Lekker Fris! toont onze vieze gewoontes

In de afgelopen eeuw is Nederland welvarender en schoner geworden. Maar vies zijn we nog steeds, volgens conservator Mayke Groffen, die een boek schreef over honderd jaar gezondheid, schoonheid en fatsoen.

‘Ik verbaas me over hoeveel er op straat gespuugd wordt’, zegt Mayke Groffen (40), conservator van museum Het Schielandshuis in Rotterdam en samensteller van Lekker fris! ‘Gewoon, langs de tramhaltes. Reeksen klodders.’ Ze trekt een vies gezicht. ‘Zulke mensen zouden zo’n blauwe sputumflacon op zak moeten hebben waarin tuberculoselijders vroeger hun slijm deponeerden.

‘Wat ik ook echt vies vind: je neus snuiten in een stoffen zakdoek. Of een papieren zakdoekje gebruiken, en dat niet weggooien. Dat zie je mensen ook heel vaak doen.’

Spuug, snot en smeer, oksel, kruis en aars – ze komen allemaal aan bod op de tentoonstelling Lekker fris! Honderd jaar gezondheid, schoonheid en fatsoen. De tentoonstelling is zondag 8 februari geopend in Museum Het Schielandshuis in Rotterdam, samen met de presentatie van het gelijknamige boek en loopt tot 25 oktober dit jaar. Conservator Mayke Groffen, schreef eerder de succesvolle uitgave 'Het geluk van de huisvrouw' en organiseerde de corresponderende tentoonstelling.

]]>

Andere hardnekkige, smerige gewoonten: neuspeuteren (en de opbrengst opeten: 8 procent van de Nederlanders) en niet je handen wassen na het plassen. Groffen: ‘Mensen zijn viezer van de kraan en de zeepdispenser dan van hun eigen handen. Zeggen ze. Maar vies is het natuurlijk wel.’ Zeker als na het poepen een rondje handenschudden volgt.

Groffen behandelt in de tentoonstelling en het bijbehorende, mooi geïllustreerde boek het menselijk lichaam van kruin tot voeten. Wat vonden we de afgelopen honderd jaar schoon, wat vonden we mooi, wat vonden we fatsoenlijk? En hoe verzorgden we ons?

Welvaart
Wat onmiddellijk opvalt, is dat gezondheid en welvaart onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Zo worden met de aanleg van een rioolstelsel en de beschikbaarheid van schoon drinkwater cholera en tbc bedwongen en dalen de sterftecijfers spectaculair.

Woninginspectrices en wijkverpleegsters leren mensen schoner en gezonder te leven. De ramen open, de kleren (gedeeltelijk) uit: de zegeningen van frisse lucht en zonlicht worden eind 19de eeuw met behulp van affiches, handboeken en leefregels enthousiast uitgedragen.

Drammerig
‘Ze waren behoorlijk drammerig’, zegt Groffen. ‘De bedstee werd vervangen door een eigen bed voor iedereen; uit hygiënische overwegingen, maar ook om een einde te maken aan zedeloos gedrag. Arme sloebers waren in hun optiek vieze smeerpoetsen die opgevoed moesten worden.

‘Je moet je voorstellen dat de meeste mensen in kleine, bedompte ruimten leefden en niks openzetten, en dat hun lichaam helemaal bedekt was met verschillende lagen kleding. Er was geen stukje bloot te zien. Niemand liep met opgestroopte mouwen of blote benen.’

Frisse lucht was nodig om de ongezonde invloed van de overvolle, smerige steden te compenseren. Groffen: ‘Wandelen op de hei werd sterk aangeraden. Je lichaam kwam in beweging en je geest tot rust.’

Wassen voor 1 cent
Ondanks alle adviezen en voorschriften blijft inkomen een belangrijke voorspeller van gezondheid en hygiëne. Zo had de helft van alle woningen in Nederland begin vorige eeuw maar een of twee kamers voor vijf gezinsleden.

Schaamte voorkwam dat mensen zich goed wasten; volkszwembaden moesten ervoor zorgen dat ook de armen geregeld een bad namen. Voor 1 cent konden arme Rotterdammers zich onderdompelen in een zwembad gevuld met Maaswater, gesitueerd vlak bij de plek waar een riolering loosde op de rivier.

Bundeltjes varkenshaar
In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw was de ‘familiebadkuip’ in zwang: alle gezinsleden doken achter elkaar in dezelfde teil, die soms werd bijgevuld met een beetje warm water. Nog tot begin jaren zestig wasten de meeste mensen zich, bij gebrek aan douchecel of badkamer, in de keuken.

Een ander voorbeeld is de ‘familietandenborstel’. Die verdween in de jaren dertig, maar nog in 1955 had eenderde van de armste mensen geen tandenborstel in huis. En dat terwijl de originele borstel, gemaakt uit gebleekte pijpbeenderen en bundeltjes varkenshaar, dan al vervangen was door een goedkopere kunststoffen variant.

Tegenwoordig is Nederland het land waar het vaakst een elektrische tandenborstel wordt gebruikt: in 61 procent van de huishoudens staat er een in de badkamer. Tandartsen klagen over te snel slijtend glazuur en blootliggende wortels; mensen poetsen hun gebit soms gewoon stuk.

Nylon onderbroek
‘Daaraan zie je dat kennis belangrijker is geworden dan geld’, zegt Groffen. ‘Neem bijvoorbeeld ook zoiets simpels als een onderbroek. In de 19de eeuw was ondergoed een luxe en verschoonden arme mensen zich hooguit één keer per week. Nu kost een onderbroek nauwelijks geld, maar moet je wel weten dat een katoenen exemplaar veel beter is dan een van nylon, die niet ademt.’

Azijn drinken
Schoonheid en gezondheid kunnen elkaar ook in de weg zitten. Een uitstapje naar de 16de en 17de eeuw leert dat rijke vrouwen hun haar inwreven met urine om het te laten bleken en hun gezicht wit maakten met blanketsel, een giftig mengsel dat ondermeer schapengal en loodwit bevatte. In de 19de eeuw was een ‘kwijnende uitstraling’ in de mode. Die werd verkregen door azijn te drinken, weinig te slapen, te vasten en de pupillen te verwijden met atropinedruppels.

Mooi? Het is een kwestie van smaak. Ongezond was het in elk geval wel. Maar doen we het nu beter? ‘Tegenwoordig is het normaal om schaam- en beenhaar te scheren en je tanden te bleken,’ zegt Groffen. ‘Maar dat is ook niet gezond.’

Julia Roberts okselhaar
Ze nam zelf de proef op de som en ging haar benen ontharen. ‘Ik heb het allemaal uitgeprobeerd: scheren, epileren, harsen. En ik vind het nog belachelijker dan ik al dacht. Beenhaar weghalen is slecht voor je huid: je krijgt ontstekinkjes en ingegroeide haartjes. Het is onhygiënisch, maar mensen vinden het mooi.’

En dan hebben we nog het okselhaar. Scheren of niet scheren? Filmster Julia Roberts veroorzaakte een rel toen ze in 1999 met ongeschoren oksels verscheen op de première van Notting Hill. Alleen maar zichtbaar omdat ze een jurk droeg zonder mouwen; iets wat de Nederlandse bisschoppen in 1926 nog verboden. Maar niet onthaarde oksels zouden stinken – en stinken wilde niemand meer, in de 20ste eeuw.

Weliswaar konden tegen overmatig zweten sousbras of okselstukjes worden gedragen, halvemaanvormige stukjes gummidoek die zweet en stank tegenhouden, maar dat hielp maar totdat de jurk werd uitgetrokken. Scheren werd dus het devies – in elk geval voor dames. Intussen begon de deodorant aan een onstuitbare opmars.

Zeep en inlegkruisjes
Zeep, shampoo, deodorant en, voor mannen, de ‘bodyspray’: ze moeten allemaal voorkomen dat anderen onze lichaamsgeur ruiken. ‘Waardoor mensen nu vaak geur op geur stapelen, en naar van alles ruiken. Ik denk dat volgende generaties met verbazing zullen kijken naar ons overvloedige gebruik van geurende verzorgingsproducten’, zegt Groffen.

Ze vindt dat we wel vaker overdrijven in onze ijver schoon te zijn en lekker te ruiken. Elke dag douchen? Groffen: ‘Dat is slecht voor je huid, die droogt ervan uit. Inlegkruisjes dragen – óók ongezond, dat gaat maar zweten en broeien.’

Museum Het Schielandshuis heeft een grote collectie dagelijkse gebruiksvoorwerpen. Groffen: ‘Vaak komen mensen hier met materiaal uit een oude boedel, en dan kijken we of er wat bij zit. We hebben inmiddels heel erg veel.’

Toch waren sommige voorwerpen nauwelijks te vinden. Groffen: ‘Het haarzakje bijvoorbeeld, dat begin vorige eeuw werd gebruikt. Dat hing naast de toilettafel en werd gebruikt om haren in te verzamelen.’

Andere voorwerpen bestaan niet meer, ook al zouden ze hun nut nog steeds kunnen bewijzen. De snorrenpot bijvoorbeeld: een porseleinen kopje met een extra rand over de drinkopening heen, die voorkwam dat de snor nat werd bij het drinken en uit model raakte.

Stevige tochtlatten
Zoals het haar het sieraad was van de vrouw, zo pronkten modieuze mannen honderd jaar geleden met hun imposante snorren. Liefst met mooie, gekrulde punten en stevige tochtlatten aan weerszijden, zoals model ‘Rosenthal’ uit 1910.

Met behulp van het ‘knevelbranden’ kreeg de snor links en rechts zijn fraaie krul: eerst brillantine erin, daarna een warm friseerijzer eromheen om de krul te maken. ’s Nachts werd een ‘knevelbinder’ gebruikt, een lapje gaas in de vorm van de snor, met schapenleer aan de uiteinden en een elastiek eraan, dat achter het hoofd werd vastgemaakt. Zo hield de snor zijn gekrulde vorm.

De moderne man is eerder een verwoed scheerder dan één die haargroei koestert. Op het hoofd, ja, maar verder op het lichaam liever niet. Mannencosmetica is een groeimarkt, maar mannen worden nog altijd minder op hun uiterlijk beoordeeld dan vrouwen. Wat dat betreft lijkt er niet veel veranderd vergeleken met de jaren vijftig, toen het tandpastamerk Colgate het liefdesleven van een meisje met slechte adem redde: ‘Ja – Colgate bracht het voor elkaar: Nu zijn de jongens weg van haar!’

Conservator Mayke Groffen richt in museum Het Schielandshuis de expositie Lekker Fris! in. (Martijn Beekman / de Volkskrant)Beeld Martijn Beekman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden