Leven en laten sterven: 'huisdierprincipes' botsen met natuurbeheer

Eerst de Oostvaardersplassen, toen de zeehonden: moet je hongerende dieren redden? Het schuurt in het natuurbeheer, waar sommigen een ‘trumpiaanse’ opstand zien.

Beeld Getty Images

De beschermengel van de zeehond is nog steeds strijdbaar. Lenie ’t Hart voert het verzet aan tegen de wetenschappelijke commissie die adviseerde ondervoede en verzwakte dieren aan hun lot over te laten of dood te schieten. Volgens de commissie gaat het zo goed met de zeehond in Nederlandse wateren dat de opvang van zeehonden moet worden beperkt. Een boodschap waar ’t Hart van gruwt. Als het aan haar ligt gaan vrijwilligers gewoon door met het opvangen van zieke dieren, ook als het advies door de overheid wordt overgenomen.

De oud-directeur van de zeehondencrèche in Pieterburen raakte een gevoelige snaar. De stichting Dierenlot, die zegt op te komen voor mishandelde, verwaarloosde en afgedankte dieren, ontving binnen een week ruim 7.500 handtekeningen voor een petitie waarin minister Carola Schouten (landbouw, natuur) wordt opgeroepen het advies over de zeehonden naast zich neer te leggen. De zeehond mag niet ‘vogelvrij’ worden verklaard.

Beeld Hollandse Hoogte

De verontwaardiging over het zeehonden­advies komt kort na de ophef over de paarden, runderen en edelherten die deze winter het leven lieten en dreigden te laten in de Oostvaardersplassen, het meest omstreden natuurgebied van Nederland. Boze burgers gooiden hooibalen over de hekken van het natuurterrein om hongerende dieren te voeren. Onder druk van protesten en dreigementen aan het adres van boswachters besloot de provincie ­Flevoland in strijd met haar beleid de kuddes in het reservaat extra eten te geven.

Het wringt en schuurt in de wereld van het natuurbeheer. Wat de een beoordeelt als het versterken van een populatie is voor de ander het harteloos laten creperen van dieren. Wat de een prijst als een uniek natuurgebied is voor de ander een ‘concentratiekamp’. Ook wetenschappers zijn verdeeld. Hoe zijn de breuklijnen ontstaan? Hoe komt het dat de emoties zo hoog oplopen?

Hugh Jansman, onderzoeker aan de Wageningen Universiteit, denkt dat de wrijvingen vooral voortkomen uit misplaatste opvattingen over dierenwelzijn. ‘Het grote publiek kijkt naar het welzijn van dieren in de natuur als naar het welzijn van huisdieren, hobbydieren en veestapels. Als je dat doet, is de natuur heel snel confronterend. Dierenwelzijn is een menselijk begrip dat de natuur niet kent. Ecologen kijken niet naar individuele dieren maar naar populaties.’

Een debat over dierenwelzijn moet zich dan ook beperken tot dieren die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van de mens, vindt Jansman. Dat zijn de grote grazers in de Oostvaardersplassen en de zeehonden in de Waddenzee niet. Die populaties zijn groot en vitaal genoeg om zonder menselijke bemoeienis te overleven.

Ook Han Olff, hoogleraar ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de raad van toezicht van het Wereldnatuurfonds, constateert dat ‘huisdierprincipes’ worden toegepast op in het wild levende dieren. ‘Ik erger me eraan dat dierenwelzijn wordt teruggebracht tot de vraag of dieren twaalf maanden per jaar te eten hebben. Dat heeft niets met natuur te maken. In de natuur heeft geen enkel dier een heel jaar voldoende te eten. Moeten we straks ook onze dassen, otters, lepelaars, bruinvissen, zeehonden en rotganzen gaan bijvoeren?’

We hebben geen reëel beeld van de natuur, aldus Jansman. ‘Op tv zien we hoe leeuwen op de Afrikaanse savanne een hert verorberen. De werkelijkheid is dat het aantal dieren dat daar door een roofdier wordt gedood een fractie is van het aantal dieren dat doodgaat van de honger. Die zien we niet.’

Olff herkent in het protest tegen het gevestigde natuurbeheer een soort trumpiaans populisme: ‘Trek je niets aan van de regels, van de wetenschappers, van de overheid. Als jij paarden wilt voeren en zeehondjes wilt opvangen, doe dat dan. Een aantal mensen dat vanuit persoonlijke emotie – bijvoorbeeld omdat ze van paarden houden – het protest aanzwengelt krijgt politiek de wind in de rug. Daarmee wordt beleid ondermijnd dat tot stand is gekomen na twintig jaar zorgvuldige afweging door internationale deskundigen en waarover diverse kabinetten en rechters zich hebben gebogen.’

Olff verdedigt het beheer in de Oostvaardersplassen en ontkent dat grazers er onnodig lijden. Dieren waarvan duidelijk is dat ze het niet halen worden afgeschoten. ‘Het is niet waar dat beesten creperen, zoals vaak wordt gezegd.’

Beeld HH

Het is opvallend dat ook boeren demonstreerden tegen de leefomstandigheden in de Oostvaardersplassen, zegt ecoloog Frans Vera, ‘architect’ van het natuurgebied. Hij wijst erop dat de agrarische sector net een aantal affaires achter de rug heeft: eieren besmet met het bestrijdingsmiddel fipronil, mestfraude, gesjoemel met de registratie van melkkoeien. ‘Kennelijk denken ze: we zullen nu die natuurbeschermers eens te grazen nemen. Ze willen maar niet geloven dat wij onze dieren goed verzorgen. Waarom kunnen ze niet accepteren dat een wild dier anders leeft dan een dier op stal?’

Frits van Beusekom, voormalig directeur van Staatsbosbeheer, neemt het op voor de protesterende agrariërs. ‘Het komt de boeren, die voortdurend in het beklaagdenbankje zitten, goed uit dat ze nu iets kunnen laten zien wat het publiek aanspreekt. Ik vind niet dat je hun acties daarom kunt veroordelen. De boeren grijpen de kans, ik kan ze geen ongelijk geven.’

Frank Berendse is hoogleraar natuurbeheer aan de Wageningen Universiteit en was, net als Han Olff, voorstander van de aanwezigheid van grote grazers in de Oostvaardersplassen. Daar is hij anders over gaan denken. Nu vindt hij dat de kuddes weg moeten.

Berendse maakt zich zorgen over aantasting van het draagvlak voor natuurbescherming en erkent dat de maatschappelijke consternatie over dierenleed een rol speelt bij zijn ommezwaai. Maar het is vooral voortschrijdend inzicht dat hem van gedachten deed veranderen. Het was een interessant experiment, maar het lijkt hem niet verstandig er in deze vorm mee door te gaan.

‘Het droge deel waar de grote grazers lopen was rijk aan struweel en vogelsoorten’, zegt Berendse. ‘Nu is het een kaalgevreten vlakte. Door de zware begrazing zijn zo’n veertig zeldzame broedvogelsoorten uit het gebied verdwenen. Er zitten in de winter wel vogels, maar vooral soorten die algemeen zijn en ook elders voorkomen. De paarden en de runderen lijken een doel op zichzelf geworden, terwijl natuurgebieden er toch allereerst zijn om wilde planten en dieren een plek te geven.’

Berendse stelt voor de hele Oostvaardersplassen om te toveren tot een groot moeras. Volgens Olff biedt dat geen oplossing omdat het gebied dan zal dichtgroeien tot moerasbos en moerasvogels zullen verdwijnen. Onzin, meent Berendse. ‘De grauwe ganzen hielden het moeras al open toen de grote grazers er nog niet waren.’

Als het aan Van Beusekom ligt gaan de grazers niet helemaal weg, maar wordt hun aantal beperkt. Ze blijven volgens hem wel nodig om het gebied open te houden. Van Beusekom keerde zich jaren geleden al publiekelijk tegen het beleid van Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen. Maatschappelijke druk speelde daarbij geen rol, zegt hij. ‘Het gaat mij erom dat het ecologisch een rampgebied is geworden. Ik zie geen reeën, geen mollen, geen muizen, vrijwel geen ongewone vogels, geen interessante planten, weinig insecten. Het is droefenis.’

Dat is tegen het zere been van Frans Vera. Die ziet nog steeds een uniek natuurgebied, waar het ‘barst van de vogels’: lepelaars, grote zilverreigers, kieviten en zelfs een broedende zeearend – de eerste in Nederland sinds de Middeleeuwen. Dat de stekelige struiken nog niet zijn opgekomen, zoals was gehoopt, is geen ramp. ‘Dit is een uiterst vruchtbaar gebied, met een ongekende draagkracht. We weten nu dat wild levende grote hoefdieren graslanden kunnen ontwikkelen en in stand houden. Dat werd in de wetenschap altijd ontkend.’

Waar Olff geen geheim maakt van zijn afkeer van de ‘trumpiaanse opstand’ tegen de Oostvaarderplassen, hebben Berendse en Van Beusekom begrip voor de emoties die het natuurgebied losmaken. ‘Mensen worden geprovoceerd met het sterfhuis dat daar is gecreëerd’, zegt Van Beusekom. ‘Elke winter weer dat sterven. Het gaat maar door. Je moet respecteren dat mensen vanuit een authentiek gevoel van dierenliefde gaan bijvoeren – ook al lost dat niets op.’ Berendse: ‘De emoties zijn een maatschappelijke realiteit. Daar moet je rekening mee houden.’

Alle deskundigen zijn het erover eens dat maatschappelijk draagvlak onontbeerlijk is voor effectief natuurbeheer in Nederland. Maar hoe krijg je dat als het beleid zulke tegenstrijdige reacties oproept?

Het is de taak van een wetenschapper om het publiek uit te leggen welke wetten gelden in de natuur, zegt Han Olff. ‘Als een populatie groeit en op draagkracht is gekomen, dan betekent het dat er net zoveel dieren geboren worden als sterven. Dat laatste gebeurt vaak in de winter, als er weinig voedsel is. Het is belangrijk dat je als wetenschapper de principes toelicht die gelden in je vakgebied.’

Beeld Hollandse Hoogte

Van Beusekom gaat ervan uit dat alleen bijstelling van het beheer van de Oostvaardersplassen kan leiden tot meer publieke steun. ‘Het is nodig dat meer ecologen als Berendse hun stem verheffen.’

Een belangrijke functie van natuurbescherming is, naast natuurbehoud, dat zij natuurlijke processen laat voltrekken met zo min mogelijk beheer, zegt Hugh Jansman. ‘Daarmee houdt de natuur ons een spiegel voor. Ze wijst op de betrekkelijkheid van het leven. Perioden van schaarste en sterven horen erbij. Het is van belang voor stabiele ecosystemen en vitale populaties. Het is belangrijk dat het Nederlandse publiek dat ziet.’

Aan Lenie ’t Hart zijn dergelijke overwegingen niet besteed. Ze heeft geen goed woord over voor de ecologen ‘uit Wageningen’ die zich niets gelegen laten liggen aan het individuele dier en alleen oog hebben voor ‘de abstracte populatie’. ‘Ik heb elke opgevangen zeehond altijd een naam gegeven.’ De Wageningen Universiteit en Staatsbosbeheer vormen wat haar betreft ‘een staat binnen de staat’, die getuigt van minachting voor degenen die zich niet alleen met hun verstand maar ook met hun hart inzetten voor de dieren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden