LIEFDEVOL INHALEREN

Onder druk van de antirooklobby is de rol van de sigaret in films vrijwel uitgespeeld. Zo blijkt ook uit Thank You for Smoking, een film over roken waar geen enkele sigaret in voorkomt....

Soms kan de tijd de betekenis van een filmbeeld radicaal veranderen. Neem de scène uit The Sands of Iwo Jima (1949), waarin regisseur Alan Dwan soldaten toont die zichzelf in veiligheid hebben gebracht tijdens een confrontatie met de Japanners. Het is een ogenblik van rust, dat door een van hen direct wordt aangegrepen om even te roken. Een moment zoals dat in oorlogsfilms zo vaak was te zien: koeltjes een sigaret consumeren vlakbij het slagveld was een bewijs van moed. De sigaret stond voor mannelijkheid en was nauw verbonden met de goede zaak waarvoor werd gevochten.

Dat de soldaat in Dwans film zodra hij begint te roken door een vijandelijke kogel wordt geraakt, heeft daarom vooral een tragisch effect. Net als alles in orde lijkt en het gevaar is geweken, slaat het noodlot alsnog toe.

Ruim een halve eeuw na The Sands of Iwo Jima heeft het beeld echter een symboliek gekregen waaraan destijds niemand dacht. De roker neemt een trekje en wordt neergeschoten – in andere woorden: roken is dodelijk. De man die geen minuut zonder nicotine kan, toont eerder zijn zwakke kant dan zijn kracht. De sigaret, lang een object dat een filmmaker kon inzetten om zijn personages stoer en heldhaftig te maken, roept inmiddels vooral negatieve associaties op.

Het fragment uit The Sands of Iwo Jima wordt opnieuw gebruikt in Thank You for Smoking, de film die Jason Reitman maakte naar een boek van Christopher Buckley. De lading die de scène inmiddels heeft gekregen, wordt daarbij benadrukt door de unieke positie die het fragment in de satirische film heeft.

Want hoewel de begintitels van Thank You for Smoking zijn vormgegeven in de lettertypes van sigarettenmerken, verschillende personages voor de tabaksindustrie werken, en nagenoeg alle gesprekken en discussies over de gevolgen van tabaksgebruik gaan, is er in de film niemand te zien die daadwerkelijk een sigaret opsteekt. Alleen wanneer ’s avonds laat op televisie de zwart-witbeelden van de oorlogsfilm langskomen, is er één te zien – alsof slechts in een ver verleden werd gerookt.

Het geeft aan door wat voor wereld de hoofdpersoon van Thank You for Smoking zich moet bewegen. Nick Naylor, met gladde charme gespeeld door Aaron Eckhart, is een lobbyist voor de tabaksindustrie die overal waar hij komt wordt uitgejouwd als de vertegenwoordiger van de duivel. Zijn humor en zijn vaardigheid in het debat zorgen ervoor dat hij zich daar wel uit kan redden. Maar ook hij weet dat de zaak van zijn werkgever er niet goed voorstaat. Het idee dat in hem opkomt bij het kijken naar The Sands of Iwo Jima, ligt dan ook voor de hand: in films moet weer meer worden gerookt.

Dat rokende sterren een voorbeeld vormen dat doet volgen, is boven elke twijfel verheven. Al in de tijd van de zwijgende cinema, legt Naylor uit, was het de product placement van de sigarettenindustrie die voor een enorme toename van het aantal rokers zorgde. De banden tussen acteurs en ‘Big Tobacco’ – de bijnaam van de drie grote tabaksproducenten R. J. Reynolds, Philip Morris en British American Tobacco – werden zorgvuldig in stand gehouden. Vrijwel elke mannelijke filmster van de jaren twintig en dertig speelde ook in tabaksreclames. Tot ver in de jaren tachtig werden ‘key players’ in Hollywood van gratis sigaretten voorzien. Maar het waren vooral de films uit de jaren veertig en vijftig die van de sigaret een essentieel onderdeel van het filmvocabulaire maakten.

De doeltreffendheid van de strategie van de tabaksproducenten wordt mooi geïllustreerd door Jean-Luc Godard, die in zijn debuut A bout de souffle (1959) liet zien hoe een jonge gangster zich rokend naar voorbeelden uit Amerikaanse films modelleerde.

Met hoed en sigaret lijkt Jean-Paul Belmondo als de baldadige autodief vanaf de opening al bezig filmcriminelen na te doen. De invloed van zijn idolen wordt bevestigd wanneer hij rokend over straat wandelt en langs een bioscoop komt. ‘Bogey!’ roept hij uit wanneer hij daar een affiche van de film The Harder They Fall uit 1956 ziet hangen, waarop Humphrey Bogart met een sigaret in de mond is afgebeeld. De foto van Bogart die vervolgens in beeld verschijnt en waarvan de gezichtsuitdrukking door Belmondo geïmiteerd wordt, verdwijnt bijna achter de rook.

Het gezicht van de immer rokende Bogart en de rook van Belmondo – Godard liet met dat beeld nadrukkelijk zien uit welke traditie het personage in zijn film afkomstig was. Symbolisch werd de sigaret van het ene naar het andere personage doorgegeven. Niet om de kwalijke invloed van de product placement te onderstrepen natuurlijk – Godard is nog altijd een gepassioneerd roker – maar als een hommage, gebracht uit zuivere filmliefde aan de man die op het doek het best met een sigaret kon omgaan.

Want niemand beheerste de taal van het roken zo volmaakt als Bogart. Van de onverschillige manier waarop hij een brandende lucifer kon vasthouden zonder ernaar te kijken tot de eigenaardige wijze waarop hij gewoonlijk een peuk tussen zijn lippen klemde in de rokerige nachtclubs waar hij thuishoorde – zijn hele persona was opgebouwd rondom sigaretten. Ook in de verhoudingen tussen Bogart en zijn tegenspeelsters was de tabak altijd aanwezig. Contact werd gelegd door om een vuurtje te vragen en aan het roken werd op subtiele wijze betekenissen toegevoegd.

Wanneer Bogart in Casablanca (1941) Ingrid Bergman kust, die in de film getrouwd is met Paul Henreid, wordt in de montage meteen weggesneden naar een opname van de stad. In het daaropvolgende shot bevinden Bogart en Bergman zich apart in de kamer, terwijl hij met een afwezige blik voor zich uitkijkt en rookt. Voor wie de scène letterlijk interpreteert is er niets gebeurd dat door de Hollywoodcensuur uit die periode kon worden afgekeurd. Maar voor de goede verstaander zegt de manier waarop hij van zijn sigaret geniet genoeg.

Nog fraaier werd het roken een paar jaar later gebruikt in To Have and Have Not(1944), de klassieker die ook door de lobbyist Naylor in Thank You for Smoking in de herinnering wordt geroepen als het toonvoorbeeld van het gebruik van sigaretten in film. Het is een schitterende inventarisatie van de dramatische mogelijkheden van de tabak.

Vanaf het ‘Anybody got a match?’ waarmee Lauren Bacall zich introduceert, flirten zij en Bogart met elkaar met behulp van sigaretten. Met een lomp gebaar gooit Bogart haar een doosje lucifers toe, met hooghartige onverschilligheid blaast Bacall haar rook omhoog. Wanneer ze naar elkaar toe groeien, heeft de een telkens vuur paraat op het moment dat de ander een sigaret in de mond neemt, en jaloezie ontstaat wanneer een derde persoon in de rookrituelen wordt betrokken. In de mooiste scène van de film glijdt Bacall traag door een nachtclub, op zoek naar iemand om geld afhandig te maken. Precies op het moment dat een Franse officier een lucifer laat ontbranden, pakt ze hem bij de pols, brengt zijn hand naar haar gezicht en steekt zo de sigaret in haar mondhoek aan.

De scène bewijst ook hoe filmrook ook een feministische kant kon hebben; de actrices die zich in de jaren veertig en vijftig met een sigaret vertoonden, waren onafhankelijker en zelfbewuster dan de vrouwelijke filmsterren uit het tijdperk waarin alleen mannen rokend werden getoond.

Maar door de inspanningen van de antirooklobby is dat symbool van zelfstandigheid inmiddels een teken van verderf geworden, dat bovendien van alle fijnzinnigheid is ontdaan. Sharon Stone liet tijdens de beroemde ondervragingsscène in Basic Instinct (1992) aan enkele politiemannen zien dat ze geen slipje droeg, maar eerder werd haar perverse persoonlijkheid al gesuggereerd doordat ze in een no smoking-ruimte een sigaret opstak; de sigaret is een soort steno geworden waarmee in een enkel beeld een slecht karakter kan worden opgeroepen.

Alleen RAV’s (‘Russians, Arabs and villains’) roken, wordt Naylor in Thank You for Smoking door een filmproducent uitgelegd wanneer hij in Hollywood aankomt. Dat is geen overdrijving. Zoals het opvallend is dat de satire van Reitman de werkelijkheid zelden hoeft uit te vergroten.

De strijd tussen Big Tobacco en de antirookbeweging is vaak al absurd genoeg. Waar de tabaksproducenten met grote bedragen probeerden filmproducenten in te palmen, slaagden de pressiegroepen met hun pogingen voortdurend negatieve publiciteit te creëren. Onder druk trokken filmstudio’s oude cartoons waarin iemand een sjekkie rolde uit hun catalogus terug. De antirooklobby stelde voor alle films waarin wordt gerookt te verbieden voor een publiek van jonger dan 18 jaar. Zelfs een productie als The Royal Tenenbaums (2001) werd door onderzoekers als een ‘extreme rookfilm’ bevonden – al zijn de enige personages die daarin sigaretten gebruiken de zich diep schamende, heimelijke roker Gwyneth Paltrow en haar principeloze vader Gene Hackman. Elk vuurtje dat nog wordt gegeven in een Hollywoodfilm is nu in de eerste plaats een statement over het roken, en daarmee is de rol van de sigaret als filmisch middel vrijwel uitgespeeld.

Alleen buiten de mainstream van Hollywood kan er nog echt liefdevol worden gerookt. In films die een verleden willen oproepen, zoals de jaren vijftig van George Clooney’s Good Night and Good Luck uit 2005. In vertellingen over nutteloze personages, zoals de episodenfilm Coffee & Cigarettes uit 2003 van Jim Jarmusch.

Of in de Aziatische melodrama’s van Wong Kar-Wai. De elegante rook uit In the Mood for Love (2000), dat in de vroege jaren zestig speelt, zal misschien moeten worden beschouwd als de laatste glorieuze verschijning van een stijl die niet langer acceptabel is. De rook die tussen de gezichten van de geliefden hangt, verbindt hen met elkaar; hun melancholie is te zien in de lome rookslierten die zich op de muziek van Nat King Cole langzaam omhoog bewegen. Het zijn schitterende opnames, maar het blijven wel beelden die verbonden zijn met lang vervlogen tijden. Wanneer Tony Leung met een droevige blik over zijn asbak gebogen zit, verbeeldt hij niet alleen een tragische liefde, maar ook de nostalgie naar een filmstijl die niet meer bestaat.

De enige keer dat Nick Naylor een sigaret wil roken, na het zien van The Sands of Iwo Jima op televisie, blijkt zijn pakje leeg. Het ontbreken van sigaretten is in Thank You for Smoking vooral een commentaar van de film op zichzelf; de censuurpogingen die voortdurend ter sprake komen, kunnen zo in werking worden gezien. Tegelijk benadrukt die afwezigheid hoezeer de sigaret een hulpmiddel was, dat een acteur in staat stelde een personage een bedachtzame kant te geven. Het cynisme waarmee de tabakslobbyist Naylor zijn werk doet, zou genuanceerder overkomen als hij daarbij even de kans had gehad te roken. Voor de volksgezondheid is het verdwijnen van sigaretten uit film vermoedelijk een zegen, maar voor rook als stijlfiguur is nog geen vervanging gevonden.

****

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden