Leidt een laag LDL-cholesterolgehalte wel tot een langer en gezonder leven?

Joost Zaat vindt 1 procent minder hartinfarcten geen winst, cardiologen wel

Foto de Volkskrant

Op weg naar een discussie tussen huisartsen en cardiologen over betere samenwerking in een zaaltje in het plaatselijke ziekenhuis, zie ik het bordje ‘het rookterras’. Een beetje ziekenhuis is inmiddels rookvrij, maar hier kun je nog vrijelijk paffen. Zo blijven de cardiologen de strijd tegen de schade van tabak wel verliezen, mopper ik binnensmonds.

We zijn maar met vier huisartsen en er zit een hele ploeg cardiologen tegenover me. Ik heb al weken een e-mailwisseling met een van hen over het nut van het almaar verder verlagen van het LDL-cholesterol, het zogenaamde slechte cholesterol. De cardiologen schrijven steeds vaker ezetimibe voor, een middel dat de opname van cholesterol in de darm remt, naast de gebruikelijke statines, die de aanmaak van cholesterol remmen. Er is een nieuw en peperduur middel dat het cholesterol goed doet dalen, maar de sterfte nauwelijks. Dat wordt alleen vergoed als cardiologen eerst met ezetimibe hebben geprobeerd. Dus gaan de ezetimiberecepten nu als warme broodjes over de toonbank.

‘Jullie trappen in de illusie van lager is beter’, mailde ik. Dat een richtlijn van de cardiologen een LDL-cholesterol lager dan 1,8 adviseert, wil nog niet zeggen dat mijn patiënten ook onder dat regime vallen. De huisartsenrichtlijn is al tevreden met een waarde onder de 2,6. En zelfs dat is van twijfelachtig nut. Nu moet ik dat gaan uitleggen.

Leidt een laag LDL-cholesterolgehalte wel tot een langer en gezonder leven? Israëlische onderzoekers keken naar 31 duizend mensen met een hartziekte die braaf pillen voor hun cholesterol slikten. Ze deelden die in drie groepjes in: eentje bij wie het was gelukt dat LDL onder 1,8 te krijgen, eentje met een waarde tussen 1,8 en 2,6 en een groep daarboven. Tussen de laagste en de middelste groep was er geen verschil. De groep met het hoogste cholesterol had 11 procent meer kans op een infarct dan de middelste groep.

Dat heet relatief risicoverschil en zo’n cijfer is altijd misleidend. Je moet naar absolute risicoverschillen kijken. Dan blijkt het verschil tussen drie groepen klein. Na anderhalf jaar hadden in de laagste groep 7,8 op de 100 mensen een nieuw infarct of andere hartvaatziekte gehad, in de middelste groep waren dat er 7,1 en zelfs in de groep met het hoogste LDL-cholesterol waren het er nog maar 8,1. Je moet dus 100 mensen anderhalf jaar behandelen om er eentje te redden. Lager dan die 2,6 hoeft al helemaal niet. Ook een onderzoek waarbij ezetimibe werd vergeleken met een placebo levert geen bewijs op dat ‘heel laag’ helpt: in beide groepen gingen evenveel mensen dood.

We werden het niet eens: ik vind 1 procent minder hartinfarcten geen winst, de cardiologen wel, want zij blijven zich blindstaren op dat relatieve risicoverschil. Ik snap dat cardiologen graag willen dat mensen niet aan ‘hun hartziekten’ doodgaan, maar ze kunnen hun energie echt beter gebruiken om het stoppen met roken aan de man te brengen. Dan zijn er ook minder andere nare ziekten die zij niet maar ik wel zie.

Ze beloofden toch eens naar dat rookterras kijken. Heb ik toch iets bereikt.

Reageren? j.zaat@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.