Nieuws Familievetes

Mannenclans oertijd sloegen elkaar de hersenen in en vernietigden zo hun dna-lijnen

Rond de vijfduizend jaar voor Christus gebeurde er iets krankzinnigs in prehistorisch Europa: opeens verdwenen de mannen massaal van de aardbodem. Een gevolg van familievetes onder de vroege boeren, opperen drie Amerikaanse onderzoekers.

Het rugbyteam van Nieuw-Zeeland voert in 2005 de haka (uitdaging) uit, een krijgsdans van de Maori’s, een traditie die teruggaat tot ver voor onze jaartelling. Foto REUTERS

Kennelijk bereikte de maatschappij rond die tijd een cruciaal kookpunt, vermoeden Tian Chen Zeng, Alan Aw en Marcus Feldman, alle drie verbonden aan de Stanford Universiteit in Californië. De vroege boerengemeenschappen van die tijd zullen zijn gevormd rond families langs de mannelijke lijn. Als er dan oorlog uitbreekt en een clan wordt uitgemoord, verdwijnt prompt een hele mannelijke afstammingslijn uit de geschiedenis.

En dat is precies wat wetenschappers, onder meer uit Nederland, drie jaar geleden waarnamen door het dna van nu levende mensen te bestuderen. In het Y-chromosoom, het dna-pakket dat altijd uitsluitend van vader op zoon wordt doorgegeven,  zit een duidelijke dip in variatie, een beetje als een telefoonboek waarin maar een paar achternamen voorkomen. Nader onderzoek bracht aan het licht dat de herenapocalyps tussen de zeven- en de vijfduizend jaar geleden toesloeg. Tot liefst 95 procent van de mannelijke familielijnen raakte toen uitgewist, terwijl de vrouwen gewoon in diversiteit toenamen.

De enormiteit van de mannendip

Misschien was er veel polygamie waardoor sommige mannen hun genen meer doorgaven dan andere. Of misschien was er sprake van het zogenoemde nieuwkomereffect, waarbij een klein groepje mannen hun dna snel verspreiden. Maar dat is allemaal niet afdoende om de enormiteit van de mannendip te verklaren, becijferen Zeng, Aw en Feldman in Nature Communications

Zeng, student nog maar toen hij het onderzoek deed, besefte dat stammenoorlogen meer voor de hand liggen. Kijk maar naar clanvolkeren uit midden-Azië, Polynesië en Madagascar, noteert hij: ‘Centraal-Aziatische steppenvolkeren hebben een opvallend lagere diversiteit in hun Y-chromosoom dan nabije boeren.’

Door de stammenvorming op een soort schaakbordjes na te spelen in de computer, stelt het drietal dat onderlinge vetes tussen familieclans zich inderdaad al snel vertalen naar een flinke afname in de genetische diversiteit. Vrouwen zullen daarvan minder last hebben gehad: in veel traditionele maatschappijen worden die uitgewisseld tussen de mannenclans, al dan niet gedwongen. Met als gevolg dat hun familiegenen zich ongehinderd bleven verspreiden.

Fascinerend, vindt bioloog Rutger Vos, die bij Naturalis onder meer onderzoek doet naar genetische stambomen. ‘Het interessante vind ik dat je hier ziet hoe culturele processen inwerken op de genen. Het laat zien dat de mens een hybride wezen is, gevormd door zowel genetica als cultuur.’

‘Begin van de oorlogvoerende landbouwers’

Opvallend dat de stammenstrijd ook aardig overeenkomt met de archeologische aanwijzingen, vinden zowel de Amerikanen als Vos. ‘Dit was de tijd waarin de cultuur genaamd de lineair-bandkeramiek opkwam, maar er ook voor het eerst massagraven opduiken’, zegt Vos. ‘Het lijkt het begin van de oorlogvoerende landbouwers.’

‘Een extreem goede verklaring’, vindt ook de Britse hoogleraar evolutiegenetica Mark Thomas, in 2015 ontdekker van de Y-chromosoomdip. ‘Het is niet noodzakelijk de enige verklaring. Maar wel de beste die we op dit moment hebben’, aldus Thomas tegen Newsweek.

Maar hoogleraar populatiegenetica Peter de Knijff (LUMC) waarschuwt desgevraagd vanaf zijn vakantieadres in een eerste reactie tegen te hoge verwachtingen: ‘Ik ben erg voorzichtig geworden met dit soort hypothetische artikelen gebaseerd op simulaties. Het grote probleem is dat onze huidige inzichten, die gebaseerd zijn op modern dna-onderzoek, meer en meer op de kop worden gezet door onderzoek naar oud dna uit de tijd zelf.’

Na regen kwam, ook voor de prehistorische man, zonneschijn, neemt Zeng aan. Toen de dorpen groter werden, werd de invloed van de familieclans kleiner en viel een familie niet meer automatisch samen met een dorp.

‘Wij zijn in principe net als zeeolifanten of gorilla’s’, zegt Vos, die het patroon van de overheersende mannenlijnen kent uit de biologieboekjes. ‘Alleen zijn we ons tijdelijk nog meer zo gaan gedragen.’