Analyse Goed nieuws, de uitslag is negatief!

Medisch jargon kan verwarrend zijn voor patiënten. Hoe kies je de juiste woorden op het juiste moment?

Medisch jargon kan patiënten flink in de war brengen. Hoe kies je de juiste woorden op het juiste moment? Hoog tijd voor een handboek, vonden Frans Meijman en Annelies Bakker. Over vaagtaal (‘Zweert het? Nou zeg, het zweert’) en patiënten die zich beledigd kunnen voelen als de arts níét in jargon praat.

Frans Meijman. Beeld Erik Smits

Helaas, de borstkanker is terug, na vijftien jaar. De arts stelt een borstsparende operatie voor, plus hormoonbehandeling.

Dat laatste, daar twijfelt de patiënt in kwestie over. ‘De vorige keer kreeg ik bestraling. Kan dat niet weer?’

Waarop de arts antwoordt: ‘Vijftien jaar geleden is uw borst kapot gestraald, daar kan niets meer bij.’

Frans Meijman, hoofddocent huisartskunde bij het Amsterdam UMC en gespecialiseerd in medische communicatie, laat na het noemen van het praktijkvoorbeeld een pauze vallen. ‘De rest van het consult ging compleet langs de patiënt heen. Door die woordkeuze. ‘Uw borst. Kapot gestraald.’’

Later, vertelt Meijman, komt dezelfde vrouw weer bij de arts. ‘Die hormonen’, vraagt ze, ‘wat gebeurt er als ik dat niet doe?’

Antwoord: ‘Dan krijgt u een vieze, stinkende wond.’

Meijman: ‘De trend van de laatste jaren bij communicatie met patiënten is om zo concreet en duidelijk mogelijk te zijn. ‘Vieze, stinkende wond’: duidelijke taal, zeker, maar is dit nou een slimme woordkeuze? Of roept dat zoveel emoties op bij de patiënt dat het de informatieoverdracht juist in de weg zit? Is het beter om te zeggen ‘zonder die hormonen raakt de wondgenezing verstoord’? Of is dat weer te vaag?’

Woordkeuze, toon, beeldspraak. Het maakt nogal wat uit. Maar gek genoeg, ontdekten Meijman en Annelies Bakker, coördinator voorlichting bij het Epilepsiefonds, bestaat daar helemaal geen handboek over. ‘Wel over communicatie in het algemeen’, zegt Bakker, op bezoek bij Meijman, op de derde verdieping van een betonnen kolos op de VU Campus. ‘En elke student geneeskunde wordt getraind in communicatie met patiënten, bijvoorbeeld in het voeren van slechtnieuwsgesprekken. Maar dan draait het meer om de gespreksvoering, dat je meteen het slechte nieuws moet brengen. Welke formuleringen je daarvoor in welke situaties het best kunt gebruiken? Dat is nog grotendeels braakliggend terrein.’

En dus is er nu het boek Medische mensentaal (De Tijdstroom), vol praktijkvoorbeelden die Meijman en Bakker verzamelden tijdens het geven van communicatiecursussen in de zorg. Bakker: ‘Het gaat dus niet alleen over medische communicatie in de spreekkamer, maar ook over taalgebruik in patiëntenfolders en op -websites. Een vak apart, omdat je daarbij niet ziet hoe de ontvanger reageert.’

Maandag 26 november wordt de bundel gepresenteerd in de Zuiderkerk in Amsterdam, tijdens een congres dat geheel in teken staat van medische taal. De verpleger, arts of voorlichter van een patiëntenorganisatie die hoopt daar een receptenboek te krijgen voor de beste formulering in iedere situatie, zal teleurgesteld naar huis gaan. Bakker: ‘Er ís vaak geen ultieme formulering en er zijn ook geen algemene wetten die altijd wijs zijn om te volgen. Neem zo’n populair communicatieadvies als ‘gebruik veel beeld, dat maakt de informatie aantrekkelijker en toegankelijker’. Maar wil je foto’s gaan afdrukken in een folder over een operatie bij epilepsie, waarbij de schedel wordt gelicht? Misschien een foto van de patiënt die vertelt over die behandeling, maar de operatie zelf...’

Hoe je het best communiceert met patiënten? Dat verschilt van moment tot moment, van patiënt tot patiënt, van situatie tot situatie, aldus Meijman en Bakker. Een boodschap die haaks lijkt te staan op de trend onder zorgmanagers om juist te streven naar een soort medisch Esperanto, waarbij iedereen dezelfde universele zorgtaal moet aanleren. Zo pleitte het RIVM en het expertisecentrum voor e-health Nictiz onlangs in een rapport voor een eenduidig medisch woordenboek voor ziekten en medische aandoeningen. Cruciaal voor automatisering en voor uitwisseling van gegevens tussen medische systemen en zorgverleners, die nu nog vaak verschillende termen gebruiken voor bijvoorbeeld een wond of een gedesoriënteerde patiënt. Meijman: ‘Ik begrijp waar de behoefte aan eenduidige formuleringen vandaan komt. Maar ik voorspel: dit proces zal uitlopen op een deceptie. De verschillen tussen patiënten en de varianten van aandoeningen zijn simpelweg te groot om in codes te vangen. Denk aan een rekbare term als ‘beperking’. Bijvoorbeeld bij een notitie als ‘de artrose of de zenuwaandoening levert de patiënt beperkingen op’. Een behandelaar die de patiënt langer kent, zal andere criteria hanteren om te spreken van een beperking dan een arts die de situatie incidenteel of voor de eerste maal beoordeelt. Voor een beperking zijn iedere meetlat en graadmeter arbitrair, als die er al zijn.’

Hoog tijd voor vier typische voorbeelden van medische uitspraken die tot verwarring kunnen leiden. Met handreikingen van Meijman en Bakker.

Annelies Bakker. Beeld Erik Smits

‘Meneer, uw uitslag is negatief’

Meijman: ‘En dat is dan goed nieuws voor de patiënt. Erg verwarrend inderdaad. Die terminologie is in het laboratorium ontstaan. Je zoekt naar iets, bijvoorbeeld het hiv-virus, en als je dat vindt, noteer je een plusje. Positieve uitslag. Als je het niet vindt, noteer je een min. Negatieve uitslag. Als artsen slim zijn, vertalen ze dat resultaat direct naar de betekenis voor de patiënt: ‘Gelukkig, we hebben geen hiv gevonden.’ Maar in het heetst van de strijd kan dat misgaan. Patiënt komt binnen, arts kijkt op zijn scherm, ziet een minnetje staan en begint volautomatisch voor te lezen. ‘Negatief resultaat. Nou, goed nieuws dus.’ Gegarandeerde verwarring bij de gemiddelde patiënt.’

Bakker: ‘Maar zoals zo vaak in dit vak, ligt het allemaal erg genuanceerd. Patiënten die lang rondlopen met klachten en allerlei testen ondergaan kunnen soms toch opgelucht zijn bij een positieve uitslag: eindelijk duidelijkheid over wat ze mankeert. Dus als een arts dan heel blij zegt ‘gelukkig, we hebben niks gevonden’, kan dat precies de verkeerde toon zijn voor die patiënt.’

‘Duidelijk, u bent bijziend’

Bakker: ‘Dan gaat de opticien er dus van uit dat iedereen het verschil weet tussen ver- en bijziend. Maar is die kennis echt bekend? Al na korte tijd in een bepaald vakgebied sluipt het erin: het idee dat iedereen wel weet wat jij ook weet, dat kennis van het menselijk lichaam tot de algemene ontwikkeling behoort. Want kom op zeg, iedereen kan toch wel op een plaatje van het lichaam aanwijzen waar de luchtpijp zit en waar de slokdarm? Maar veel mensen weten dat helemaal niet. Tegelijkertijd is het ook weer oppassen met alles uitleggen alsof je een totale leek voor je hebt zitten. Veel chronische patiënten willen het jargon leren, bijvoorbeeld om zelf de wetenschappelijke literatuur te lezen. Een ingevoerde epilepsiepatiënt weet doorgaans wel wat een tonisch-clonische aanval is. Die voelt zich misschien niet serieus genomen als de arts ineens over ‘een grote aanval’ spreekt.’

Meijman: ‘Medisch jargon wordt trouwens niet alleen gebruikt door zorgprofessionals. Zwangerschap en baring zijn vanouds een taalkundige goudmijn, waar ook ouders zelf vlijtig aan meedoen. Bijvoorbeeld het ‘sprongetje’, die mysterieuze term om te omschrijven dat je kind strontvervelend is. ‘Het lijntje volgen’, niet voor cokesnuivende baby’s, maar voor baby’s die een normale groeicurve hebben. ‘De spuitluier’ voor ehm, nou ja, die term is beeldend genoeg.’

‘Dit middel kan de rijvaardigheid beïnvloeden. Pas op met alcohol’

Bakker: ‘Die tekst zie je weleens op stickers op de medicijnverpakking. Maar wat betekent dat, pas op met alcohol? Mag je dan wel of niet drinken? En hoe zit het met autorijden? Alleen de eerste dagen niet? Alleen overdag en niet te hard? Waar hebben we het over?’

Meijman: ‘Gaat het alleen om autorijden? Mag je wel fietsen?’

Bakker: ‘Wees liever precies. Bijvoorbeeld: dit medicijn kan de concentratie verminderen, vooral in de eerste week van gebruik. Rijd in die periode liever geen auto. En als er wetgeving is, verwijs daar dan naar.’

Meijman: ‘Vaagtaal is berucht. ‘Zweert het? Nou zeg, het zweert.’ En dan zit iedereen elkaar aan te kijken alsof het volstrekt duidelijk is wat er wordt bedoeld, terwijl dat maar de vraag is. Etalagebenen, klaplong, loopoor, prutoog, zweepslag: lekenjargon dat artsen overnemen in de hoop dat het vereenvoudigend werkt.’

Bakker: ‘Maar die termen kunnen juist voor extra verwarring zorgen omdat het voor patiënten niet duidelijk is wat zweepslag precies inhoudt, ook al klinkt het woord bekend. Je kunt dan net zo goed of zelfs beter de medische term gebruiken, zodat de patiënt zich niet bezwaard voelt om te vragen: ‘En wat betekent dat?’

‘Op een schaal van 1 tot 10, hoeveel pijn heeft u?’

Meijman: ‘Een begrijpelijke poging om iets te kwantificeren, om elkaar beter te begrijpen bij het inschatten van de ernst van de situatie. Maar ook zo’n rapportcijfer heeft grote beperkingen. Neem nierstenen. Een 10, roept de patiënt die dat voor het eerst meemaakt, want mijn hemel, wat gebeurt hier? Wie ervaring heeft met nierstenen, zegt misschien wel 5 of 6. De pijn is net zo hevig, maar de wetenschap dat het de vorige keer na een dag over was, helpt enorm. Gelukkig, geen maagperforatie, maar slechts nierstenen.’

Bakker: ‘Bevallen, ook zo een. Omdat je weet waar je het voor doet, dat je straks die baby in je armen kunt sluiten, beleef je de pijn totaal anders dan wanneer precies diezelfde steken je zouden overvallen en je geen idee hebt waar de pijn vandaan komt.’

Meijman: ‘Mensen met artrose kunnen pijn hebben in hun heup. Dat kan mild zijn, een 2’tje op een schaal van 10, maar wel een die je ’s nachts wakker kan houden. Gebeurt dat twee nachten achter elkaar, dan is medische hulp nodig. Dan wil je niet dat een of ander computersysteem concludeert: ach, een 2’tje, we kijken het nog een paar weken aan.’

Frans Meijman en Annelies Bakker: Medische mensentaal (De Tijdstroom; € 42,50).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.