Marsman in Zeist

Huilende wind en bijtende kou: de omstandigheden waren perfect voor een ommegang door Zeist ter ere van de man die in de eerste eeuwhelft de tamme Nederlandse poëzie met zijn vurige verzen wakker schudde....

Zo'n gids (te bestellen via 030-6987911) is een monumentale daad van halsstarrigheid. Immers, wilde Marsman niet het dorp van zijn jeugd verlaten toen het kon, omdat hij hongerde naar vervoering en genoeg had van 'heel het keurige gladgepolijste leven der burgers, rijken en armen, maar dat der rijken vooral, vooral omdat zij den nood die den armen het leven laat voelen, of zij willen of niet, alleen kennen van hooren zeggen en bestrijden met fancy-fairs'?

Toch heeft de heer Rhoen zich niet laten kennen. Dankzij hem kunnen we zien waar Marsman in de 2e Dorpsstraat werd geboren (nu een treurige 'Shoarma & Grillroom'), waar hij zijn jeugd doorbracht (zeven huizen verder, thans een donker Grieks restaurant), en waar pa Marsman op 30 september 1899 aangifte deed van de geboorte van zijn eerste kind. Zelfs het geboorte- en het sterfjaar van de dienstdoende bode worden ons niet onthouden: Willem Westphal, 1852-1929.

'Mijn dorp, ik ben uw dorre tucht/ en d'onoprechtheid van uw vale straten/ in wrok, in langverzuurden wrok ontvlucht', brulde deze pelgrim vergenoegd tegen de wind in. Om even later gas terug te nemen op het schitterende Broederplein, waar Marsman ter lagere school ging (herinnerde hij zich later weinig van), en op het tegenovergelegen Zusterplein, waar de Evangelische Broedergemeente een mooi kerkje heeft gebouwd. 'De sfeer van de kerk was zeer sober en licht, alleen nogal ijl en schraal en buitengewoon puriteinsch', schreef Marsman. Wie schetste mijn verbazing toen ik de deur opende en de kerk vol mensen bleek te zitten, die iets fancy-fair-achtigs deden 'voor de missie in Nicaragua', zoals een informant fluisterde.

Zonder me te beraden stapte ik de deur uit, helder en zonder vrees. Op de strenge begraafplaats achter de pleinen, Godsakker geheten, heeft Marsman menige voetstap liggen. Hier rust Paula Müller-Schübler, de moeder van Marsmans vriend Arthur Lehning. Op haar was Hendrik (roepnaam Henny) zeer gesteld, over haar schreef hij het bewogen 'In Memoriam P.M.-S.' en ook 'Graf': Dit is haar graf, onder de jonge linden/ vergaan haar handen en haar zachte oogen -/ moet men geloven dat wie haar beminden/ haar eens hervinden en herkennen mogen?

Dat 'liefgehad' uit de titel kwam tamelijk bedekt aan de orde. Rhoen voerde ons naar huize Nooitgedacht, zeggende dat daar de mezzosopraan Nell van Nie woonde, 'een vrouw die Marsman in zijn jeugd zeer heeft geïnspireerd'. De losse en vrije Nell trouwde in 1926 met de dichter en schrijver Roel Houwink. Vier jaar eerder schreef Marsman in 'Smaragd': Gij hebt den wind gevangen in uw haar,/ en in uw bloed den avond vastgehecht/ en in uw stem de zee, welk gedicht eindigt met: Mijn venster was een oogwenk gansch ontroerd.

Dankzij Nell. Dan is er nog Dientje Kortlandt, die met 'vriendin' wordt aangesproken in het gedicht 'De blauwe tocht', maar haar woonhuis is niet in de route opgenomen. Wel dat van de componist Willem Pijper, met wie Marsman in 1918 kennismaakte, en ook het mooie pand Huydecoperweg 8 waar J. Ploegsma woonde, de man die Marsmans eerste dichtbundel uitgaf.

Al met al waren we behoorlijk in de periferie geraakt. Toen we op de Jagerlaan werden geacht te kijken naar het pand 1A, waar Marsman tussen 1906 en 1914 misschien aan heilgymnastiek heeft gedaan, groetten we de heer Rhoen beleefd en zetten onder een grootse en grauwe hemel direct koers naar de lokkende verte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden