Lelijk

Tegenover mij zit een knappe vrouw. Ze is lang, slank, goed verzorgd. Haar motoriek is soepel, gracieus. Omdat ze de kunst verstaat van het niet bewegen als er niets te doen valt, krijgen haar gebaren een achteloze ernst....

Jean-Pierre van de Ven

Iedere cliënt stelt zijn of haar therapeut voor een raadsel. Dat is nu niet anders. Sterker: de tegenspraak tussen inbeelding en realiteit is manifest aanwezig. Ik kijk naar een mooi mens in wie een demon huist. De lelijke geest schemert door haar fraaie uiterlijk heen, komt tot uiting in haar betraande ogen en haar gebogen schouders. Waar komt deze demon vandaan? Volgens mijn cliënte heeft niemand haar de lelijkheid aangepraat. Ook is er geen sprake van 'stemmen' die haar gebieden zo naar zichzelf te kijken. Er is alleen haar eigen rotsvaste overtuiging.

Om het leed te verzachten moet ik het eerst groter maken. Ik moet de demon uit zijn hol lokken en in het daglicht tentoonstellen. Alleen dan kunnen we hem afdoende bestrijden. Bij wijze van oefening ga ik naast mijn cliënte zitten en ik verwoord haar naarste gedachten. Zij moet proberen mij, de demon, het zwijgen op te leggen met alle middelen die ze in huis heeft.

'Je bent lelijk', zeg ik. 'Het wordt nooit wat met jou. Je deugt niet. Dat blijkt uit je uiterlijk. Lelijk ding!'

Zij sputtert zwakjes tegen. 'Ik deug wel, ik kan goed met mensen omgaan, ik ben een goede moeder.' Haar stem klinkt dun, ze gaat de strijd niet aan. Terwijl we bezig zijn keert zij zich steeds verder van me af. Ze kijkt mij geen ogenblik aan.

'Je draaide je helemaal om. Was je bang voor de demon?', vraag ik in de nabespreking.

'Nee', antwoordt zij beslist. 'Het kwam door jou, doordat je zo dicht bij me zat. Het is een truc. Zo voorkom ik dat mensen mijn lelijkheid zien... Als ik naar iets anders kijk, wordt hun blik ook die kant opgetrokken.'

'Goh', zeg ik dommig. 'Bij mij werkte dat heel anders. Hoe meer jij je terugtrok, hoe meer ik mijn best ging doen om je te bereiken. Jouw afweren maakte mij eerder brutaler dan voorzichtiger.'

Ligt hier de sleutel tot het raadsel? Is het idee van haar afstotende lelijkheid datgene waardoor zij mensen aan zich bindt? En waarom doet ze dat zo? We zijn er nog niet uit. Bij wijze van huiswerk vraag ik haar om zichzelf te bestuderen. Hoe vaak past zij haar truc toe? Werkt de truc inderdaad zoals zij denkt?

Ze knikt, ze begrijpt het. Ons gesprek heeft een zweem van twijfel in haar droevige ogen gebracht. En dat is goed. Die twijfel is het begin van iets nieuws.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden