Linguïst Pieter Muysken, verslingerd aan uitstervende indianentalen

Geboren in Bolivia, sprak hij vermoedelijk als kind al Quechua. Die familie van indianentalen blijft linguïst Pieter Muysken ook na zijn pensionering boeien.

Beeld Hollandse Hoogte

Hij behoort tot de taalwetenschappers die zo gefascineerd zijn door indianentalen dat ze liever in Zuid-Amerika zitten dan in Nederland. Spinozaprijswinnaar Pieter Muysken (1950), autoriteit op het gebied van Andes-talen, promoveerde in 1977 op het Quechua van Ecuador. Op 12 mei neemt hij afscheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Toekomstplan: zijn proefschrift herschrijven. In het Spaans, dit keer. Maar vooral: met de kennis van nu.

Waar komt uw fascinatie voor indianentalen vandaan?

'Ik ben geboren in Bolivia en heb er tot mijn zesde gewoond. Mijn vader werkte daar als ingenieur in een kleine mijn. 'De kans is groot dat ik ook Quechua sprak, want het was de taal van onder anderen ons dienstmeisje. Zij was er altijd en praatte met ons. Het Quechua is overigens een heel grote taalfamilie: varianten worden gesproken van Noord-Argentinië tot Zuid-Colombia.

'Later ben ik naar Peru gegaan, en ik heb met mijn toenmalige vrouw jarenlang in Ecuador gewoond om aan mijn promotieonderzoek te werken. De plekken waar ik toen veldwerk heb gedaan, bestaan trouwens niet meer: daar loopt nu een snelweg overheen, de bewoners zijn verspreid geraakt.'

Hoe ziet veldwerk in uw vak eruit: komt de taalkundige gewapend met kladblok en memocorder de traditionele verhalen van indianen vastleggen?

'Nou, nee. We werken het liefst met meerdere proefpersonen die verschillende varianten van één taal spreken. Vooraf hebben we een helder beeld van wat we willen weten. Eén werkwijze is bijvoorbeeld het bij elkaar zetten van allerlei voorwerpen en proefpersonen laten beschrijven wat ze zien. Je oogst zo zowel de manier waarop in zo'n taal een plaatsaanduiding wordt genoemd - dit staat naast/voor/achter dat enzovoort - als de woorden voor de voorwerpen; werkwoorden zoals 'staan'; en de woordvolgorde van de zin. En ja: we gebruiken inderdaad opnameapparatuur.'

Quechua voor beginners

Ik ben Pieter

Pedromi kani (Bolivia)

ñuka Pedro mini (Centraal-Ecuador)

Waar ga je heen?

mayman rinki? (Bolivia)

maymu ringi (Centraal-Ecuador)

Ik zag je

rikusurqayki (Bolivia)

kanda rikurkani (Centraal-Ecuador)

U vertelde net dat de bewoners van weggevaagde gemeenschappen verspreid zijn geraakt. Gaat hun taal daarmee ook verloren?

'Tenzij er een redelijk grote, sterk gemotiveerde gemeenschap is, wel. In de jaren vijftig waren er nog 36 indianentalen in Bolivia, bijvoorbeeld. Daarvan zijn er inmiddels al zes of zeven uitgestorven. Doordat de gemeenschappen te klein zijn geworden, of door verspreiding. Dat verspreiden komt overigens niet alleen door zoiets als de aanleg van wegen, maar ook door ernstige problemen als grote droogte, waardoor mensen niet meer in hun eigen gebied kunnen blijven wonen.

'Het is jammer als een taal uitsterft. Taal is niet alleen een communicatiemiddel, maar ook een manier om je identiteit uit te drukken, een drager van jouw specifieke cultuur. In Bolivia heb ik gewerkt met de allerlaatste spreekster van een taal. Ze overleed in 2002. In Bolivia zullen er in 2100 nog maar twee of drie talen over zijn. Dat uitsterven gaat hard.'

U werkt als taalwetenschapper geregeld samen met mensen uit andere vakgebieden, zoals de genetica. Wat schiet u daarmee op?

'We willen niet alleen de talen afzonderlijk beschrijven, maar ook de relaties tussen de verschillende talen. Hoe komt de ene taal voort uit de andere? De geneticus vergelijkt het dna van noordelijke sprekers van een taal als het Quechua met dat van zuidelijke sprekers. Dat dna blijkt heel verschillend te zijn; hun voorouders moeten dus totaal verschillende moedertalen gesproken hebben. Mijn vraag is dan of je aan het huidige Quechua kunt zien dat het destijds geleerd is als tweede taal.'

Pieter Muysken, rechtsboven.

Wat had u nog willen ontdekken dat u niet hebt kunnen vinden?

'Hoe al die talen in Zuid-Amerika met elkaar samenhangen. Het continent is 'pas' 16 duizend jaar geleden bevolkt geraakt. In die tijd zijn er ruim honderd taalfamilies ontstaan. Ter vergelijking: Europa kent er slechts een handjevol. We zouden te weten moeten kunnen komen hoe al die taalfamilies aan elkaar verwant zijn. Die samenhang is er, die zien we schemeren, maar we hebben hem nog niet gevonden. Ik verwacht dat dit plaatje over twintig jaar wel scherper is, dan begrijpen we veel meer van die ontstaansgeschiedenis.'

Welke wetenschappelijke levensles heeft u opgedaan in veertig jaar onderzoek?

'Op een gegeven moment denk je als wetenschapper dat je er bent, dat je het plaatje compleet hebt. Maar als je er later opnieuw naar kijkt, blijkt het beeld niet volledig. Je hebt dingen gemist of verkeerd begrepen. Mijn belangrijkste les is daarom: kijk steeds opnieuw.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden