Leesplezier begint bij een echte leesjuf

Van ‘Wim zit op een hek’ naar Harry Potter is een fikse stap. Maar als de school zich voldoende inspant, bloeit de leeskunst van de kinderen razendsnel op....

Of ze lezen? Echt wel! Shervin (11) gaat er voor zitten. ‘Allereerst de kranten’, somt hij op. Sevendays een krant voor kinderen, maar ook wel eens De Telegraaf van zijn vader. ‘Tussendoor strips.’ En dan boeken, ’s avonds in bed: ‘Liefst spannende boeken, met veel drama. Als mijn ouders komen kijken, doe ik alsof ik slaap. Maar dan lees ik nog heel lang, bij een klein lampje.’

De favoriet van Kris (10) is Harry Potter. Nee, die boeken zijn helemaal niet moeilijk, want ‘moeilijke woorden snap je door het verhaal’. Ook leest Kris graag ‘boeken over de toekomst’ en ‘boeken met geweld’. ‘Verhalen waarin ze elkaar doodslaan?’, vraagt Desty (10) zorgelijk. ‘Ja!’, zegt Kris.

Zelf kiest Desty voor het slapen gaan geen enge boeken, want dan krijgt ze nachtmerries. ‘Een boek moet een beetje grappig zijn’, vindt ze. ‘Of avontuurlijk.’ Zeineb (10) leest om van te leren: ‘Dingen die je op school niet leert. Over het leven. Ik lees graag over de liefde. Ik wil tips over hoe ik het moet aanpakken.’ Ook Desty, Kris en Zeineb lezen Sevendays. Nee, ze hebben thuis geen abonnement. De school wel.

Echte lezers, deze kinderen uit groep 7 van de Basisschool De Avonturijn in de Amsterdamse Pijp. Maar zo’n bijzondere, uitstervende diersoort zijn zij nu ook weer niet. Veel basisschoolleerlingen houden van lezen; de fut gaat er meestal pas uit op de middelbare school. Het eerste kind dat voorlezen vervelend vindt, moet nog geboren worden. Maar ooit moet je wel ontdekken dat lezen leuk is, dat je door boeken te lezen veel meer levens leeft dan dat ene waarin je zelf toevallig rondloopt.

School is de aangewezen plek daarvoor. Shervin, Desty, Kris en Zeineb hebben het geluk om op een school te zitten waar veel wordt gedaan aan voorlezen en lezen. Of misschien moet je het omdraaien en zijn ze fanatieke lezers geworden omdat ze al zeven jaar worden gestimuleerd. Thuis staan geen boekenkasten vol kinderboeken. Maar op school wel. En dan is er nog de openbare bibliotheek. Zeineb gaat wel twee keer per week.

Deze maand hebben we de Nationale Voorleesdagen, dus wordt er nu op bijna alle scholen, speelzalen en kinderdagverblijven voorgelezen. Ook op De Avonturijn, een katholieke, ‘ontwikkelingsgerichte’ basisschool met merendeels allochtone leerlingen. Bekende buurtgenoten komen voorlezen; de stadsdeelwethouder, de beheerder van de speeltuin, de eigenaresse van de buurtboekhandel en kindervriend Prem Radhakishun. ‘Nee, ik praat niet met ouders’, wimpelt hij een verrukte moeder af. ‘Ik kom voor de kinderen!’

Maar De Avonturijn organiseert het hele jaar door voorleesochtenden, niet alleen nu. Dat een basisschool enthousiast aan lees- en literatuurbevordering doet, lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. ‘Technisch’ en ‘begrijpend’ lezen leer je op elke school, die vakken vallen onder de kerndoelen. Maar lezen voor je plezier, wordt beschouwd als een extraatje. Iets ‘leuks’, voor tijdens de Kinderboekenweek. Niet elke basisschool heeft een mooie collectie kinderboeken; niet elke juf of meester leest dagelijks voor, nodigt kinderboekenschrijvers uit, of geeft ouders leestips.

Bij veel leerkrachten uit de jongste lichtingen ontbreekt het aan kennis over kinderliteratuur. Sinds rond 2002 op de meeste pabo’s het competentiegerichte leren is ingevoerd, zitten kinder- en jeugdliteratuur niet meer structureel in het programma; de verplichte leeslijsten zijn op veel pabo’s afgeschaft. Dat blijkt uit een onderzoek dat Margriet Chorus deed, in opdracht van de Stichting Lezen. ‘Er studeren geen studenten meer af die een voortrekkersrol kunnen vervullen op het gebied van kinder- en jeugdliteratuur’, constateert Chorus. Steeds meer studenten stromen via de roc’s, waar de aandacht voor kinderboeken minimaal is, door naar de pabo. Chorus: ‘Studenten van roc en pabo lezen te weinig kinderboeken om als leidster, onderwijsassistent of docent basisonderwijs kinderen en ouders aan te zetten tot lezen en om tips en adviezen te geven.’

Maar waar kun je nu beter de liefde voor lezen aanwakkeren dan op de plaats waar álle kinderen terechtkomen? Waar hun leeskunst razendsnel opbloeit, van ‘Wim zit op het hek’ tot het wereldnieuws in Sevendays en de Harry Potter-boeken met hun ingenieuze plots. Of, zoals een enthousiaste Marokkaanse leesmoeder op De Avonturijn het uitdrukt: ‘Waarom brengt een ouder een kind naar school? In de eerste plaats om het te leren lezen. Als ik ze wil laten spelen, ga ik wel naar de speeltuin. Mijn kinderen vergroten hun woordenschat door thuis boekjes te lezen, en doordat ik voorlees. Je moet kinderen verlokken met een mooi boek.’

De muur die in het basisonderwijs bestaat tussen technisch lezen – de beheersing van de AVI-niveaus 1 tot en met 9 (‘Avi-uit’) – en het ‘plezierlezen’ is traditioneel hoog. Waarom eigenlijk? Kun je niet leren lezen uit boeken die je spannend vindt of die je raken? Je leert sneller lezen als je benieuwd bent naar de inhoud; je neemt hordes als moeilijke woorden en zinnen omdat je wilt lezen hoe het afloopt. ‘Boeken op mijn eigen AVI-niveau vind ik te kinderachtig’, zegt Zeineb. ‘Ik lees liever Avi-uit-boeken. Die pak ik gewoon hoor.’

Op De Avonturijn vormen leesbevordering en boekpromotie een rode draad, van groep 1 tot en met 8. ‘Zo nu en dan een leuk projectje doen heeft geen zin’, zegt directeur Gerda Beikes. Ze wordt overspoeld door aanbiedingen van bedrijfjes die ‘iets met taal’ willen doen met kinderen, maar ze heeft gekozen voor een langlopend project ‘Leesplezier’. ‘Verhalende boeken lezen moet structureel in het programma zitten, je moet belangstelling ervoor onderhouden, anders zakt ze weg.’

Officieel moeten scholen een ‘leescoördinator’ of ‘taalcoördinator’ hebben, en dat heeft Beikes’ school ook. Maar voor zo’n coördinator zijn geen uren beschikbaar, een leerkracht krijgt het als extra taak. Het gevaar bestaat, zegt Beikes, dat je er een papieren functie bij krijgt, zonder wezenlijk meer aan lezen te doen. ‘Voor leesbevordering heb je bevlogen leerkrachten nodig, voor wie lezen vanzelfsprekend is.’

Zo iemand is Jeannette Steenbakkers, die in de kleutergroep werkt. Overal in haar lokaal hangen letters. ‘Als ik in de pauze zelf zit te lezen’, zegt ze, ‘komt er altijd wel een kleuter die vraagt waarover het gaat. Ik wijs dan naar het plaatje op het omslag. O, een prinses!, zegt de kleuter. Dan zoek ik voor dat kind een prentenboek over een prinses. Kinderen uit de bovenbouw komen bij mij voorlezen, dat werkt geweldig.’ Leerkrachten moeten op de hoogte blijven van het kinderboekenaanbod, vindt Steenbakkers. En: ‘Je zou bij sollicitaties mensen moeten selecteren die lezen belangrijk vinden en zelf veel lezen.’

De leerkrachten van De Avonturijn hoeven het niet alleen te doen. Ze krijgen bij het project ‘Leesplezier’ ondersteuning van Lucie Visch, consulent van de Stichting Taalvorming. Wekelijks komt zij op school, om kinderen met taalproblemen te helpen en om voorleesochtenden te organiseren en de leerkrachten te coachen. Zij is ervan overtuigd dat lezen beter gaat als het een betekenisvolle ervaring is. Ook vindt ze het van groot belang dat ouders betrokken zijn bij het onderwijs. Op De Avonturijn wordt daarvoor een oudercursus gegeven. Maar het belangrijkste, volgens Visch, is ‘vertrouwen hebben in de mogelijkheden van een kind. Ontwikkelingsgericht wil niet zeggen dat je kinderen vastpint op hun niveau. Je kunt altijd een stap verder.’

Tijdens het voorlezen is groep 7 muisstil. Zijn ze gedrild of boeit het ze echt? Het boek van vandaag is De Wellandse wezel van Tor Seidler. Daarin strijden twee coole jongenswezels, een met een ooglapje en een met een petje, om de liefde van het beeldschone importwezeltje Wendy. Na een half uur is de leestijd om – er moet deze ochtend ook nog gerekend worden. ‘Wie van die twee jongens krijgt Wendy nou?’, wil Desty weten. Shervin is benieuwd welke heldendaden de jongens verzinnen om bij Wendy in de smaak te vallen. ‘Verliest hij ook z’n andere oog?’, vraagt Kris. Het boek blijft nog maar een tijdje in de klas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden