Last in, first out, óók bij taal

Je moedertaal verlies je als een ui: de diepste lagen gaan het laatst, ontdekte Merel Keijzer. ‘Wij vinden het niet erg om onze eigen taal opzij te zetten.’ tekst Anouk Kemper..

‘Ik kan wel horen dat je Nederlands spreekt, maar wat je verder zegt, dat versta ik niet’, bekende een Canadees met Nederlandse ouders, die door Merel Keijzer (27) werd geïnterviewd voor haar promotieonderzoek. Keijzer deed onderzoek naar taalverlies bij Nederlandse immigranten in Canada. Eind september promoveerde ze op haar proefschrift Is het mogelijk je moedertaal je verliezen? aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Waarom dit onderwerp?

‘Ik heb taalwetenschappen gestudeerd en solliciteerde in oktober 2002 naar dit onderzoeksproject. Het idee lag er dus al. In het begin heb ik vooral veel in de bieb zitten lezen. Gelukkig begon het onderzoek naar taalverlies pas in de jaren tachtig. Hierdoor was de literatuur nog wel te overzien. Daarna ben ik voor vierenhalve maand naar Canada vertrokken om Nederlanders te interviewen, die daar al minimaal twintig jaar wonen.’

En, begrepen zij je nog wel?

‘Ja hoor, dat ging heel goed. Ze konden me prima verstaan en ze antwoordden ook gewoon in het Nederlands op mijn vragen. Sommige mensen dekten zichzelf van te voren al een beetje in, omdat ze best nerveus waren. De taalfoutjes die ze maakten waren heel subtiel. Dan zeiden ze bijvoorbeeld ‘helpte’ in plaats van ‘hielp’ of ze hadden het over ‘schoonheiden’ en niet over ‘schoonheden’. Ook viel me op dat veel mensen waren blijven steken op het niveau van een twaalf- of dertienjarige. Ze moesten van mij een verhaaltje navertellen en dan zeiden ze heel vaak: ‘en toen, en toen, en toen’. Net zoals kinderen dat doen.’

Hoe verklaar je dat?

‘Last in, first out. Alles wat ze het laatst hebben geleerd, vergeten ze vervolgens als eerst. Je zou het kunnen zien als een soort ui: de diepste laagjes blijven het langst bewaard. Nederlanders staan er sowieso om bekend dat ze hun eigen taal gauw aan de kant zetten, zodra ze zijn geëmigreerd. De tweede generatie spreekt vaak helemaal geen Nederlands meer, we verliezen ons snel in een andere cultuur. Deze mentaliteit is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog, toen veel mensen het land verlieten. De overheid raadde hen aan zich vooral snel aan te passen.’

Hoe gaat dit onderzoek de maatschappij veranderen?

‘Veel mensen zien taalverlies als aanstellerij. ‘Waarom praat je ineens met een accent?’ Of: ‘waarom kan je dat niet gewoon in het Nederlands zeggen?’ Vooral voor achterblijvende familie en vrienden is dat raar, maar taalverlies gaat gewoon in stappen. Wat dat betreft kun je het vergelijken met taalverwerving, een taal leer je immers in stapjes. Ik hoop dat mensen door dit onderzoek wat meer begrip tonen voor taalverlies, dat ze er wat toleranter tegenover staan.

‘De beroemde cameraman Jan de Bont weigerde zelfs om door Jeroen Krabbé in het Nederlands geïnterviewd te worden. Toch had hij waarschijnlijk prima een gesprek kunnen voeren in zijn moedertaal. Al heeft dat ook wel te maken met opleidingsniveau. Hoe hoger iemand is opgeleid, hoe beter diegene zowel Nederlands als Engels spreekt.’

Was je dit onderwerp na een tijdje niet zat?

‘Dat viel mee, want het bleef leuk door al die verschillende fases. Eerst ging ik me verdiepen in de literatuur, vervolgens heb ik de gesprekken in Canada gevoerd. Dat moest ik daarna analyseren en tot slot uitwerken tot een goed verhaal.’

Was jouw promotieonderzoek een goed gespreksonderwerp op verjaardagen?

‘Mensen vroegen me vaak waar ik nou precies mee bezig was. Promoveren blijkt een vaag begrip. ‘Je hebt toch al je diploma? Wat doe je nu dan nog?’

Toch is het een normale baan, vind ik. Promoveren is te vergelijken met projectmanagement; je moet een enorm project in vier jaar kunnen behappen. Hoe pak je dat aan zonder daarin te verdrinken? Ook heb ik veel discipline gekregen, want zo’n project moet een keer af. Je kunt er niet eeuwig over doen. Wat dat betreft is de wereld van de wetenschap best hard: publish or perish!’

Waren er wel eens momenten dat je het niet meer zag zitten?

‘Tja, aan de ene kant is de vrijheid heel leuk. Je deelt zelf je tijd in, maar ik zat constant met een schuldgevoel. Als ik even niets deed, vroeg ik me al af: kan dat wel? Moet ik nu niet aan het werk? Er hangt altijd iets boven je hoofd. Ik droeg het project altijd met me mee.’

Waar ga je je nu mee bezighouden?

‘Ik geef nu Engelse les op de Technische Universiteit van Delft. Nederlanders staan bekend om hun steenkolen-Engels, maar we doen het maar wel mooi. Van de Fransen en de Spanjaarden kun je dat niet zeggen. Wij ondertitelen natuurlijk ook alles. We vinden het niet erg om onze eigen taal opzij te zetten.’

Wat hoop je bereikt te hebben?

‘Veel mensen kunnen zich aan het onderwerp relateren. Bijna iedereen lijkt wel iemand te kennen die in het buitenland woont. Bovendien is taal iets heel concreets, iedereen gebruikt het. Toch blijft het moeilijk te bevatten hoe taal precies werkt. Ik hoop dat ik die puzzel voor een deel heb opgelost.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.