtingen?

‘Ik krijg nu al e-mails van mensen die willen weten of een van hun voorouders terug te vinden is in de collectie. Die kans is niet heel groot, maar omdat je het hebt over 144 duizend pagina’s kun je zeker niet uitsluiten dat een van je voorouders wordt genoemd in de papieren.

‘Verder bevat de collectie bijvoorbeeld complete plantagearchieven uit Suriname. Dat kan een belangrijke aanvullende bron zijn bij onderzoek naar het Nederlandse slavernijverleden.’

Instructie van een Nederlander in Suriname uit 1672 voor zijn schoenmaker: ‘Patroon van de sole van mijn voet, om op dese langhte drie paer moeij en stercke schoenen te gelieven laeten maecken.’ Het schrijven kwam nooit in Nederland aan, maar is wel beland in de Prize Papers in The National Archives in Kew (Londen).

Sterven achternamen uit?
Als vrouwen de achternaam van hun echtgenoot overnemen, verdwijnt hun eigen achternaam. Als dat heel lang zo doorgaat, sterven achternamen dan niet langzaam uit? En wanneer wordt dat dan een probleem? En kunnen we dat probleem oplossen? Voor het antwoord gaan we naar Katwijk, spreken we met de enige echte beheerder van de Nederlandse achternamenbank en met Sander Terphuis, die in Iran werd geboren. Toen heette hij nog geen Sander Terphuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden