Langdurig gekwakkel funest voor de weg

In het hele land zijn ploegen aan het werk om vorstschade te herstellen. ‘Het was nog nooit zo erg.’..

Van onze verslaggeverHidde Remmerswaal Hidde Remmerswaal

ARNHEM ‘Met 490 ton asfalt redden wij het vannacht wel’, zegt Jeroen van den Anker. In het donker repareert hij de A12 nabij Arnhem. De wegwerker moet schreeuwen om boven het lawaai van de auto’s uit te komen. Die razen een meter verder met zeventig kilometer per uur langs. De voorman zegt dat veiligheid hoog in het vaandel staat ‘maar spoedreparaties moeten nou eenmaal gebeuren’.

Van den Anker en zijn ploeg van zes mannen brengen de hele nacht door op de snelweg. Zij zijn van acht uur ’s avonds tot zes uur ’s ochtends bezig met het repareren van vorstschade. In heel Nederland zijn dergelijke ploegen aan het werk.

Stapvoets rijdt de enorme K2203 bij knooppunt Velperbroek over een afgezette rechterrijstrook. Voor de freesmachine ligt een wegdek vol scheuren, achter de machine verschijnt een gladde geul van vijf centimeter diep en 3,80 meter breed. Met armgebaren waarschuwt een wegwerker – reflecterende oranje overjas en veiligheidsschoenen – voor een straal gruis die de K2203 uitspuwt. Die wordt opgevangen door een meerijdende vrachtwagen.

Achter de freeswagen komt een zuig- en veegwagen, en daarachter een kleeflaagwagen. Pas dan komt de knaloranje asfalteermachine, die is gekoppeld aan een vrachtwagen met dertig ton heet asfalt. Samen storten ze de ondiepe geul vol met asfalt, dat mild ruikt naar verbrand rubber, en eruitziet als zwarte gom vermengd met ijzervijlsel.

Een wegwerker duwt het verse asfalt met een bezem een beetje over de oude laag ernaast. Achter hem maakt een 11 ton zware wals zijn werk af.

In het licht van de koplampen van voorbijrijdende auto’s lijkt de net aangelegde weg op een openluchtsauna. Als de walsen over het nieuwe asfalt rijden, ontstaan er grote stoomwolken.

Om te voorkomen dat het nieuwe asfalt aan de wals blijft plakken wordt deze bespoten met water. Als dit in contact komt met het hete, verse asfalt wordt de zwarte brij sissend afgekoeld. In heel Nederland ligt de temperatuur ’s nachts net boven het vriespunt, maar achter de asfalteermachine is het behaaglijk warm.

Water is de grootste belemmering bij reparaties in de winter, stelt Wouter Jansen van Rijkswaterstaat Oost-Nederland. ‘Als het kwik tot onder het vriespunt daalt, bevriest het water te snel voor de werkzaamheden. Antivriesvloeistof helpt, totdat het kouder wordt dan min vijf en het flink waait. Bij strenge vorst is het bijna onmogelijk het wegdek goed te repareren.’

Op de A12 komt weer zoab. Dat bestaat uit kleine steentjes gemengd met bitumen, een soort lijm. Tussen de steentjes blijven holten over, die geluids- en wateroverlast verminderen. Maar bij bevriezing zet dat water uit en veroorzaakt het kleine scheurtjes. Als het ijs later weer ontdooit, kan er de volgende keer meer water inlopen. Dan ontstaat bij de volgende bevriezing nog grotere schade.

‘Dit langdurige gekwakkel is funest voor de weg,’ zegt Jansen. ‘Collega’s van mij reden afgelopen vrijdag op goed asfalt naar Utrecht. Toen ze maandag terugkwamen was die weg alweer veranderd in één grote gatenkaas. In de twaalf jaar dat ik bij Rijkswaterstaat zit, heb ik het nog nooit zo erg meegemaakt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden