Linkshandig raadsel

Een op de tien mensen is linkshandig, de rest rechts. Dat biologische verschijnsel kleurt heel ons leven, inclusief kunst, cultuur en hoe mensen elkaar beoordelen....

Het begint als we zo’n twee jaar oud zijn, en het houdt nooit meer op: het stellen van de vraag ‘waarom?’ bij alles wat ons opvalt als nieuw of vreemd. Linkshandigheid is zoiets. Bijna zolang als de geschreven historie teruggaat, hebben mensen zich dan ook al afgevraagd waarom sommigen van ons aan de linkerhand de voorkeur geven boven de rechter. De slimmeren onder hen zagen al meteen dat er niet één, maar twee vragen beantwoord moesten worden. De eerste en misschien nog wel meest intrigerende vraag is: waarom hebben we eigenlijk een voorkeurshand? Pas daarna kunnen we ons gaan afvragen waarom we niet allemaal dezelfde voorkeurshand hebben.

De eerste van wie we weten dat hij een afgerond idee had over de oorzaak van eenhandigheid, was Plato. Uit de discussie in deel 7 van zijn Wetten, tussen een Athener en de Kretenzer Cleinias, blijkt dat hij dacht dat we ambidexter ter wereld kwamen, maar dat tussen onze handen verschillen ontstaan door de lichtzinnige manier waarop moeders en verzorgsters met kinderen omgaan. ‘Lamheid aan een hand’ is het gevolg. Wat precies die funeste invloed heeft, daarover laat hij zich jammer genoeg niet uit. Sommige latere aanhangers van soortgelijke theorieën kwam dat wel handig uit, zo konden ze immers gemakkelijk de oudste wetenschappelijke autoriteit ter wereld voor hun eigen karretje spannen.

Ook in Plato’s tijd was het gras al altijd groener aan de andere kant van de heuvel. Want hoe superieur deze Griek zich ook voelde ten opzichte van al dat barbaarse andere volk, toch was hij ervan overtuigd dat bij andere volkeren de opvoeding soms beter was geregeld. Bijvoorbeeld bij de Scythen, een gevreesd krijgsvolk.

Scythen, zo laat Plato zijn Athener afgunstig zeggen, zijn veel slimmer dan Atheners. Ze zorgen door uitgekiende training voor behoud van de vermogens van beide armen en handen. Daarmee leveren ze het bewijs dat degenen die hun linkerzijde veronachtzamen tegennatuurlijk handelen.

Opvoeding
Voor Plato was eenhandigheid dus zuiver een betreurenswaardig gevolg van opvoeding. Dat die opvatting niet juist kan zijn, blijkt uit het feit dat er geen echt tweehandige Scythen hebben bestaan, en dat rechtshandigheid onder alle volkeren ongeveer even vaak voorkomt. Er is, afgezien van een licht effect van taboeïsering, nauwelijks variatie, wat we, als handigheid van cultuur en opvoeding afhing, juist wel zouden verwachten.

Sinds de dagen van Plato is er eigenlijk nog maar eenmaal een serieuze poging ondernomen om links- en rechtshandigheid helemaal uit omgevingsinvloeden te verklaren, door de Amerikaanse psychoanalyticus Abram Blau. Dat gebeurde tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog, in de dagen dat het behaviorisme de geesteswetenschappen in een ijzeren greep hield. Maar voordat het zover was, vierden eerst eeuwenlang allerlei mechanistische verklaringen hoogtij.

Zolang de klassieke oudheid duurde, duurde ook de autoriteit van Plato en Aristoteles. Die laatste had over handvoorkeur niet zo veel interessants te melden. Hij stelde slechts dat alle beweging ‘van nature’ van rechts kwam, en dat de linkerhand dus ongeschikt was om zelfstandig te opereren. Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk had men wel wat anders te doen dan filosoferen over voorkeurshanden, en zo duurde het tot ver in de vijftiende eeuw, voordat iemand met een werkelijk nieuw inzicht op de proppen kwam.

Die iemand was Ludovico Ricchieri, een Italiaan die leefde van 1469 tot 1525. Hij legde als eerste, maar allerminst als laatste, een ver-band tussen linkshandigheid en situs inversus, het verschijnsel waarbij de ingewanden in de romp spiegelbeeldig zijn aangelegd.

Lever
Ricchieri, die zijn werk deed ongeveer honderd jaar voordat William Harvey ontdekte hoe de bloedsomloop werkte, zag hart en lever als bronnen van warmte. Het hart bediende de linker lichaamshelft en de lever de rechter. Kon de lever om een of andere reden zijn zegenrijke werk niet optimaal verrichten, dan werd een mens linkshandig. Een van die redenen kon zijn dat de lever aan de verkeerde kant, dus links zat.

Het was geen erg sterke redenering, weten wij achteraf, en er bestaat gelukkig geen verband tussen handvoorkeur en situs inversus, een aandoening die verstrekkende gevolgen heeft. Dat men dat ook al heel lang geleden wel wist, blijkt uit het werk van de curieuze zeventiende-eeuwse Engelsman Sir Thomas Browne, een notabel inwoner van Norwich. Browne was een typisch kind van zijn tijd.

Studies aan de universiteiten van Oxford in zijn vaderland, Montpellier in Frankrijk, Padua in Italië en ook in Leiden, maakten hem tot een breed ontwikkeld geleerde in van alles en nog wat. Zijn eigenlijke beroep was dat van arts, maar hij was daarnaast net zo gemakkelijk thuis in de experimentele wetenschap van zijn tijd, en ook in alchemie, astrologie en hekserij. Een echte homo universalis, die bij een gelegenheid zelfs nog optrad als getuige-deskundige à charge in een heus heksenproces, dat eindigde met de veroordeling van de beide beklaagde dames.

Bijgeloof
Hoewel hij veel van wat wij tegenwoordig als bijgeloof en bakerpraat beschouwen, serieus nam, kreeg hij zijn grootste faam toch juist dankzij zijn kruistocht tegen bijgeloof. In 1648 publiceerde hij een boek met de prachtige titel Pseudodoxia epidemica: ofwel onderzoekingen naar de zeer vele geaccepteerde stellingen en algemeen aanvaarde waarheden, die welbeschouwd ordinaire misvattingen blijken te zijn. Daarin houdt hij zich onder meer bezig met de ideeën die in zijn tijd over links- en rechtshandigheid bestaan, en verwerpt hij terecht de situs-inversusgedachte van Ricchieri, omdat dat verschijnsel veel te zeldzaam is om werkelijk te kunnen bijdragen aan een zo frequent verschijnsel als linkshandigheid.

Situs inversus komt maar bij een op de tienduizend mensen voor, en dan nog niet eens altijd compleet. Soms zijn alleen de in de borst gelegen organen gespiegeld, soms alleen die in de buikholte. Verbazend genoeg bleek de gedachte dat situs inversus iets met linkshandigheid te maken zou hebben toch een uiterst taai leven te hebben. Nog in 1862 kwam Andrew Buchanan, hoogleraar in de fysiologie in Glasgow, er opnieuw mee aan, ditmaal in het kader van een soort evenwichtstheorie.

De lever, zo zei hij, is het grootste en zwaarste orgaan dat we hebben. Omdat hij rechts van het midden zit, ligt het zwaartepunt van het lichaam ook iets rechts van het midden. Daar had hij gelijk in, over het algemeen is de rechter lichaamshelft inderdaad bijna een pond zwaarder dan de linker. Wat geen hout sneed, was de redenering die hij op dat feit probeerde te bouwen.

Buchanan meende dat we door dat verschoven zwaartepunt gebukt gaan onder onbalans. We zouden dat compenseren door licht naar links over te hellen en ons linkerbeen als standbeen te gebruiken. Dat had dan weer tot gevolg dat de rechterhand een grotere vrijheid van handelen kreeg, wat veroorzaakte dat mensen in het algemeen rechtshandig waren. Dat er linkshandigen waren, kon Buchanan alleen verklaren door aan te nemen dat bij hen het zwaartepunt naar de andere kant verschoven was op grond van situs inversus.

Zo’n theorie kan, zou je zeggen, alleen maar bedacht worden door iemand die nog nooit een linkshandige van dichtbij bekeken heeft . Het is bijna onvoorstelbaar dat een goed opgeleide fysioloog van enige faam in die tijd nog kon menen dat situs inversus vaak genoeg voorkomt om linkshandigheid te verklaren. Raar is het ook dat hij blijkbaar niet de moeite nam om zijn toch wel buitenissige opvatting aan de hand van de eerste de beste linkshandige in zijn omgeving te toetsen.

Nog treuriger is het dat al bijna een eeuw eerder, in 1788, het onomstotelijke bewijs was geleverd dat wat Buchanan voorstelde regelrechte onzin was. In dat jaar had de zeer gerenommeerde Londense patholoog Baillie een artikel gepubliceerd, waarin hij een geval van situs inversus totalis beschreef, complete omkering van de organen in borst en buik, waarbij hij een hele passage wijdde aan het feit dat de man in kwestie gewoon rechtshandig was. Ofschoon het artikel in 1809 nogmaals werd afgedrukt in het blad van de Royal Society of Physicians, was het kennelijk bij mensen als Buchanan volkomen onbekend. Gelukkig kreeg Buchanan al snel van veel kanten fikse kritiek te verduren, onder meer van collega’s die wel de moeite namen om eens in de buik van een linkshandige te knijpen of naar zijn harteklop te luisteren.

Bloedtoevoer
Van tijd tot tijd doken er nog tot het einde van de negentiende eeuw varianten op van de bloedtoevoertheorie van Ricchieri, vaak met de ondersleutelbeenslagaderen in de hoofdrol, soms ook andere bloedvaten. Steeds was de veronderstelling in wezen dezelfde: bij normale mensen zou de bloedtoevoer naar de linkerhand moeizamer verlopen dan die naar de rechter, bij linkshandigen ging het andersom. Maar toen uiteindelijk duidelijk werd dat de oorzaken van eenhandigheid eerder in de hersens gezocht moesten worden dan in de handen en armen zelf, stierven al die veronderstellingen al gauw een stille dood.

Een laatste stuiptrekking was het idee dat de bloedtoevoer naar de linkerhersenhelft ruimer bemeten was dan die naar de rechter, en dat daardoor die helft , die de rechterhand bestuurt, zich beter kon ontwikkelen. Maar ook dat idee bloedde al rond 1900 dood, toen bleek dat verschillen in omvang tussen de beide carotide slagaderen, die elk een hersenhelft van bloed voorzien, niet consequent in het voordeel van de linkerhersenhelft uitvallen, en dat die verschillen bovendien opgeheven worden door een bloedvatencircuit dat bekendstaat als de kring van Willis.

De mechanische verklaringen hadden vier eeuwen standgehouden, maar bleken uiteindelijk allemaal tekort te schieten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden