Reportage

Licht uit, professor Albert Polman aan

Geen aula, nauwelijks toga's, maar een theater met licht- en rookeffecten: hoogleraar natuurkunde Albert Polman pakt zijn oratie net even anders aan.

Martijn van Calmthout
Albert Polman Beeld Cigdem Yuksel
Albert PolmanBeeld Cigdem Yuksel

Stel, zegt natuurkundige Albert Polman als hij tijdens zijn repetitie voor de zoveelste keer uit de coulissen van het Frascati-theater in Amsterdam op het podium is verschenen, stel, je weet van niks en je komt van nergens. 'Van Mars bijvoorbeeld, en je neemt eens een kijkje op aarde. Je ziet de aardbewoners. Ze zijn met zo veel dat ze elkaar soms de hersens inslaan. Maar ze zijn ook een hoogontwikkelde, technologische soort. Verschrikkelijk knap. Alleen de manier waarop ze aan energie komen, is enorm ingewikkeld en geeft een hoop vervuiling. Dat schijnt ze niet te deren.'

Achter hem op het podium hangt een gigantische geel-rode zon waarop vlekken en vlammen oplichten en weer verdwijnen. Ziedaar, zegt Polman, de gigantische energiebron die de aardbewoners almaar over het hoofd lijken te zien. 'In een etmaal geeft onze ster genoeg licht om de hele mensheid een jaar lang van energie te voorzien. Mijn droom is dat voor elkaar te krijgen. Ik zal u laten zien hoe.'

Vanaf de tribune kijkt regisseur Jan van den Berg, gelouterd in mengvormen van wetenschap en theater, glimlachend toe. Het gaat goed komen, donderdag, als professor Albert Polman (Groningen, 1961) geen gewone voorstelling geeft hier in Frascati, maar er zijn oratie uitspreekt. In de vorm, dat wel, van een theatervoorstelling. Voor niets gaat de zon op, heet die, en er hangen zelfs posters van in de stad. Tot zover de stijve academische tradities.

Niet alleen de locatie van Polmans oratie is uitzonderlijk (normaal gesproken houden hoogleraren hun inaugurele rede in de aula van de universiteit waar ze aantreden), ook de vorm is bijzonder. Moderne oraties zijn als lezingen voor een breed publiek, waarin de hooggeleerde uitlegt hoe hij of zij tegen zijn vak aankijkt en wat hij als leraar en onderzoeker wil doen. Daarbij, hoe hedendaags, gebruikt menigeen een powerpointpresentatie.

Dramatische effecten

Polman, zegt hij, is zo'n praatje met een plaatje te mager. 'Ik ben in 2012 hoogleraar geworden aan de UvA, maar ik was daarvoor al hoogleraar in Utrecht en had daar een klassieke oratie gehouden. De UvA vindt dat je een oratie hoort te houden, en ik ook, al was het maar om studenten enthousiast te krijgen. Maar nog een keer zo'n verhaal leek me niks. Dan wil ik ook wat anders doen.'

Daar komt bij dat hij uit ervaring weet wat er gebeurt als je een fysicus met een powerpoint vol grafieken voor een algemeen publiek zet. 'Je ziet mensen afhaken. Als natuurkundige kun je je dat bijna niet voorstellen. Als je over het zonlicht praat, laat je natuurlijk een spectrale verdeling zien. De gemiddelde luisteraar is weg.'

En dus laat Polman, als hij over het witte zonlicht spreekt dat in feite uit alle kleuren van de regenboog bestaat, die kleuren oplichten uit de laboratoriumtafel vol lasers, spiegels en lenzen die op het podium staat. De rook die het effect dramatischer moet maken, ontbreekt bij de repetities. Ook dat komt goed, verzekert regisseur Van den Berg uit de verte.

Meer opmerkelijke oraties

Op 9 oktober 2014 hield taalkundige prof. dr. Beppie van den Bogaerde haar inaugurele rede aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) in gebarentaal haar moedertaal, de taal waarnaar ze onderzoek doet en het vak waarin ze les geeft. Bij de oratie in de aula van de universiteit op het Singel vertaalden drie doventolken haar handgebaarde voordracht voor het publiek naar gesproken Nederlands. Taalkundige Federico Gobbe hield op 13 maart van dit jaar een oratie aan de UvA in het Esperanto, ooit een goedbedoelde poging tot een verbroederende wereldtaal. Oreren in het Esperanto was een primeur. De lezing was in feite drietalig. Gobbe sprak afwisselend Esperanto, Engels en Nederlands, waarbij dezelfde tekst steeds in de twee andere talen op grote schermen verscheen.

null Beeld Cigdem Yuksel
Beeld Cigdem Yuksel

Koude Oorlog

Het verhaal dat Polman wil vertellen gaat over echte natuurkunde, maar dan met nul powerpointslides. Zestig jaar geleden verzonnen ingenieurs van AT&T Bell Laboratories in Amerika een list om stroom te krijgen die de eindeloze telefoonlijnen ook in de kale prairie nodig hebben om signalen door te geven. Daartoe bedachten ze de zonnecel, een plak van twee soorten silicium, de grondstof van zand. Als zonlicht valt op de grens tussen beide, ontstaat een elektrische spanning waarmee stroom te maken valt. Wat later, tijdens de Koude Oorlog, rustten de Amerikanen hun eerste kunstmanen met zonnecellen uit om de batterijen op peil te houden.

En in feite, wijst Polman naar een zonnepaneel, is die technologie steeds dezelfde gebleven. Terwijl hij zoveel effectiever zou kunnen zijn. Het probleem is vooral dat silicium slechts een klein deel van het zonlicht invangt, het rode deel. Om de andere kleuren, van oranje en groen tot blauw, ook te benutten, zijn andere materialen nodig.

Indrukken

Als een goochelaar klikt Polman plastic dozen met chemische symbolen aan elkaar, tot ze in de gewenste kleuren oplichten. Tegelijk heeft hij een verhaal gehouden over folies met ribbeltjes en bobbeltjes op nanoschaal, die invallend licht bijna haaks een zonnecel insturen. Daardoor kunnen ze dunner en veel goedkoper. 'Uiteindelijk worden zonnecellen gewoon folies die je overal op plakt, van je auto tot je laptop.'

In drie kwartier glijdt tamelijk ingewikkelde wetenschap als een soepele voorstelling aan de toeschouwer voorbij. Soms is niet helemaal helder of Polman een ietwat houterige professor speelt of daadwerkelijk is. Wat doet het ertoe. Het verhaal, verzekert hij, is inhoudelijk niet anders dan wanneer hij donderdag wél in de aula van de universiteit had gestaan. 'Inclusief veel beelden. Als je lesgeeft, moet je je altijd afvragen wat mensen zich over een week zullen herinneren. Grafieken en formules kunnen ze zelf wel opzoeken, als ze willen. De indrukken, die moeten beklijven.'

null Beeld Cigdem Yuksel
Beeld Cigdem Yuksel

Hij gebaart naar regisseur Van den Berg. Jan, er moet nog een kapstok komen. Voor zijn toga. Zoals het hoort zal hij in een lange stoet hoogleraren de zaal betreden, in vol ornaat. Vanuit de kleedkamer die voor de gelegenheid togakamer zal zijn. Daarna gaat die donkere jas uit, de baret af. Dan vertelt Albert Polman over zijn droom van zonne-energie voor iedereen. Aan iedereen die het horen wil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden