MAI SPIJKERS

Mai Spijkers beantwoordt niet aan het beeld van de klassieke uitgever: iemand die 'in een stille kamer' deftig literatuur zit te lezen....

IN OKTOBER 1996 werd de AKO-Literatuurprijs op straat uitgereikt. De genodigden hadden zojuist in de Beurs van Berlage gedineerd en maakten zich op voor de rechtstreekse televisie-uitzending van Sonja Barend, toen een politie-agent ten tonele verscheen. 'Iedereen naar buiten.' Een bommelding.

De uitzending ging gewoon door. Terwijl het Damrak was afgezet, diende het gezelschap zich onder escorte naar de Dam te begeven. Al lopend dreunde juryvoorzitter Henk Vonhoff zijn rapport op. De winnaar was Frits van Oostrom met zijn studie Maerlants wereld.

'Wat een gedoe allemaal', verzuchtte de vrouw van de prijswinnaar in het tumult van elkaar vertrappende journalisten en fotografen. Naast haar stond Mai Spijkers, de uitgever van Van Oostrom, te glimmen. Zijn reactie: 'Nou, 't is toch een ton.' En hij droeg zijn publiciteitsmedewerker op, de vooraf gemaakte advertentie voor de kranten onmiddellijk door te sturen.

Zo kent uitgevend Nederland hem: doortastend en wars van formaliteit. Een moderne uitgever, kun je achteraf zeggen, nu Mai Spijkers per 1 mei is vertrokken als directeur van Prometheus en Bert Bakker, om toe te treden tot de directie van Meulenhoff & Co. Naast de genoemde behoren daartoe onder meer de uitgeverijen de Boekerij, A. W. Bruna, Standaard-Manteau en Unieboek-Van Reemst.

Zijn invloed zal er niet minder op worden, maar de kleine Brabander (1955) met bril en Borsalino zal minder zichtbaar gaan opereren. Op zijn 44ste is drs. M. J. P. M. Spijkers een bobo geworden, aldus Oscar van Gelderen van uitgeverij Vassallucci: 'In plaats van uitgeven gaat hij besturen. Ik betreur het niet dat hij opstapt, want hij was een concurrent van ons op de buitenlandse markt. Misschien is hij wat moe geworden. In korte tijd is zijn zaak heel groot geworden. Hij geeft zoveel tegelijk uit, driehonderd titels per jaar, dat de klad is gekomen in het flitsende en agressieve waarmee hij naam heeft gemaakt.'

Vic van de Reijt van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar werkte in de jaren tachtig samen met Spijkers: 'Wat ik van hem heb geleerd? Manieren in elk geval niet. Wel snel uitgeven. Geen dagen in een manuscript turen, maar anderen vóór zijn door intuïtief te bieden en met contracten te zwaaien. 'Zijn vertrek verbaast mij niet. Hij is het type van de klimmer, een energieke carrière-jongen. Ik ben van het type-Vic, dat is iemand die zijn mooie plekje koestert.'

Contact-redacteur Sander Blom, die in het verleden twee jaar met Spijkers werkte, onderschrijft deze karakterisering: 'Mai gaat nu uitgeverijen kopen. Een tree hoger voor een ambitieuze uitgever. Wat hij hierna gaat doen? De KPN, Shell, het koningschap wellicht.' 'Directeur van alles,' veronderstelt Paul Sebes, die onder Spijkers in zes jaar van werkstudent opklom tot publiciteitsmedewerker, en thans als zelfstandig impresario bemiddelt tussen schrijvers en bedrijven.

Twintig jaar geleden, toen Spijkers afstudeerde als historicus aan de Universiteit van Amsterdam en via een uitzendbureau aan de slag ging als magazijnbediende bij de Bezige Bij, profileerden uitgevers zich liever als gedreven lezers dan als gewiekste managers. Persoonlijkheden van het type Johan Polak, Theo Sontrop, Geertjan Lubberhuizen en Geert van Oorschot bepaalden het beeld. Oscar Timmers van de Bezige Bij kon de jonge Spijkers geen baan bieden. En Theo Sontrop van de Arbeiderspers zei over hem: 'Niet zo'n Brabander bij mij op kantoor.'

Dat was even slikken voor de Goirlese fabrieksarbeiderszoon - de vijfde uit een gezin van acht -, die ernaar verlangde zich ergens thuis te voelen. 'Mijn moeder stierf toen ik negen was', vertelde hij in 1993 aan Ischa Meijer, 'ik voelde me erg eenzaam. Ik ben bovendien de helft van een tweeling. Ook dat heb ik nooit als prettig ervaren. Ik wilde, koste wat kost, niet hetzelfde zijn als enig ander mens. Ik moest me, hoe dan ook, onderscheiden.'

Vanaf de derde klas gymnasium verbleef hij in een pleeggezin, waar het huis wél vol boeken stond. Maar ook daar hoorde hij niet echt, zoals hij na zijn eindexamen merkte. Toen Mai in het weekeinde vanuit Amsterdam thuis wilde komen, vroeg zijn pleegvader hem daar geld voor. 'Toen ben ik daar weggegaan en niet meer teruggekomen.'

Op zijn 23ste mag Spijkers beginnen bij uitgeverij Bert Bakker. Van Bert(je), de neef van de legendarische uitgever, en van de toenmalige hoofdredacteur Harko Keijzer leert hij het vak: cultureel inzicht paren aan zakelijk instinct.

Bij Bert Bakker vindt hij een thuishaven. Werken wordt alles voor hem. Binnen een paar jaar boekt hij successen: hij beweegt Marga Minco weer te gaan schrijven, wat resulteert in de succesvolle novelle De val. Hij haalt Het parfum van Patrick Süsskind binnen. De klapper die hem roem bezorgt, is De naam van de Roos van Umberto Eco, dat hij voor achtduizend gulden koopt: 'De Duitse uitgeverij Hanser was opeens enthousiast over een boek van een Italiaanse professor, een thriller die in de middeleeuwen speelde. Een professor die schrijft... het leek mij nogal linke soep', zei Spijkers drie jaar geleden tegen Het Parool. Toch kocht hij het boek een week voor de Frankfurter Buchmesse, zonder een letter in Eco's roman te hebben gelezen. Honderdduizenden wist hij ervan 'weg te zetten'.

Parallel aan zijn commerciële triomfen groeide de irritatie over de ongebruikelijk harde wijze waarop Spijkers te werk ging. Hij kreeg de reputatie van een rat, die openlijk schrijvers probeerde weg te kopen bij collega's en zich aan gentleman's agreements weinig gelegen liet liggen.

Als hoofdredacteur van uitgeverij Bert Bakker ging hij pakken dragen en schafte zich zijn eerste Borsalino aan. 'Toen was het een heel andere Mai geworden', vindt Lodewijk Henri Wiener, schrijver van een tiental secure verhalenbundels: 'Twaalf jaar heb ik met hem gewerkt. Aanvankelijk was hij mijn redacteur, waardeerde mijn werk, stuurde altijd briefjes als ik ergens een verhaal had gepubliceerd. Van Mai kwam het idee, al mijn verhalen in 1990 te bundelen onder de titel Misantropenjaren.

'Lof daarvoor. Maar zodra hij het voor het zeggen kreeg, werd hij afstandelijk. Toen ik op de uitgeverij kwam, begon hij over mijn hoed, een Stetson, en meldde dat zijn Borsalino was vervaardigd van Bretons konijn. Over mijn boek-in-wording Koningswater wilde hij het niet meer hebben. Later begreep ik waarom. Hij moest van mij af, matig verkopend auteur als ik tenslotte was. Stiekem heeft hij toen mijn titel doorgespeeld aan het thrillerduo Lydia en Niels Rood. Kwamen die plotseling met Koningswater op de markt! Ik heb Spijkers nooit meer willen zien. Overigens spreekt u niet met een verbitterd man. In het najaar verschijnt mijn nieuwe boek Allemaal licht en warmte, wat dacht u daarvan. Bij Contact.'

Lydia Rood kan het verhaal desgevraagd niet bevestigen. Weliswaar herinnert ze zich dat Spijkers voor de thriller Loog een andere titel wilde. Volgens Rood heeft ze die toen zelf bedacht. 'Of ik tevreden ben over hem? Nou, ik ben erg tevreden over mijn voorschotten. Mai is goed in dingen regelen en mensen binnenhalen. Hij trekt de boeken zowat uit mijn handen. Nee, lezen doet hij ze niet.

'We hebben bijna ruzie gekregen, toen ik vond dat ik meer aandacht verdiende. Zo'n floddertje als Connie Palmen legt hij in de watten. De hele stad hangt hij vol met Palmen-posters. Dat wilde ik ook wel. Toen ik daarover klaagde, spurtte Mai meteen hierheen en beloofde beterschap. Nu hij is vertrokken, kan ik hem onbezwaard weer over zijn bolletje aaien.'

De wetten (1991) van Connie Palmen was één van de eerste boeken die Spijkers uitbracht als directeur van uitgeverij Prometheus. Hij was voor zichzelf begonnen, nadat Bert Bakker weigerde hem de helft van zijn uitgeverij te geven. Als een bezetene stampte Spijkers een nieuw fonds uit de grond. Bertje Bakker stapte intussen op. In 1993 keerde Spijkers terug in Bakkers directiekamer aan de Herengracht - als directeur van 'de samenwerkende uitgeverijen' Prometheus en Bert Bakker.

Beide fondsen groeiden in de breedte. Van de Reijt: 'Eén van Mai's grote verdiensten is dat hij de academische fictie volwassen heeft gemaakt. Herman Pleij en Frits van Oostrom zijn niet voor niets naar hem overgestapt.'

Connie Palmen ontmoette Spijkers in De Balie in Amsterdam. Ze had toen een verhaal gepubliceerd van een halve bladzijde, en haar debuutroman telde nog slechts drie hoofdstukken. Bij haar thuis heeft ze hem toen één hoofdstuk voorgelezen.

Spijkers sloeg toe. Tegelijk met Palmen kwam overigens Als honden van stro van Annafiet Jonker uit. Nooit meer iets van vernomen: dat is het risico van het gokken op vele paarden, dat Spijkers menige bestseller opleverde naast 'een weeshuis' (Van de Reijt) van boeken die het na verschijnen niet bleken te doen.

De uitgeverswereld is verzakelijkt. Spijkers was in Nederland een voorloper van die trend. 'Voor iedereen is uitgeven handel, maar misschien verbergen anderen het beter. Zo zie ik dat' (1990). 'Dat hypocriete gedoe dat een uitgever met een deftige bril alleen maar boeken zit te lezen in een stille kamer... Ik ben met alles druk' (1991). 'Vernieuwing - dat is het sleutelwoord' (1993). Nu zijn fonds zeer omvangrijk en stabiel is - van Jean Pierre Rawie en de bloemlezingen van Gerrit Komrij tot Frits Bolkestein, van Marga Minco en Tom Lanoye tot Jan Kuitenbrouwer en Sanderijn Cels - vindt Spijkers het tijd voor een nieuwe wending in zijn loopbaan. Hij draagt de uitgeverijen over aan hoofdredacteur Plien van Albada en commercieel manager Chris ten Kate.

Spijkers is humeurig, veeleisend en slagvaardig, zeggen zijn voormalige collega's en werknemers. In twintig jaar heeft hij afkeer opgeroepen, maar ook respect geoogst. 'De algemene teneur was lange tijd: Mai is een lul', vat Sander Blom een en ander kernachtig samen, 'maar inmiddels is iedereen het er over eens, dat hij voor het vak een uiterst boeiende figuur is om te volgen, en dat te blijven doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden