Leids ziekenhuis gaat dna-informatie van patiënt delen, dit kan de werking van medicijnen verbeteren

Hoe patiënten geneesmiddelen afbreken hangt mede af van genetische aanleg. Kennis van die dna-variaties kan voorkomen dat mensen problemen krijgen door een mismatch. Daarom wordt die informatie gedeeld.

LUMC. Beeld anp

Het LUMC in Leiden gaat als eerste ziekenhuis informatie uit het dna-profiel van patiënten in het elektronische voorschrijfsysteem zetten, om de werking van medicijnen te verbeteren. Geneesmiddelen worden in de lever afgebroken door enzymen en de snelheid waarmee dat gebeurt, hangt af van dna-variaties. De ene patiënt heeft van een bepaald middel meer nodig dan de ander, of kan gebaat zijn bij een heel ander medicijn.

Tot nu toe vindt dna-onderzoek bij patiënten pas plaats als zij ernstige bijwerkingen van een medicijn ondervinden. Vorig jaar gebeurde dat bij enkele duizenden patiënten. Het LUMC gaat nu voor het eerst aan preventie doen, vertelt klinisch geneticus Marjolein Kriek. Patiënten bij wie het dna om een medische reden wordt geanalyseerd, kunnen toestemming geven die informatie in hun elektronisch patiëntendossier op te nemen. Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen met een aangeboren afwijking en hun ouders. 'Het is een extra service. We hebben die informatie toch, dus waarom zouden we die niet gebruiken?', aldus Kriek. Het LUMC heeft nu van ruim vierhonderd patiënten het dna-profiel opgeslagen. Zodra zij in de toekomst een medicijn krijgen voorgeschreven dat op basis van hun dna tot problemen kan leiden, krijgt de arts automatisch een waarschuwing.

Afbraaksnelheid

In het dna-profiel draait het om de genen die zijn betrokken bij de activiteit van enzymen in de lever. Tien daarvan zijn van groot belang bij afbraak of omzetting van bepaalde geneesmiddelen. Fabrikanten gaan bij de ontwikkeling van een medicijn uit van de gemiddelde afbraaksnelheid. Maar van alle Nederlanders heeft 95 procent een variant in de genen die leidt tot een andere omzetsnelheid, zegt de Leidse ziekenhuisapotheker Jesse Swen. Krijgen zij een geneesmiddel waarvan bij hen nu net het betrokken enzym afwijkt, dan kan een medicijn in te hoge of te lage concentratie in hun bloed terechtkomen. Gevolg: het middel werkt niet of minder snel, een middel geeft meer bijwerkingen of is zelfs gevaarlijk. Zo is wereldwijd een aantal jonge kinderen overleden na het gebruik van de pijnstiller codeïne die, als gevolg van een erfelijke aanleg, in hun lever te snel was omgezet. Als van alle Nederlanders die farmacogenetische informatie bekend zou zijn, zouden jaarlijks 200 duizend recepten moeten worden aangepast, zegt Swen.

Volgens Ron van Schaik, hoogleraar farmacogenetica in het ErasmusMC, overwegen andere ziekenhuizen het Leidse voorbeeld te volgen. Een groot Europees onderzoek, onder leiding van het LUMC, moet uitwijzen of het afstemmen van medicijnen op het dna van patiënten tot minder bijwerkingen leidt en kosteneffectief is.

Onderzoekers in tien landen testen achtduizend patiënten en passen bij de helft het recept aan op basis van de testuitslag. Zij vergelijken de uitkomsten met een groep bij wie het recept niet is aangepast. Nu is er vooral sporadisch bewijs, zegt Swen, over combinaties van genen en specifieke geneesmiddelen. Als straks blijkt dat genetisch onderzoek een meerwaarde heeft bij medicijngebruik, zegt hoogleraar Van Schaik, is dat een stevige grond om van patiënten vaker een dna-paspoort te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden