Maarten 't Hart

Stad en land in proza en poëzie, dat is het thema van de Boekenweek, die vandaag begint. Elke dag beschrijft een auteur zijn eigen panorama: wat is er te zien door zijn raam, wat ziet hij met zijn geestesoog....

Vanuit het raam van onze woonkamer hebben wij jarenlang vredig uitgekeken over de Klinkerbergerpolder, die aan de westzijde begrensd wordt door de Schiphollijn. Daarachter was vaag de oude lijn Leiden - Haarlem te zien, alsmede het silhouet van de A44. Plotseling echter rezen tussen de A44 en de spoorlijn heimachines op die dagelijks in grote drift palen de grond in joegen.

'Wat wordt daar uit de grond gestampt?', vroegen wij ons verbaasd af. Wij hadden dat kunnen lezen in één van de vele huis-aan-huisblaadjes. Die worden echter, omdat wij te afgelegen wonen, bij ons niet bezorgd. Wellicht hadden wij in het dorp ons licht kunnen opsteken, maar wij geneerden ons voor onze onwetendheid, en vroegen niets. Vervuld van vrees tuurden wij dagelijks naar de omvangrijke bouwactiviteiten.

Naarmate het werk vorderde, bleek duidelijker dat er letterlijk iets groots verricht werd. Over de hele breedte van ons uitzicht werd een gigantisch bouwwerk opgetrokken. Aan de achterzijde verscheen een hoge scheepsbrug met een stuurhuis. Het was voorzien van een luifel en een patrijspoort. Van daaruit moest blijkbaar het gehele complex overzien kunnen worden. Midscheeps werd van zilverglanzend metaal een blinkend dekhuis opgetrokken. Kleine raampjes gaven reeds aan waar de manschapsverblijven zouden komen. Aan de voorzijde kwam een kraaiennest met convexe vensters.

Toen de steigers verdwenen, werd de landkruiser gaandeweg aan ons zicht onttrokken door een immens hoge, witgrijze scheepshuid die om het gehele complex heen werd aangebracht. Op de reling werden om de pakweg twintig meter lampen neergezet. Ik kan me nog goed herinneren dat deze lampen op een avond ontstoken werden. Plotseling baadde het raadselachtige bouwwerk in een gloed van minstens achtenveertig oranjegeel brandende vuurbollen. Omdat het licht op de vier meter hoge scheepshuid viel, en daaraan vast bleef kleven, was het alsof over de hele breedte van ons uitzicht een onverbiddelijke zee van licht voorgoed de aangename duisternis verjoeg, die eertijds door enkele pinkelende lichtjes werd opgesierd.

Het is verbijsterend om te ervaren hoe je uitzicht in betrekkelijk korte tijd zo ingrijpend en dramatisch kan veranderen. Overdag kun je er enigszins aan voorbij zien dat je horizon werd verbreed met een gigantische oorlogsbodem, maar des avonds is het onmogelijk om die nieuwe, duizelingwekkend verlichte, tweehonderd meter lange landkruiser te negeren.

Ga je 's nachts naar het toilet, dan zie je, als je slaapdronken over de gang wankelt, door elk venster al die fel brandende lampen, die in heldere nachten zelfs de sterrenbeelden Orion en de Grote Beer volledig doen verbleken. Het lijkt dan net of je droomt en of het onmogelijk waar kan zijn dat er, zonder dat je daar ook maar iets over te zeggen hebt gehad, over de gehele breedte van je uitzicht een penitentiaire inrichting verrees voor moeilijk opvoedbare jongeren.

Van Maarten 't Hart verscheen vorig jaar de roman De Nakomer (de Arbeiderspers).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden