Boswachter plant een jonge boom in de Flevopolder.

Interview Boombioloog Ute Sass-Klaassen

Maak bosbouw de nieuwe landbouw

Boswachter plant een jonge boom in de Flevopolder. Beeld Joost van den Broek

Meer bossen in de strijd tegen klimaatverandering en biodiversiteitsverlies: het is een idee dat op steeds meer steun kan rekenen. Nu nog een boom die je ‘als aardappels’ kunt kweken.

Wie de stad verlaat, zou op een dag misschien wel eens niet meer tussen de weilanden, maar middenin het bos kunnen belanden. Bossen kunnen immers de sleutel zijn om allerlei problemen met milieu, natuur en klimaat het hoofd te bieden. Alleen al om die reden moet Nederland serieus overwegen landbouwgrond terug te geven aan de bosbouw.

Dat zegt de Wageningse boombioloog Ute Sass-Klaassen, volgende week maandag te gast in het maandelijkse Kenniscafé, de wetenschappelijke talkshow van onder meer de Volkskrant. Momenteel is zo’n 11 procent van het Nederlandse landoppervlak begroeid met bos. ‘Maar eigenlijk was Nederland een echt houtland’, zegt Sass. ‘Vroeger was Nederland bijna volledig bebost. Heel West-Nederland was overdekt met eikenbossen en laagveenbossen. En ik denk dat we ons moeten afvragen of er geen onbenutte landbouwgronden opgeheven kunnen worden, zodat we rondom onze steden meer bos kunnen aanleggen.’

Ute Sass-Klaassen

De laatste jaren zijn bossen meer in de belangstelling komen te staan als wapen tegen klimaatverandering en natuurverval. Zo wees een spraakmakende Zwitserse studie er in juli op dat massale aanplant van zo’n 1,6 miljard hectare bos genoeg zou zijn om het CO2-niveau in de dampkring terug te brengen op vooroorlogs niveau – en dat daar genoeg ruimte voor is bovendien. Waarbij het bos haast alleen maar voordelen lijkt te bieden: biodiversiteit en vermaak, maar ook bouwmaterialen, brandstof en voeding.

Want u denkt niet aan een verstild natuurgebied waar niets mee gebeurt.

‘Nee, ik ben wel voorstander van bomen kappen. Bossen hebben zoveel functies, en wat mij betreft is het oogsten van het hout er een van. Er zit veel potentie in de innovatie in hout. Een van de trends is dat we snelgroeiend hout, van bijvoorbeeld de esdoorn, de populier en de els, proberen kwalitatief op te waarderen, zodat het minder snel vergaat, en minder werkt of scheurt, en je het kunt gebruiken voor bijvoorbeeld kozijnen. Allerlei coole dingen, kun je daarmee doen.’

Een soort tropisch hardhout dus. Maar dan van zachthout uit eigen land.

‘We kijken bijvoorbeeld naar Accoya, gemodificeerd hout voor onder meer terrasdelen. Nu wordt dat gemaakt van Pinus radiata, de montereyden. Die groeit als een speer, maakt centimeterbrede jaarringen, van superhomogeen hout. In Nieuw-Zeeland worden ze geteeld… als aardappels, bijna. Daarom onderzoeken we nu of we dat ook voor elkaar kunnen krijgen met Nederlands hout. Door het thermisch te behandelen, onder hoge druk en temperatuur, of chemisch te impregneren met azijnzuuranhydride, zodat het onaantrekkelijk wordt voor schimmels. Het onderzoek is in volle gang. En wat we zien, ziet er zeer interessant uit.’

Waarom eigenlijk bossen?

‘We beseffen steeds meer hoe belangrijk bossen zijn, voor het klimaat, het microklimaat, de bodem, de waterhuishouding. Ze binden CO2, leveren duurzame bouwmaterialen, hebben recreatiewaarde. Ze vangen fijnstof af en zijn een belangrijke bron van biodiversiteit. Een doordat ze de luchtvochtigheid in stand helpen houden, geven ze verkoeling. Dat kan het landschap erg opwaarderen, vooral nabij stedelijke gebieden. Vorig jaar zijn we naar Frankrijk gefietst. En als je dan in bosgebied komt, voel je meteen hoe anders het microklimaat er is.’

Alleen heb je straks zo’n saai productiebos, met één boomsoort.

‘De meeste kenners zijn het er wel over eens dat we gemengd bos willen. Dat is stabieler en weerbaarder. Met monocultuur riskeer je de problemen die we nu bijvoorbeeld zien met de fijnspar. Die boom, belangrijk voor de houtproductie, valt massaal uit in Europa, omdat hij gevoelig is voor droogte en wordt aangetast door bastkevers. Vooral in Tsjechië en Duitsland is dat echt een grote zorg. En dat komt doordat er maar een soort groeit, vaak met gelijke genetische achtergrond. In een gemengd bos kunnen schadelijke insecten zich moeilijker vermeerderen en als een soort het loodje legt, blijft het bos bestaan.’

Allemaal aan de bomen dus. Is dat nog wel natuur?

‘Natuurlijk! De bossen die er nu staan, hebben we ook zelf gevormd. Het is allemaal man made, wat er in ons land staat. Dat geeft al aan hoe lang bossen al belangrijk zijn voor de mens.’

Kenniscafé: Ode aan het bos.
Maandag 18 november, 20.00 uur in debatcentrum De Balie. Kaarten hier verkrijgbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden