Leuren met eierwarmertjes

SCHRIJVEN is een vak. Alleen uitgevers leggen een onbegrijpelijke voorkeur aan de dag voor schrijvers die eigenlijk geen schrijver zijn....

Wat een misvatting dat is, blijkt uit de eerste roman van Gabi van Driem, Het laatste woord. Van Driem is een feministische advocate, die loffelijk werk heeft verzet op het gebied van vrouwenzaken. Ze was de eerste om een straatverbod te eisen in gevallen van seksueel misbruik.

Vanwege haar bekendheid is Van Driem bij het verschijnen van de roman uitgebreid geïnterviewd. In De Groene Amsterdammer legde ze uit waarom ze het schrijven van pleidooien tijdelijk heeft ingeruild voor de literatuur. Als advocaat moet je rationeel bezig zijn, vertelt ze, maar 'met het schrijven van een boek boor je heel andere bronnen in jezelf aan. Veel meer naar het irrationele toe, zeg maar.'

Dat neemt niet weg dat zij in haar roman de rationele werkelijkheid dicht op de huid zit. Het is een autobiografische zoektocht naar haar 'wortels', om met de hoofdpersoon Sacha te spreken. Ook Sacha is een idealistische advocate die alleen vrouwenzaken behandelt, straatverboden bijvoorbeeld. 'Sacha doet graag zaken voor cliënten die geen geld hebben om het honorarium te betalen. Stel je voor dat die mensen geen eigen advocaat mochten kiezen!' Ze heeft het zo druk met haar praktijk en haar gezin dat ze verlangt naar 'meer speelruimte voor zichzelf'. Haar grootmoeder is net overleden en dat heeft bij Sacha allerlei vragen over het verleden opgeroepen.

Ze begint in stoffige dossiers te snuffelen om meer te weten te komen over haar Duitse grootouders, die in de jaren dertig naar Nederland vluchtten. Ze gaat langs bij de oude bridgevriendinnen van haar oma, die in ruil voor een slagroompunt wel bereid zijn in hun geheugen te graven en haar te vertellen wat er in de jaren vlak na de oorlog allemaal gebeurd is.

Zo ontstaat geleidelijk een beeld van de oma, een uitgedijde en uitgezongen operazangeres, haar overspelige echtgenoot en hun verwende dochtertje, Sacha's moeder. Na de oorlog verlaat Sacha's grootvader zijn vrouw en begint hij een nieuw leven in Frankfurt. Hij hertrouwt, weigert zijn ex-vrouw alimentatie te betalen en pikt bovendien een grote erfenis in waar zij recht op had. Sacha ontdekt dat haar oma weliswaar rechtszaken tegen haar opa voerde, maar dat zij die verloor door de onverschilligheid van haar advocaat. Daardoor was haar oma gedwongen de rest van haar leven te leuren met zelfgemaakte eierwarmertjes om rond te kunnen komen.

Het moge duidelijk zijn; de vrouw is hier het slachtoffer van het egoïsme van de man. Maar Van Driem doet haar best dit eenzijdige beeld te nuanceren. Bij opa zowel als bij de lakse advocaat van de oma zijn er redenen voor hun falen. Daar komt bij dat vrouwen hun onderdrukte positie grotendeels te wijten hebben aan hun passieve en lijdzame houding. Ze stellen zich te weinig weerbaar op en zwelgen in hun zieligheid. Vriendinnen stimuleren elkaar niet om zich te verzetten tegen hun echtgenoten. In de bridgeclub van Sacha's oma ging het er precies zo aan toe als in haar eigen moderne gymclubje. De vrouwen verzwijgen het huiselijk leed voor elkaar en smoren hun verdriet met gebakjes: 'Zes keer per jaar houden ze taartenavond. Bij een van hen wordt een festijn van zoete baksels aangericht en iedereen brengt een product uit eigen oven mee.' Achter de gezelligheid schuilt echter een berg ellende. Haast elke vrouw in het gymclubje blijkt huwelijksproblemen te hebben, en ook Sacha ontdekt dat zij wordt bedrogen door haar zorgzame man Jack.

Van Driem kan nog zo subtiel willen zijn, in haar roman schetst ze een beeld van mannen als egoïstische en seksbeluste wezens. Doordat ze vooral de grootvader vastnagelt als een dergelijk stereotype, wordt weinig duidelijk over wat zich werkelijk heeft afgespeeld. Het lijkt erop dat opa zijn vrouw alleen verliet omdat ze te dik werd naar zijn zin. Zijn tweede vrouw beziet hij dan ook met genoegen: 'Ze droeg een mosgroene jurk, die hem nooit eerder was opgevallen. Deze liet haar vormen voortreffelijk uitkomen.' Zo worden we niet veel wijzer over de beweegredenen van die ploertige mannen.

Maar ook de vrouwen krijgen weinig reliëf, al worden zij af en toe geduid met wat psychologie van de koude grond. Zo komt het eeuwige schuldgevoel van Sacha's oma bijvoorbeeld voort uit het feit dat haar eerste verloofde zelfmoord pleegde, en is Sacha zelf getekend door het feit dat een schoolvriendin haar ooit liet vallen. 'Het zal wel door die ervaringen komen dat ze zich altijd een buitenstaander bleef voelen in vriendinnengroepen.'

Meer dan op de typering van haar personages heeft Van Driem zich geconcentreerd op het beschrijven van de beslommeringen van vrouwen in het dagelijks leven. Uitgebreid gaat ze in op de oude koelkast van haar oma of de wollen onderbroeken die zij zelf moest dragen. In Sacha's eigen tijd is sprake van onbeduidende ziektetjes, sinaasappelschillen, biobakken, Sesamstraat, 'zwabberbillen' en andere dingen die moeders rond de veertig blijkbaar bezighouden. Ook de leventjes van de bejaarde vriendinnen van de oma worden beschreven, zodat Van Driem terloops ook nog even maatschappelijke kwesties als ouderenzorg en euthanasie kan aanroeren.

De wereldverbeteraarster in Van Driem is sterker dan de romanschrijfster. Ze heeft naar eigen zeggen geen feministisch boek willen schrijven, maar dat is Het laatste woord wel geworden. Het verhaal heeft, de pogingen tot nuancering ten spijt, het karakter van een beschuldiging. Dat gebrek aan subtiliteit vloeit mede voort uit Van Driems taalgebruik, dat van clichés aan elkaar hangt. Mensen 'spoeden' zich ergens heen, pennen glijden 'driftig' over het papier, Sacha 'nestelt' zich op een bank, een merrie 'hinnikt zacht' als ze wordt aangehaald en iemand die iets ontdekt, roept 'Bingo!'

De feministische zaak zou meer zijn gediend met nog wat spraakmakende processen dan met dit krakkemikkige boek. Literatuur is het in ieder geval niet geworden. Dan had Van Driem het anders aan moeten pakken. Veel meer naar het irrationele toe, zeg maar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden