Marokko op de site

De Nederlander Jan Hoogland schreef een knap leerboek Marokkaans Arabisch en richtte in Rabat het Nimar op. Het contact tussen Nederland en Marokko verdiept zich....

De oprichting twee maanden geleden van het Nederlands Instituut te Marokko (Nimar) is te danken aan één man, Jan Hoogland. Jan Hoogland is arabist aan de Radboud Universiteit Nijmegen en hij is de auteur van het leerboek Marokkaans Arabisch en de samensteller van het Woordenboek Nederlands-Arabisch/Arabisch-Nederlands. Met andere woorden: Jan Hoogland heeft veel gedaan voor de Nederlandse arabistiek. Maar wat zegt dat over het soort man dat Jan Hoogland is?

Hij is nu 49 en begon dertig jaar geleden Arabisch te leren, in die tijd deden dat er niet veel. In die tijd ook werd hij reisleider, dan trok hij in de zomer met een Landrover door de grote zuidelijke oases, de vallei van de rivier de Draa, de Tafilalt, en door de Gorges, die van de Todra en die van de Dades. Zo’n Landrover vol toeristen had onder het terrein te lijden, regelmatig brak een blad van de vering af, en Jan moest dat dan zien te repareren, op een door god verlaten plek, ’s avonds, de groep moest de volgende dag weer verder. In die tijd sprak hij al Arabisch, en dat was handig als hij de hulp van dorpelingen nodig had, maar belangrijker was zijn technische kennis, dat hij wist hoe hij zo’n Landrover uit elkaar moest halen. Dat wist hij.

Wie Jan ziet, denkt: dit is een heel gewone man. Gewone broek, gewoon overhemd. Zo op het oog niks bijzonders, een vriendelijke, bescheiden man die er jong uitziet voor zijn leeftijd. Niets aan hem verraadt de zucht naar avontuur die toch in hem moet zijn – waarom anders op zo jonge leeftijd die reizen door Marokko, naar plekken waar andere toeristen maar zelden kwamen, en als ze er kwamen, dan niet via de route die Jan nam.

Nee, er is niets van poeha aan deze man, hij zal zichzelf niet op de borst slaan. Ik ben nooit student van hem geweest en ik betreur dat. Ik denk dat Jan Hoogland niet alleen een consciëntieuze maar ook een goede docent is. Ik denk dat omdat ik hem ken, zeker, maar meer nog omdat ik zijn boek ken, dat leerboek Marokkaans Arabisch.

Ikzelf ben lang docent Nederlands geweest. Ik heb heel wat leerboeken Nederlands-als-tweede-taal, taalboeken dus, voorbij zien komen. Ik heb vreemde talen geleerd, uit boeken. Maar nooit heb ik een boek gezien dat zo didactisch, zo systematisch is opgebouwd als dat van Jan Hoogland, zonder dat het saai wordt. Hoeveel Marokkanen in Nederland spreken het Dariezja, het Marokkaanse dialect, niet of nauwelijks? Hoeveel van hen willen het toch graag leren? Zij moeten het boek van Jan kopen. Je loopt er niet in vast. Stap voor stap bouwt hij aan het taaluniversum dat de student zich eigen moet maken. Jan heeft zijn boek geschreven zoals een technicus een gebruiksaanwijzing schrijft: zo zet je een Landrover in elkaar. Eerst dit onderdeel, dan dat, dan dat. Jan heeft over zijn boek nagedacht, het verraadt een enorm analytisch vermogen, en liefde voor de taal. Jan is een fanaat. Het kan niet anders of hij is als samensteller van de woordenboeken Arabisch even nauwgezet en methodisch geweest, want zo is Jan Hoogland.

Ik heb hem hier in Rabat leren kennen, hij kwam om het Nederlands Instituut ‘op poten te zetten’. Dat is een klus die je aan zo iemand kunt overlaten. Hij had het bij het ministerie voor elkaar gekregen dat men zo’n instituut wel wilde subsidiëren, en nu kwam hij naar Rabat om het tot werkelijkheid te maken. Hij moest een pand huren, hij moest het inrichten. Binnen drie maanden kreeg hij het voor elkaar, prachtig pand middenin Rabat, voorzien van computers, van internet, van meubilair, er is een leslokaal, er is een directeurskamer, er zijn slaapkamers voor de Nederlandse studenten die hier onderwijs komen volgen, er is een bibliotheek. Het hele pand is geverfd, het is voor een deel verbouwd. Voor de Nederlander lijkt dit alles normaal. Maar in Marokko is het niet altijd makkelijk dingen snel – en goed – te regelen. Op de terrassen op de verschillende verdiepingen staan planten in grote potten – die heeft Jan er zelf ingezet.

Dat is Marokko: de grote dingen doen, zoals bedenken dat zo’n instituut leuk zou zijn, plan schrijven, subsidie aanvragen, maar de kleine ook, planten kopen, in potten zetten, draden langs de muur spannen om de planten te leiden. Het Nimar heeft een website (www.ru.nl/nimar), die is door Jan gebouwd. De directeur van het instituut, geograaf en Marokko-kenner Paolo De Mas, wil graag naar de Nederlandse televisie kijken, maar hij weet niet en wil niet weten hoe dat moet, hoe werkt zo’n satelliet, heb je een of andere kaart nodig? Jan komt over en Jan regelt het. De directeur kan straks NOVA zien, live, of op zondagavond naar AZ-Ajax kijken.

Nee, niet Jan maar Paolo is directeur – en onderzoekscoördinator – van het instituut geworden, en daar heeft het instituut een goeie aan, want Paolo weet alles van Marokko, zoals Jan alles van de taal weet. Jan is onderwijscoördinator, het is wat hij kan doen, wonend in Nederland. Hij is aan Nederland gebonden omdat zijn jongste zoon halverwege de middelbare school is – die nu naar Marokko verkassen, is volgens Jan geen goed idee. Hij moet nog een paar jaar wachten eer hijzelf directeur van zijn Nimar kan worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden