Marcel Vonk is mathematisch fysicus én pokerspeler: 'Voor mij zou altijd alleen maar natuurkunde niet werken'

Over pokeren en zwarte gaten

Fysicus Marcel Vonk verkeert graag in de gevarenzone van de natuurkunde - het zwarte gat - en aan de pokertafel, want dat is toch ook heel wiskundig en analytisch.

Foto Aurélie Geurts

Net voor Marcel Vonk (43) in de kelder van het casino in Amsterdam aanschuift aan tafel 11 van het pokertoernooi aldaar, haalt hij een plastic kokertje uit zijn zak, maakt het open, en laat zijn eekhoorntje op zijn handpalm rollen. We zijn verbaasd. Een mascotte? Hij? De man die net een lunch lang heeft uitgelegd dat hij nu eenmaal met mathematische precisie naar het pokerspel kan kijken? Is deze Marcel Vonk toch ook een beetje bijgelovig?

De brede, iets schuchtere glimlach die hij vaak lacht. Welnee, natuurlijk niet. 'Maar als andere spelers dat van me denken is het goed, een beetje psychologie kan nooit kwaad.'

Nog geen uur ervoor lunchen we in een rumoerig etablissement om de hoek en praten over zijn nieuwe boek, dat niet over poker gaat, maar over zwarte gaten. Over Einsteins ruimtetijd. De inzichten van Stephen Hawking. De zwaartekrachttheorieën van collega Erik Verlinde, de man die Vonk naar de Universiteit van Amsterdam haalde om theoretische fysica te doen, maar ook om er glashelder met het grote publiek over te communiceren. Outreach, tegenwoordig ook belangrijk voor universiteiten.

non-fictie

Marcel Vonk
Zwarte gaten, gevangen in ruimte en tijd
AUP, 215 pag.; euro 39,99.

Wie zit wie het meest in de weg: de pokerspeler de mathematisch fysicus, of de mathematisch fysicus de pokerspeler?

Vonk: 'Dat laatste is het lastigste. Als je pokert moet je alles van je afzetten. Aan tafel moet je je concentreren en goed opletten wat er gebeurt. Als je dan iets moet regelen of met een lastig wiskundig probleem zit, kan dat weleens afleiden. De natuurkundige in mij heeft minder last van de pokerspeler dan omgekeerd, geloof ik.'

Marcel Vonk 

Mathematisch natuurkundige Marcel Vonk (Leiderdorp, 1974) won in 2010 een toernooi in de World Series of Poker in Las Vegas, onder pokeraars het wereldkampioenschap. Hij studeerde in 1998 af bij fysicus Verlinde, bekend van radicale theorieën over ruimte en tijd. Hij promoveerde in 2003 op een onderwerp uit de snaartheorie, een theorie die probeert deeltjes en zwaartekracht tegelijk te beschrijven. Hij deed onderzoek in onder meer Zweden, Frankrijk, Zuid-Afrika, Portugal en Spanje. Sinds enkele jaren werkt Vonk aan de Universiteit van Amsterdam als onderzoeker en popularisator. Hij schreef eerder het boek Snaartheorie en houdt geregeld lezingen, liefst voor een jong publiek.

U zit helemaal niet gespannen op Science Park, als er een toernooi aankomt?

'Nooit, pokeren is een hobby waar ik zo nu en dan vrij voor neem, zoals deze week. Natuurkunde is mijn passie.'

Mag ik u een professioneel pokeraar noemen?

'Nee, zelfs formeel niet. Het staat niet op mijn inkomstenbelasting. Als ik wat win, betaal ik kansspelbelasting en that's it. Poker is ook te onzeker om er een regulier inkomen uit te halen.'

Tot drie uur in het casino en dan de volgende ochtend college geven, of wiskunde bedrijven, is dat fysiek te doen?

'Tot nog toe wel. Die colleges plan ik vaak wel wat later. En verder is het een kwestie van veel douchen. Dat ontspant en dat is vaak ook een moment dat je opeens nieuwe ideeën krijgt. Voor mij zou altijd alleen maar natuurkunde niet werken, denk ik.'

Hoe raakte u in het poker verzeild?

'In 2003 werd de World Series of Poker in Las Vegas voor het eerst semilive op tv uitgezonden en was heel Amerika opeens verslingerd aan poker. Dat waaide over naar Europa en vooral Scandinavië en ik was postdoc in Uppsala, Zweden. Collega's vroegen of ik zin had om een keer mee te spelen. Ik dacht: wat moet ik met een gokspel? Maar dan zie je dat het eigenlijk heel analytisch is en wiskundig. Ik ben gaan meedoen en van het een kwam het ander. Het eerste toernooi dat ik speelde won ik, tot mijn eigen verbazing overigens en het was zeker meer geluk dan wijsheid. Maar toen was ik wel gegrepen. Later ging ik als postdoc naar Parijs, daar heb je de Aviation Club, met een fijne sfeer. Het werd eigelijk steeds leuker.'

In 2010 won u een toernooi in de World Series of Poker in Las Vegas. Zeg maar het wereldkampioenschap. Altijd al pokeraar willen worden?

'Als je me als jongetje had gevraagd wat wil je worden, dan had ik niet pokeraar gezegd, maar natuurkundige. Ik zou professioneel misschien wel kunnen pokeren qua talent, maar dan moet je ook al je tijd erin steken. Veel trainen. Veel spelen. Ik speel wekelijks een avond in Utrecht, ik train online, doe een stuk of zeven toernooien per jaar en in de zomer een paar weken Las Vegas, maar de natuurkunde komt voor mij toch eerst.'

Hoe kwam het jongetje Vonk eigenlijk bij de natuurkunde?

'Mijn oudere broer had een wereldatlas en op een van de pagina's stond een sterrenkaart, en de banen van de planeten. Ik was sowieso geboeid door rekenen en getallen, maar naar die plaat kon ik uren kijken. Waarom volgden die planeten die banen? Waarom gingen de binnenste planeten sneller dan de buitenste? Intrigerende patronen, dat was eigenlijk wat me greep. Ik wilde doorgronden wat ik zag. Een jaar of 10 was ik. Als Kepler de planeetwetten niet had ontdekt, had ik het 350 jaar later wel gedaan, grap ik weleens.'

Is uw interesse voor poker ook zoiets?

'Pokertheorie is een exacte wetenschap in die zin dat je aan het spel kunt rekenen, maar de beste strategie is niet bekend. Je moet je steeds weten aan te passen aan wat andere spelers gegeven die beperking bedenken en uitproberen. Dat moet je bestuderen en erop trainen.'

Tekst gaat verder onder de foto

Echt iets voor bèta's dus?

'Er zit veel wiskunde in, waar je gevoel voor moet hebben. Van simpele kansrekening tot speltheorie en theorie van economisch nut. Daarnaast is het analytisch. Je moet patronen herkennen, zien wat je tegenstanders bekokstoven, dat onthouden. Wiskundigen hebben dat soort eigenschappen vaak. Ik vond het als bèta meteen een leuk spel, ik was trouwens sowieso een spelletjesman, we kaartten thuis al veel, schaakten, alles. Overigens duurde het jaren voor ik het gevoel kreeg dat ik echt iets met poker kon.'

In zijn nieuwe boek Zwarte Gaten begeeft Vonk zich letterlijk in de gevarenzone van de natuurkunde: het zwarte gat. Plaatsen waar immense zwaartekracht letterlijk een gat in ruimte en tijd trekt. Het is Einsteins relativiteit die dat beschrijft. Maar een zwart gat gaat ook over het universum op de allerkleinste schaal en de theorie daarover, de quantummechanica, wil maar niet aansluiten op Einstein. Waarmee, zegt Vonk, zwarte gaten een laboratorium zijn voor de theoretische natuurkunde: alles is er extreem en vreemd, maar ze bestaan, en dus moet er een theorie te vinden zijn die quantum en zwaartekracht wel aan elkaar knoopt. Pogingen zijn er te over, maar een goed antwoord is er nog niet, en fysici vliegen elkaar gretig in de haren over de onvolkomenheden in elkaars ideeën. In Zwarte Gaten volgt Vonk de controverses tot de laatste ontwikkelingen, zonder zelf een standpunt in te nemen. 'We moeten toegeven dat we er nog niet uit zijn', zegt hij boven zijn broodje.

U studeerde ooit in Utrecht bij Gerard 't Hooft. Was u zich als student al bewust van de wrijving tussen zwaartekracht en quantum?

'Nou, als student volg je braaf je afzonderlijke vakken en weet je niet goed wat er in het onderzoek speelt. Ik probeerde wel bij Gerard 't Hooft mijn scriptie te schrijven, maar dat wilden nog dertig studenten, dus verwees hij me door naar Erik Verlinde, toen een van de prominente snaartheoretici. Erik ging wat later naar de VS, hij deed me over aan Robbert Dijkgraaf. Zo rolde ik er in. Erik werd uiteindelijk mijn promotor en Robbert co-promotor. Illustere namen natuurlijk, die ik sindsdien graag op mijn sollicitatiebrieven heb vermeld.'

Er zijn de laatste jaren fikse ruzies over de beste theorie voor zwarte gaten. U schrijft daar wel over maar neemt zelf geen stelling.

'Het boek moest zo actueel mogelijk zijn, vond ik. Maar de natuurkunde is er nog lang niet uit en dat mag iedereen weten. Ik vind het sowieso logisch dat wetenschappers laten zien wat ze in hun ivoren torentje zitten te doen. En laat het jonge slimme mensen maar uitdagen om het zelf op te pakken.'

En dan spreken zwarte gaten zeer tot de verbeelding.

'Ik denk het wel. Het zijn heel heftige verschijnselen die ook iets geheimzinnigs hebben. Het Star Trek-gevoel. Dat begint al met de naam... zwart gat. Goed woord. Natuurkundigen zouden het misschien eerder hyperkrommingen in de ruimtetijd noemen. Maar een boek met die titel zou niet veel lezers trekken, schat ik zo.'

Theoretici werken in formules en wiskunde. Is een boek in woorden, met nauwelijks wiskunde en hooguit wat grafieken dan niet een worsteling om te maken?

'Integendeel. Het is een feest. Ik houd van woorden, van taal en formuleren. Dat hebben meer theoretici dan je misschien denkt. Ik zat eens op een aio-conferentie met Gerard 't Hooft aan tafel die het had over wat hij noemde harmonieuze woorden. Dat waren dan woorden waarin alle klinkers van het alfabet precies éénmaal voorkomen: a e o u i. Zoals het woord harmonieus zelf, trouwens. Vandaar de naam. Bestaan er zulke woorden waarin ook nog de ij en de y éénmaal voorkomen, vroeg hij. Ik wist er meteen een: yoghurtijsverpakking! Vermoedelijk heeft dat trouwens meer indruk op hem gemaakt dan alle natuurkunde die ik daarna heb gedaan.'

Er zit een echt gat in de cover van uw boek. Zelf bedacht?

'Het is een vormgeversgrapje, maar ik vind het zelf briljant. Wat we wilden was een luxe koffietafelboek over een van de ingewikkeldste kwesties uit de natuurkunde. Zo'n gat maakt dat mensen het toch minimaal één keer oppakken, lijkt me. Dan ben ik al tevreden.'

Meer over